Ga direct naar de inhoud Ga direct naar de filters Ga direct naar de footer

BAC 2023-14811

Advies van de Bezwaarschriftenadviescommissie hersteloperatie toeslagen

Aan: Belastingdienst/Uitvoeringsorganisatie Herstel Toeslagen (hierna: UHT)

Betreft: het bezwaarschrift van belanghebbende

Primair besluit: 22 augustus 2023 (UHT-DCHA)

Hoorzitting: 6 januari 2026

Overdracht advies aan UHT: 8 januari 2026

Samenvatting

De Bezwaarschriftenadviescommissie (hierna: de Commissie) adviseert UHT om het bezwaar ongegrond te verklaren en de bestreden beschikking in stand te laten.

Onderwerp van advies

Het door gemachtigde namens belanghebbende ingediende bezwaarschrift is gericht tegen de door UHT genomen definitieve beschikking compensatie kinderopvangtoeslag van 21 augustus 2023 (UHT-DCHA).

Aan belanghebbende is met toepassing van de Wet hersteloperatie toeslagen (hierna: Wht) geen compensatie toegekend voor de jaren 2009 t/m 2013.

Procesverloop

  • Belanghebbende heeft op 11 juni 2021 verzocht om een herbeoordeling van de kinderopvangtoeslag (hierna: KOT) over de jaren 2009 t/m 2013.
  • UHT heeft bij beschikking van 19 mei 2022 aan belanghebbende medegedeeld dat hij niet in aanmerking komt voor een betaling van € 30.000 op grond van de Catshuisregeling, en dat de Integrale Beoordeling in gang wordt gezet.
  • UHT heeft bij de bestreden beschikking van 21 augustus 2023 aan belanghebbende medegedeeld dat hij geen recht heeft op compensatie voor de jaren 2009 t/m 2013.
  • Gemachtigde heeft bij brief van 29 augustus 2023, ingekomen op 1 september 2023, tegen deze beschikking een bezwaarschrift ingediend.
  • Gemachtigde heeft bij brief van 30 augustus 2024 het bezwaarschrift aangevuld.
  • UHT heeft op 21 januari 2025 schriftelijk gereageerd op het bezwaar.
  • Op 6 januari 2026 heeft een hoorzitting plaatsgevonden. Van de hoorzitting is een verslag gemaakt, dat achter het advies is gevoegd.
  • Dit advies wordt uitgebracht door de voorzitter, eerste commissielid, tweede commissielid.

Ontvankelijkheid en algemene opmerkingen

Niet in geschil is dat het bezwaarschrift ontvankelijk is.

Overwegingen ten aanzien van de bezwaren en het bestreden besluit

De Commissie ziet zich gesteld voor de vraag of UHT terecht en op goede gronden is gekomen tot haar beslissing om het verzoek van belanghebbende om compensatie of tegemoetkoming af te wijzen.

Zorgvuldigheids- en motiveringsbeginsel

Belanghebbende stelt dat UHT bij de totstandkoming van het bestreden besluit heeft gehandeld in strijd met het zorgvuldigheidsbeginsel en motiveringsbeginsel.

Daaromtrent overweegt de Commissie als volgt. Voor zover sprake is van onzorgvuldige voorbereiding of gebreken in de motivering van het bestreden besluit, kan dat in de beslissing op bezwaar door UHT worden hersteld aan de hand van wat daarover in haar beschouwing is opgemerkt.

Volledigheid dossier/recht op een eerlijk proces

Belanghebbende voert aan dat hij niet de beschikking heeft over het volledige dossier. Belanghebbende betoogt dat hij in zijn procesbelang is geschaad, omdat hij niet de beschikking heeft over alle op het besluit betrekking hebbende stukken. De Commissie overweegt hierover het volgende.

De Commissie is een onafhankelijke bezwaarschriftenadviescommissie in de zin van artikel 7:13 van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: Awb). Voor de procedure bij de Commissie gelden de procedurele waarborgen van de Awb en tegen beslissingen op bezwaar van UHT, zoals volgt op de adviezen van de Commissie, kan een belanghebbende rechtsmiddelen instellen bij de rechter. Op grond van artikel 7:4 lid 2 Awb en artikel 5.2 leden 3 en 4 van de Wht heeft een belanghebbende voorafgaand aan de hoorzitting bij de Commissie recht op afschriften van de op de zaak betrekking hebbende stukken. De beschouwing met de bijbehorende producties, waaronder ook de LIC-overzichten over de relevante toeslagjaren en het informatie- en beoordelingsformulier, zijn op 2 oktober 2025 aan gemachtigde gezonden. Hierdoor hebben gemachtigde en belanghebbende kennis kunnen nemen van de op de zaak betrekking hebbende stukken en gelegenheid gehad om daarop te reageren. De Commissie acht het bezwaar daarom op dit onderdeel ongegrond.

Toeslagjaar 2009 t/m 2012

Ten aanzien van de toeslagjaren 2009 t/m 2012 overweegt de Commissie dat niet aannemelijk is geworden dat bij de toekenning, aanpassing of terugvordering van de KOT sprake is geweest van institutioneel vooringenomen handelen door B/T dan wel van hardheid van het stelsel. De neerwaartse correcties in KOT over de voornoemde toeslagjaren waren gelegen in door belanghebbende zelf doorgegeven wijzigingen en veranderingen in het toetsingsinkomen van belanghebbende. Deze bijstellingen zijn conform de wet uitgevoerd. Dergelijke bijstellingen geven in beginsel ook geen aanspraak op een zogenoemde hardheidstegemoetkoming. De Commissie heeft geen aanknopingspunten gevonden om hier ten aanzien van belanghebbende anders over te oordelen. Verder is naar het oordeel van de Commissie ook geen sprake geweest van een onterechte kwalificatie opzet/grove schuld (hierna: O/GS), zodat ook hierop geen aanspraak kan worden gemaakt. De Commissie adviseert UHT daarom om dit onderdeel van het bezwaar ongegrond te verklaren.

Toeslagjaar 2013

Ten aanzien van het toeslagjaar 2013 overweegt de Commissie als volgt. De neerwaartse correctie van 22 januari 2013 was gelegen in een door belanghebbende zelf doorgegeven stopzetting van de KOT per 3 februari 2013.

Van de desbetreffende stopzetting is in het dossier (bladzijde 323) een TVS-melding opgenomen. Belanghebbende heeft ook niet betwist dat hij deze stopzetting zelf heeft doorgevoerd. De neerwaartse correctie van 31 oktober 2014 was gelegen in een gewijzigd toetsingsinkomen.

Deze correcties zijn conform de wet doorgevoerd. Dergelijke bijstellingen geven in beginsel ook geen aanspraak op een zogenoemde hardheidstegemoetkoming. De Commissie heeft geen aanknopingspunten gevonden om hier ten aanzien van belanghebbende anders over te oordelen. Verder is naar het oordeel van de Commissie ook geen sprake geweest van een onterechte kwalificatie O/GS, zodat ook op basis hiervan geen aanspraak op compensatie kan worden gemaakt. De Commissie adviseert UHT daarom om dit onderdeel van het bezwaar ongegrond te verklaren.

Proceskostenvergoeding

Nu het bezwaar tegen de bestreden beschikking naar het oordeel van de Commissie ongegrond is en de Commissie adviseert tot het in stand laten van de bestreden beschikking, bestaat geen aanleiding om het verzoek tot vergoeding van de proceskosten toe te wijzen.

Conclusie

Samengevat adviseert de Commissie om het bezwaar ongegrond te verklaren en de bestreden beschikking in stand te laten.

[handtekening]

Secretaris

[handtekening]

Fungerend voorzitter