Ga direct naar de inhoud Ga direct naar de filters Ga direct naar de footer

BAC 2023-14387

Advies van de Bezwaarschriftenadviescommissie hersteloperatie toeslagen

Aan: Belastingdienst/Uitvoeringsorganisatie Herstel Toeslagen (hierna: UHT)

Betreft: het bezwaarschrift van belanghebbende

Primair besluit: 15 augustus 2023 (UHT-DCHA)

Hoorzitting: 7 oktober 2025

Overdracht advies aan UHT: 3 februari 2026

Samenvatting

De Bezwaarschriftenadviescommissie (hierna: de Commissie) adviseert UHT om het bezwaar ongegrond te verklaren en het verzoek op proceskostenvergoeding af te wijzen.

Onderwerp van advies

Het door gemachtigde namens belanghebbende ingediende bezwaarschrift is gericht tegen de door UHT genomen definitieve beschikking compensatie kinderopvangtoeslag.

Aan belanghebbende is met toepassing van de Wet hersteloperatie toeslagen (hierna: Wht) geen compensatie toegekend voor de toeslagjaren 2005 tot en met 2011.

Procesverloop

  • Belanghebbende heeft op 15 december 2022 verzocht om een herbeoordeling van de kinderopvangtoeslag (hierna: KOT) voor de toeslagjaren 2005 tot en met 2019. Op 24 juli 2023 is per e-mail met belanghebbende afgestemd dat de herbeoordeling ziet op de toeslagjaren 2005 tot en met 2011. Voor de jaren 2012 tot en met 2019 is geen KOT aangevraagd en was belanghebbende ook niet woonachtig in Nederland.
  • Op 23 februari 2023 heeft UHT op basis van de eerste lichte toets op grond van de Catshuisregeling € 30.000 toegekend aan belanghebbende.
  • Op 26 juli 2023 heeft de Commissie van Wijzen als advies uitgebracht dat de compensatieregeling wegens vooringenomenheid en hardheidscompensatie niet van toepassing zijn op de toeslagjaren 2005 tot en met 2011. Voor de terugvordering over de toeslagjaren 2010 en 2011 dient wel een tegemoetkoming opzet/grove schuld (hierna: O/GS-tegemoetkoming) te worden verleend.
  • Op 15 augustus 2023 heeft UHT compensatie voor de toeslagjaren 2005 tot en met 2011 afgewezen.
  • Op 18 september 2023 heeft UHT aan belanghebbende een O/GS-tegemoetkoming van € 1.041 toegekend voor de toeslagjaren 2010 en 2011. Vanwege het surplus van de Catshuisregeling, heeft geen nabetaling gevolgd.
  • Op 19 september 2023 heeft gemachtigde een bezwaarschrift ingediend tegen de afgewezen compensatie voor de toeslagjaren 2005 tot en met 2011.
  • Op 21 oktober 2024 heeft UHT een schriftelijke beschouwing ingediend.
  • Op 17 september 2025 heeft gemachtigde aanvullende gronden van bezwaar ingediend.
  • Op 24 september 2025 heeft UHT een aanvullende schriftelijke beschouwing ingediend.
  • Op 7 oktober 2025 heeft een hoorzitting plaatsgevonden. Het hoorverslag is bij dit advies gevoegd.
  • Dit advies wordt uitgebracht door de voorzitter, eerste commissielid en tweede commissielid.

Ontvankelijkheid

Niet in geschil is dat het bezwaar ontvankelijk is.

Overwegingen ten aanzien van de bezwaren en het bestreden besluit

De Commissie ziet zich gesteld voor de vraag of UHT terecht en op goede gronden is gekomen tot haar beslissing om compensatie voor de toeslagjaren 2005 tot en met 2011 af te wijzen.

Afgewezen jaren 2005 tot en met 2011

De Commissie overweegt als volgt. Voor compensatie komt, ingevolge het bepaalde in de Wht, kortweg, in aanmerking de ouder waarvan aannemelijk is dat de vaststelling van zijn of haar aanspraak op KOT in enig jaar onderdeel is geweest van hardheid of van een institutioneel vooringenomen handelwijze van B/T.

In het bestreden besluit, de schriftelijke beschouwing en het informatie- en beoordelingsformulier is voor alle toeslagjaren uitgebreid beschreven welke neerwaartse en opwaartse wijzigingen in KOT hebben plaatsgevonden. Tijdens de hoorzitting heeft UHT de wijzigingen mondeling toegelicht. Het betreffen alle reguliere correcties die zijn gebaseerd op door belanghebbende dan wel de opvangorganisatie doorgegeven wijzigingen in het aantal opvanguren en tarieven en in de hoogte van het toetsingsinkomen.

Gelet op vorenstaande is er naar het oordeel van de Commissie geen reden het advies van de CvW en het standpunt van UHT met betrekking tot de afgewezen toeslagjaren onjuist te achten. De Commissie heeft geen aanknopingspunten kunnen vinden om te adviseren dat B/T bij de toekenning, aanpassing of terugvordering van KOT voor de toeslagjaren 2005 tot en met 2011 institutioneel vooringenomen heeft gehandeld of dat het stelsel te hard heeft uitgewerkt. De terugvorderingen waren gebaseerd op de vaststelling dat er een te hoog voorschot was toegekend. De voorschotten zijn door reguliere wijzigingen opnieuw berekend. Dergelijke bijstellingen geven in beginsel ook geen aanspraak op een zogenoemde hardheidstegemoetkoming. De Commissie is verder van oordeel dat met het indienen van het schriftelijke verweer, de toelichting tijdens de hoorzitting, de LIC-overzichten en de overige producties, het bestreden besluit voldoende is onderbouwd en zorgvuldig tot stand is gekomen. De Commissie acht de bezwaren op dit punt ongegrond.

Belanghebbende voert aan dat zij geen vooraankondiging heeft ontvangen, waardoor zij destijds niet in de gelegenheid is gesteld haar zienswijze kenbaar te maken. De Commissie overweegt dat, hoewel dat inderdaad niet de voorgeschreven gang van zaken is, belanghebbende in deze bezwaarprocedure de gelegenheid heeft gekregen en benut om haar bezwaren toe te lichten en van bewijsstukken te voorzien. Een eventuele tekortkoming is daarmee hersteld. De Commissie overweegt verder dat de Wht is bedoeld voor herstel van vooringenomen handelen, hardheid of een onterechte O/GS-kwalificatie en niet ziet op de herziening van definitieve KOT beschikkingen. Een beoordeling daarvan valt dus buiten de reikwijdte van de Wht.

O/GS-tegemoetkoming

Het is de Commissie gebleken dat UHT op 18 september 2023 voor de toeslagjaren 2010 en 2011 aan belanghebbende een O/GS-tegemoetkoming heeft toegekend omdat B/T onterecht niet heeft meegewerkt aan een persoonlijke betalingsregeling. De O/GS-tegemoetkoming is een herstelmaatregel als bedoeld in artikel 2.7 lid 4 Wht. Hieruit blijkt dat belanghebbende door UHT is aangemerkt als gedupeerde. Eerder al, op 23 februari 2023, heeft UHT op grond van de Catshuisregeling een bedrag van € 30.000 aan belanghebbende toegekend. Tijdens de hoorzitting heeft UHT toegelicht dat niet meer te achterhalen is waarom belanghebbende destijds met een O/GS-kwalificatie is bestempeld. Het niet mogelijk zijn van het kunnen achterhalen van dit stempel is, aldus UHT tijdens de hoorzitting, de reden dat aan belanghebbende een O/GS-tegemoetkoming is toegekend. De Commissie overweegt dat de geschetste onmogelijkheid bepaald onbevredigend is, maar ziet op basis van het dossier en gelet op het verhandelde tijdens de hoorzitting geen aanknopingspunten voor het standpunt dat nader onderzoek in de onderhavige kwestie zinvol zou zijn.

Met betrekking tot de hoogte van de O/GS-tegemoetkoming merkt de Commissie op dat deze volgens artikel 2.6 lid 2 Wht 30% bedraagt van het bedrag van de betreffende terugvorderingen. Uit onder andere de LIC-overzichten van de toeslagjaren 2009 en 2010 volgt dat een bedrag van in totaal € 3.374 is teruggevorderd waarbij sprake was van een O/GS-kwalificatie (productie 13000001). Gelet hierop is de Commissie van oordeel dat de aan belanghebbende toegekende O/GS-tegemoetkoming van € 1.014 correct is berekend.

De Commissie overweegt verder dat de onderhavige procedure alleen betrekking heeft op de toekenning van genoemde forfaitaire (standaard)vergoedingen en niet op de vergoeding van de werkelijke schade. Hiervoor is onder meer de procedure voor de werkelijke schade bestemd. In die procedure kan belanghebbende ook haar betoog inbrengen dat zij zich gediscrimineerd voelt. Individuele omstandigheden worden, anders dan in deze procedure, bij de procedure over de werkelijke schade wel meegewogen.

Overschrijding termijn bij definitieve KOT-beschikking

Gemachtigde stelt dat sprake is van vooringenomen handelen, omdat de definitieve KOT-beschikkingen buiten de termijn van artikel 19 Algemene wet inkomensafhankelijke regelingen (Awir) zijn genomen en dat belanghebbende daarom recht heeft op compensatie. De Commissie ziet in die omstandigheden onvoldoende aanknopingspunten om tot vooringenomenheid te concluderen en deelt voorts de mening van UHT dat dit bezwaar buiten het bestek van de Wht valt. De Commissie adviseert het bezwaar op dit onderdeel ongegrond te verklaren.

Persoonlijk dossier

Gemachtigde stelt dat zonder het volledige persoonlijke dossier niet kan worden beoordeeld of alle relevante stukken er zijn.

De Commissie volgt dit standpunt van belanghebbende niet. De schriftelijke beschouwing en de stukken die daaraan ten grondslag liggen, zijn aan belanghebbende toegezonden. De Commissie vindt dat UHT met het toezenden van deze stukken heeft voldaan aan haar verplichting op grond van artikel 7:4 lid 2 Algemene wet bestuursrecht (hierna: Awb) om alle op de zaak betrekking hebbende stukken ter inzage te leggen.

Met betrekking tot de opname op de Fraude Signalering Voorziening (hierna: FSV-lijst) merkt de Commissie op dat uit pagina 745 van het ouderdossier blijkt dat belanghebbende niet op deze lijst heeft gestaan. De Commissie heeft geen aanwijzingen om hieraan te twijfelen. Het FSV-systeem is een systeem dat niet meer wordt gebruikt en daarom uitsluitend kan worden geraadpleegd door medewerkers met een speciale bevoegdheid.

Proceskostenvergoeding

Nu de Commissie het bezwaar ongegrond acht, is er geen aanleiding voor een proceskostenvergoeding.

Conclusie

Samengevat adviseert de Commissie om het bezwaar ongegrond te verklaren en het verzoek om een proceskostenvergoeding af te wijzen.

[handtekening]

Secretaris

[handtekening]

Fungerend voorzitter