Ga direct naar de inhoud Ga direct naar de filters Ga direct naar de footer

BAC 2023-14306

Advies van de Bezwaarschriftenadviescommissie hersteloperatie toeslagen

Aan: Belastingdienst/Uitvoeringsorganisatie Herstel Toeslagen (hierna: UHT)

Betreft: het bezwaarschrift van belanghebbende

Primair besluit: 15 augustus 2023 (UHT-DCH)

Hoorzitting: 27 januari 2026

Overdracht advies aan UHT: 2 februari 2026

Samenvatting

De Bezwaarschriftenadviescommissie (hierna: de Commissie) adviseert UHT om het bezwaar gericht tegen het besluit van 15 augustus 2023 met kenmerk UHT- DCH gedeeltelijke gegrond te verklaren en een vergoeding van de proceskosten toe te wijzen.

Onderwerp van advies

Het door gemachtigde namens belanghebbende ingediende bezwaarschrift van 11 september 2023 is gericht tegen de door UHT genomen definitieve beschikking compensatie kinderopvangtoeslag van 15 augustus 2023 met kenmerk UHT-DCH.

Aan belanghebbende is met toepassing van de Wet hersteloperatie toeslagen (hierna: Wht) compensatie toegekend voor een bedrag van € 18.739 voor de jaren 2011 en februari tot en met april 2014 en geen compensatie toegekend voor de jaren 2012, januari, mei tot en met december 2014 en 2018.

Procesverloop

  • Belanghebbende heeft op 20 december 2021 en 29 juni 2022 verzocht om een herbeoordeling van de kinderopvangtoeslag (hierna: KOT).
  • UHT heeft bij besluit van 15 april 2022 aan belanghebbende medegedeeld dat zij wel in aanmerking komt voor een betaling van €30.000.
  • De Commissie van Wijzen (hierna: CvW) heeft haar beoordeling van het verzoek van belanghebbende op 22 maart 2023 aan UHT gestuurd. De CvW heeft geadviseerd dat gedurende het jaar 2012, en de maanden januari en mei tot en met december 2014 en het jaar 2018 geen sprake is geweest van institutionele vooringenomenheid of bijzondere omstandigheden.
  • UHT heeft bij vooraankondiging van 19 mei 2023 (UHT-VCH) aan belanghebbende een compensatie toegekend voor een bedrag van € 18.086.
  • UHT heeft bij het bestreden besluit van 15 augustus 2023 met kenmerk UHT-DCH aan belanghebbende een compensatie toegekend voor een bedrag van €18.739 voor de jaren 2011 en februari tot en met april 2014 en geen compensatie toegekend voor de jaren 2012, januari, mei tot en met december 2014 en 2018.
  • Gemachtigde heeft bij brief van 11 september 2023 tegen dit besluit een bezwaarschrift ingediend.
  • UHT heeft op 27 februari 2025 schriftelijk gereageerd op het bezwaarschrift.
  • Gemachtigde heeft bij e-mail van 11 november 2025 aanvullende bezwaargronden ingediend.
  • UHT heeft op 26 januari 2026 schriftelijk gereageerd op de aanvullende gronden.
  • Op 27 januari 2026 heeft een hoorzitting plaatsgevonden. Van de hoorzitting is een verslag gemaakt, dat achter het advies is gevoegd.
  • Dit advies wordt uitgebracht door de voorzitter, eerste commissielid en tweede commissielid.

Ontvankelijkheid

Niet in geschil is dat het bezwaar ontvankelijk is.

Overwegingen ten aanzien van de bezwaren en het bestreden besluit

Zorgvuldigheids- en motiveringsbeginsel

Belanghebbende betoogt dat het bestreden besluit onvoldoende zorgvuldig tot stand is gekomen. Voor zover sprake is van een onzorgvuldige voorbereiding van het bestreden besluit, kan dit gebrek naar het oordeel van de Commissie in de beslissing op bezwaar door UHT worden hersteld aan de hand van wat daarover in haar beschouwing is opgemerkt. Op dit punt treft het bezwaar geen doel.

Ontbrekende stukken/volledige dossier/equality of arms

Gemachtigde stelt dat zonder het volledige persoonlijke dossier niet kan worden beoordeeld of alle relevante stukken aanwezig zijn. De Commissie volgt dit standpunt niet. De schriftelijke reactie en de op de zaak betrekking hebbende stukken zijn aan gemachtigde toegezonden. De Commissie heeft geen aanknopingspunten gevonden om aan te nemen dat hier niet is voldaan aan de in artikel 7:4, lid 2, Algemene wet bestuursrecht neergelegde verplichting om alle op de zaak betrekking hebbende stukken ter inzage te leggen. De Commissie adviseert UHT daarom om dit onderdeel van het bezwaar ongegrond te verklaren.

Toeslagjaren 2008, 2009, 2015 tot en met 2017 niet beoordeeld

Belanghebbende stelt zich op het standpunt dat onduidelijk is waarom deze toeslagjaren niet zijn meegenomen in de herbeoordeling.

De Commissie acht het aannemelijk dat het verzoek om herbeoordeling, na overleg met de persoonlijk zaakbehandelaar, de jaren 2011, 2012, 2014 en 2018 betrof. In dat licht kan niet worden geconcludeerd dat UHT ten onrechte nagelaten heeft de toeslagjaren 2008, 2009, 2015 tot en met 2017 in de herbeoordeling te betrekken en dat om die reden de bestreden beschikking moet worden herroepen.

Belanghebbende heeft echter in bezwaar verzocht deze jaren alsnog te beoordelen. UHT heeft in de nadere schriftelijke reactie van 26 januari 2026 toegezegd deze jaren alsnog te zullen herbeoordelen en belanghebbende hier nader over te berichten. Indien deze herbeoordeling niet leidt tot een voor belanghebbende bevredigend besluit, dan kan zij tegen die beschikking een nieuw bezwaarschrift indienen.

Compensatie

Volgens UHT is over de periode 2011 en februari tot en met april 2014 wel sprake van vooringenomenheid. Op basis hiervan is aan belanghebbende compensatie toegekend. UHT verwijst voor de uitleg van de compensatieberekening naar de bijlage van het bestreden besluit, de schriftelijke reactie en het informatie- en beoordelingsformulier.

UHT heeft aangegeven dat de componenten a, n, o en p onjuist zijn. De Commissie adviseert UHT om de componenten in de beslissing op bezwaar overeenkomstig haar eigen standpunt aan te passen.

Proceskosten

De Commissie adviseert om de ”Berekening definitieve beslissing compensatiebedrag kinderopvangtoeslag” aan te passen op de door UHT in haar schriftelijke reactie aangegeven wijze. Aangezien het bestreden besluit daardoor wordt herroepen, dient er een proceskostenvergoeding toegekend te worden.

Op grond van het Besluit proceskosten bestuursrecht heeft belanghebbende recht op een forfaitaire vergoeding op basis van twee procespunten (bezwaarschrift en bijwonen hoorzitting). Net als in eerdere zaken adviseert de Commissie daarbij de hoogste vergoeding toe te kennen (wegingsfactor 2).

Conclusie

Samengevat adviseert de Commissie om

  • Het bezwaarschrift tegen de definitieve beschikking herbeoordeling KOT (UHT-DCH) gegrond te verklaren ten aanzien van de componenten n, o en p en alle, ingevolge de Wht, daarmee samenhangende, vergoedingen opnieuw te berekenen met inachtneming van dit advies en de bezwaren voor het overige ongegrond te verklaren;
  • een vergoeding toe te kennen voor kosten van rechtsbijstand in deze bezwaarprocedure.

[handtekening]

Secretaris

[handtekening]

Fungerend voorzitter