BAC 2022-10975
Publicatiedatum 23-07-2026
Advies van de Bezwaarschriftenadviescommissie hersteloperatie toeslagen
Aan: Belastingdienst/Uitvoeringsorganisatie Herstel Toeslagen (hierna: UHT)
Betreft: het bezwaarschrift van belanghebbende
Primair besluit: 18 oktober 2022 (UHT-DC I en UHT-DCH I A) en 31 januari 2023 (UHT-O OGS B)
Hoorzitting: 1 december 2025
Overdracht advies aan UHT: 11 december 2025
Samenvatting
De Bezwaarschriftenadviescommissie (hierna: de Commissie) adviseert UHT om het bezwaar gegrond te verklaren en een vergoeding van de proceskosten toe te kennen.
Onderwerp van advies
De door de gemachtigde namens belanghebbende ingediende bezwaarschriften zijn gericht tegen de door UHT genomen definitieve beschikkingen compensatie kinderopvangtoeslag.
Aan belanghebbende is met toepassing van de Compensatieregeling CAF 11 en vergelijkbare (CAF-)zaken van 28 augustus 2020 (Stcrt. 2020, nr. 45904) compensatie toegekend voor een bedrag van € 32.334,- voor de jaren 2014, 2015 en 2018 en geen compensatie toegekend voor de jaren 2012, 2016, 2017 en 2019. Voor het jaar 2013 is compensatie toegekend voor een bedrag van € 1.901,- wegens een onterechte O/GS-kwalificatie.
Op 5 november 2022 is de Wet van 2 november 2022 houdende regels ten behoeve van de hersteloperatie toeslagen (Wet hersteloperatie toeslagen, hierna: Wht) in werking getreden. Gelet op het bepaalde in de artikelen 8.6 en 9.2 Wht moeten de bestreden beschikkingen geacht worden te zijn genomen op grond van artikel 2.1 en verder van de Wht.
Procesverloop
- Belanghebbende heeft op 26 januari 2021 verzocht om een herbeoordeling van de kinderopvangtoeslag (hierna: KOT) over de jaren 2012 tot en met 2019.
- UHT heeft bij besluit van 16 maart 2021 aan belanghebbende medegedeeld dat zij wel in aanmerking komt voor een betaling van € 30.000,-, als bedoeld in de Catshuisregeling.
- De Commissie van Wijzen (hierna: CvW) heeft haar beoordeling van het verzoek van belanghebbende op 30 augustus 2022 aan UHT toegestuurd. De CvW heeft geoordeeld dat gedurende de jaren 2012, 2013, 2016, 2017 en 2019 geen sprake is geweest van institutionele vooringenomenheid of bijzondere omstandigheden.
- UHT heeft bij het bestreden besluit met kenmerk [UHT-DC I] aan belanghebbende een compensatie toegekend voor een bedrag van € 32.334,- voor de jaren 2014, 2015 en 2018.
- UHT heeft bij het bestreden besluit met kenmerk [UHT-DC I A] aan belanghebbende geen compensatie toegekend voor de jaren 2012, 2013, 2016, 2017 en 2019.
- UHT heeft bij het besluit met kenmerk [UHT-O OGS B] aan belanghebbende een compensatie toegekend voor het jaar 2013 vanwege een onterechte O/GS-kwalificatie.
- Gemachtigde heeft bij brief van 22 november 2022, ingekomen op 23 november 2022, tegen de besluiten UHT-DC I en UHT-DC I A een bezwaarschrift ingediend.
- Gemachtigde heeft bij brief van 8 februari 2024, ingekomen op 8 februari 2024, het bezwaar aangevuld.
- UHT heeft op 23 juli 2024 schriftelijk gereageerd op het bezwaarschrift.
- Gemachtigde heeft bij brief van 14 november 2025, ingekomen op 14 november 2025, opnieuw het bezwaar aangevuld.
- UHT heeft op 28 november 2025 een nadere schriftelijke reactie ingediend.
- Op 1 december 2025 heeft een hoorzitting plaatsgevonden. Van de hoorzitting is een verslag gemaakt, dat achter het advies is gevoegd.
- UHT heeft, daartoe door de Commissie ter zitting verzocht, op 1 december 2025 opnieuw een nadere schriftelijke reactie ingediend. Gemachtigde heeft daar op
2 december 2025 op gereageerd. - Dit advies wordt uitgebracht door de voorzitter en twee commissieleden.
Ontvankelijkheid
Niet in geschil is dat het bezwaar ontvankelijk is.
Overwegingen ten aanzien van de bezwaren en het bestreden besluit
De Commissie ziet zich gesteld voor de vraag of UHT de toegekende compensatie voor de jaren 2014, 2015 en 2018 op de juiste wijze heeft berekend en terecht en op goede gronden is gekomen tot haar beslissing om het verzoek van belanghebbende om compensatie of tegemoetkoming voor de jaren 2012, 2013, 2016, 2018 en 2019 af te wijzen.
UHT-DC I
Compensatieberekening
De Commissie constateert dat UHT de compensatieberekening voor de toeslagjaren 2014, 2015 en 2018 opnieuw heeft uitgevoerd in de beschouwing van 23 juli 2024. Uitkomst daarvan is dat de compensatieberekening voor het toeslagjaar 2014 zal worden aangepast op onderdeel o. Hierdoor zullen de onderdelen n en p opnieuw worden berekend in de beslissing op bezwaar.
De Commissie acht de berekening en de toelichting van UHT daarop navolgbaar en begrijpelijk. De Commissie adviseert UHT het bezwaar op dit punt gegrond te verklaren en in haar beslissing op bezwaar de bedragen aan te passen overeenkomstig hetgeen zij daarover opmerkt in haar beschouwing.
UHT-DC I A
Toeslagjaren 2013 en 2017
De Commissie stelt vast dat UHT in haar aanvullende beschouwing van 28 november 2025, anders dan in haar eerdere beschouwing, heeft geoordeeld dat er recht is op compensatie wegens vooringenomenheid voor de jaren 2013 en 2017. De Commissie kan dit oordeel van UHT onderschrijven. Ook gemachtigde heeft tijdens de hoorzitting en per e-mail van 2 december 2025 aangegeven hier namens belanghebbende mee te kunnen instemmen. De Commissie adviseert UHT het bezwaar ten aanzien van beide toeslagjaren gegrond te verklaren overeenkomstig hetgeen zij uiteen heeft gezet in de aanvullende beschouwing van 28 november 2025 en om in haar beslissing op bezwaar de compensatie te berekenen voor beide toeslagjaren.
Overige jaren
De Commissie heeft geen aanknopingspunten kunnen vinden om te adviseren dat B/T bij de toekenning, aanpassing of terugvordering van de KOT over de toeslagjaren 2012, 2016 en 2019 institutioneel vooringenomen heeft gehandeld of dat het stelsel te hard heeft uitgewerkt. Over het toeslagjaar 2012 heeft geen verlaging of terugvordering van de KOT plaatsgevonden. De KOT over de toeslagjaren 2016 en 2019 is in beide jaren tweemaal verlaagd op grond van reguliere wijzigingen. De bijstellingen zijn in overeenstemming met de wet uitgevoerd. Dergelijke bijstellingen geven in beginsel ook geen aanspraak op een zogenoemde hardheidstegemoetkoming. De Commissie heeft geen aanknopingspunten gevonden om hierover in het geval van belanghebbende anders te oordelen. Er was evenmin sprake van een onterechte kwalificatie O/GS, zodat er ook geen recht is op een daarop gebaseerde tegemoetkoming.
De Commissie adviseert UHT daarom om dit onderdeel van het bezwaar ongegrond te verklaren.
Proceskosten
Nu het primaire besluit naar de mening van de Commissie dient te worden herroepen, adviseert de Commissie tot toewijzing van het verzoek om vergoeding van de kosten van rechtsbijstand in deze bezwaarprocedure. Op grond van het Besluit proceskosten bestuursrecht heeft belanghebbende recht op een forfaitaire vergoeding op basis van twee procespunten (bezwaarschrift en verschijnen hoorzitting) met een wegingsfactor 2. Net als in eerdere zaken adviseert de Commissie daarbij de hoogste vergoeding per procespunt toe te kennen.
Conclusie
Samengevat adviseert de Commissie om het bezwaar gegrond te verklaren en om aan belanghebbende een proceskostenvergoeding toe te kennen.
[handtekening]
Secretaris
[handtekening]
Fungerend voorzitter