Ga direct naar de inhoud Ga direct naar de filters Ga direct naar de footer

BAC 2025-15621

Advies van de Bezwaarschriftenadviescommissie hersteloperatie toeslagen

Aan: Belastingdienst/Uitvoeringsorganisatie Herstel Toeslagen (hierna: UHT)

Betreft: het bezwaarschrift van belanghebbende

Primair besluit: 17 april 2024 (UHT-DCHO)

Hoorzitting: 22 september 2025 om 11:00 uur

Overdracht advies aan UHT: 10 december 2025

Samenvatting

De Bezwaarschriftenadviescommissie (hierna: de Commissie) adviseert UHT om het bezwaar ongegrond te verklaren.

Onderwerp van advies

Het door de gemachtigde namens belanghebbende ingediende bezwaarschrift is gericht tegen de door UHT genomen definitieve beschikking compensatie kinderopvangtoeslag.

Aan belanghebbende is met toepassing van de Wet hersteloperatie toeslagen (hierna: Wht) compensatie wegens vooringenomenheid toegekend voor de jaren 2010 (januari tot en met maart) en 2011 (januari). Er is geen compensatie toegekend voor de jaren 2009, 2010 (april tot en met december) en 2011 (februari tot en met december).

Procesverloop

  • Belanghebbende heeft op 5 oktober 2022 verzocht om een herbeoordeling van de kinderopvangtoeslag (hierna: KOT) over de jaren 2009 tot en met 2011.
  • UHT heeft bij vooraankondiging van 28 februari 2024 aan belanghebbende een compensatie toegekend van € 13.018,- die vanwege de Catshuisregeling is aangevuld met € 16.982,-.
  • UHT heeft bij de bestreden beschikking aan belanghebbende een compensatie toegekend voor een bedrag van € 13.064,-.
  • Gemachtigde heeft bij brief van 29 april 2024, ingekomen op 29 april 2024, tegen deze beschikking een bezwaarschrift ingediend.
  • UHT heeft op 19 juni 2025 schriftelijk gereageerd op het bezwaarschrift.
  • Op 22 september 2025 heeft een hoorzitting plaatsgevonden. Van de hoorzitting is een verslag gemaakt, dat achter het advies is gevoegd.
  • UHT heeft, daartoe door de Commissie ter zitting verzocht, op 6 oktober 2025 een nadere schriftelijke reactie ingediend. Gemachtigde heeft daar op 21 oktober 2025 op gereageerd. Vervolgens heeft UHT zich bij aanvullende beschouwing van 13 november 2025 uitgelaten over de reactie van gemachtigde.
  • Dit advies wordt uitgebracht door de voorzitter en twee commissieleden.

Ontvankelijkheid

Niet in geschil is dat het bezwaarschrift ontvankelijk is.

Overwegingen ten aanzien van de bezwaren en het bestreden besluit

De Commissie ziet zich gesteld voor de vraag of UHT terecht en op goede gronden is gekomen tot haar beslissing om het verzoek van belanghebbende om compensatie of tegemoetkoming af te wijzen.

Verzoek om volledig dossier
De Commissie stelt vast dat aan belanghebbende de op de zaak betrekking hebbende stukken zijn verstrekt. Daarmee is voldaan is aan de in artikel 7:4 lid 2 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) neergelegde verplichting van het bestuursorgaan om alle op de zaak betrekking hebbende stukken ter inzage te leggen. UHT heeft schriftelijk gereageerd op het bezwaarschrift. Hierdoor hebben gemachtigde en belanghebbende kennis kunnen nemen van de stukken die ten grondslag liggen aan de bestreden beschikking en de gelegenheid gehad om daarop te reageren. De Commissie ziet in hetgeen over en weer naar voren is gebracht geen aanleiding om aan te nemen dat in het beschikbaar gestelde dossier stukken zouden ontbreken die van enig belang zouden kunnen zijn geweest bij de bestreden beschikking.

Motiverings- en zorgvuldigheidsbeginsel
Belanghebbende betoogt dat de bestreden beschikking onvoldoende is gemotiveerd en onvoldoende zorgvuldig tot stand is gekomen. Voor zover sprake is van onzorgvuldige voorbereiding of gebreken in de motivering van de bestreden beschikking, kunnen die gebreken naar het oordeel van de Commissie in de beslissing op bezwaar door UHT worden hersteld aan de hand van wat daarover in zijn beschouwing is opgemerkt.

Toeslagjaar 2009
De Commissie heeft geen aanknopingspunten kunnen vinden om te adviseren dat de Belastingdienst/Toeslagen (B/T) bij de toekenning, aanpassing of terugvordering van de KOT voor het toeslagjaar 2009 institutioneel vooringenomen heeft gehandeld of dat het stelsel te hard heeft uitgewerkt.
De verlaging KOT over het toeslagjaar 2009 was gebaseerd op een hoger vastgesteld toetsingsinkomen. Dit is een reguliere bijstelling, die in overeenstemming met de wet is uitgevoerd. Een dergelijke bijstelling geeft in beginsel ook geen aanspraak op een zogenoemde hardheidstegemoetkoming.
De Commissie heeft geen aanknopingspunten gevonden om hierover in het geval van belanghebbende anders te oordelen. Er was ook geen onterechte kwalificatie O/GS, zodat er ook geen aanspraak is op een daarop gebaseerde tegemoetkoming. De Commissie adviseert UHT daarom om dit onderdeel van het bezwaar ongegrond te verklaren.

Toeslagjaar 2010
Op grond van artikel 2.1 lid 1 Wht komt een ouder voor compensatie in aanmerking wanneer aannemelijk is dat de vaststelling van zijn aanspraak op kinderopvangtoeslag in enig jaar onderdeel was van bijzondere hardheid of van een institutioneel vooringenomen handelwijze van B/T. Compensatie blijft ingevolge artikel 2.1 lid 2 Wht achterwege bij ernstige onregelmatigheden die aan de ouder kunnen worden toegerekend, waaronder situaties waarin de ouder evident geen recht had op kinderopvangtoeslag. UHT stelt dat hiervan sprake is in het toeslagjaar 2010 over de maanden april tot en met december en in het toeslagjaar 2011 over de maanden februari tot en met december, omdat belanghebbende in deze periodes geen geregistreerde opvang heeft afgenomen.

Belanghebbende betwist dit en voert aan dat zij geen vraagbrieven heeft ontvangen en dat er mogelijk sprake is van persoonsverwisseling terwijl de juiste gegevens in de KOI-viewer ontbraken.. Uit de door UHT geraadpleegde KOI-viewer blijkt dat in 2010 opvang is geregistreerd van 1 januari tot en met 31 maart. In de daaropvolgende maanden van 2010 zijn geen opvanggegevens aanwezig. Wanneer de KOI-viewer volledig leeg is, moet breder worden gekeken: de systemen bevatten wél gegevens over het eerste kwartaal, terwijl voor de overige maanden van 2010 geen aanwijzingen bestaan dat opvang is genoten. Belanghebbende heeft onvoldoende aannemelijk gemaakt dat in de periode april tot en met december 2010 opvang is afgenomen. De Commissie adviseert UHT het bezwaar op dit onderdeel ongegrond te verklaren.

Toeslagjaar 2011
De Commissie stelt vast dat er ook voor toeslagjaar 2011 geen aanwijzingen zijn dat belanghebbende in de door haar genoemde maanden kinderopvang heeft afgenomen. TVS-meldingen zijn voor dit jaar niet beschikbaar, omdat dit systeem pas vanaf 2012 werd gebruikt. In 2011 werden mutaties verwerkt via XML-bestanden. Uit het betreffende XML-bestand blijkt dat belanghebbende de KOT op 13 januari 2011 heeft beëindigd met ingang van 12 januari 2011. Derhalve is niet aannemelijk geworden dat in de resterende maanden van 2011 opvang is genoten. Volgens het beleid van UHT kan slechts in uitzonderlijke situaties sprake zijn van hardheid. De Commissie stelt vast dat omstandigheden die als uitzonderlijk moeten worden aangemerkt, niet aannemelijk zijn geworden. Belanghebbende komt voor 2011 derhalve niet in aanmerking voor compensatie op grond van de Wht.

De Commissie merkt daarnaast op dat UHT in de compensatieberekening voor de perioden waarin wel vooringenomenheid is vastgesteld (januari 2011 en januari–maart 2010) bij component o (toeslagrente over gemiste KOT) is uitgegaan van onjuiste einddata. Toepassing van de juiste einddata zou echter leiden tot een lager compensatiebedrag. Vanwege het verbod van “reformatio in peius” (verslechtering van de positie van degene die in bezwaar is gegaan) verlaagt UHT deze bedragen terecht niet. De Commissie adviseert UHT het bezwaar op dit onderdeel ongegrond te verklaren.

Proceskostenvergoeding
Nu de Commissie niet adviseert de bestreden beschikking te herroepen, is er geen aanleiding een vergoeding van de proceskosten toe te kennen.

Conclusie

Samengevat adviseert de Commissie om het bezwaar ongegrond te verklaren, de bestreden beschikking in stand te laten en het verzoek voor een proceskostenvergoeding af te wijzen.