BAC 2023-14302
Publicatiedatum 29-07-2026
Advies van de Bezwaarschriftenadviescommissie hersteloperatie toeslagen
Aan: Belastingdienst/Uitvoeringsorganisatie Herstel Toeslagen (hierna: UHT)
Betreft: het bezwaarschrift van belanghebbende
Primair besluit: 20 juni 2023 (UHT-DCHA)
Hoorzitting: 25 november 2025
Overdracht advies aan UHT: 31 december 2025
Samenvatting
De Bezwaarschriftenadviescommissie (hierna: de Commissie) adviseert UHT om het bezwaar gegrond te verklaren en belanghebbende te compenseren voor toeslagjaar 2013 vanwege vooringenomenheid. Voorts adviseert de Commissie een proceskostenvergoeding toe te kennen.
Onderwerp van advies
Het door gemachtigde namens belanghebbende ingediende bezwaarschrift is gericht tegen de door UHT genomen definitieve beschikking compensatie kinderopvangtoeslag.
Aan belanghebbende is met toepassing van de Wet hersteloperatie toeslagen (hierna: Wht) geen compensatie toegekend voor de toeslagjaren 2010 tot en met 2013, 2018 en 2019.
Procesverloop
- Belanghebbende heeft op 3 maart 2021 verzocht om een herbeoordeling van de kinderopvangtoeslag (hierna: KOT) voor de toeslagjaren 2010 tot en met 2020. In overleg met belanghebbende ziet de herbeoordeling op de toeslagjaren 2010 tot en met 2013, 2018 en 2019.
- Op 13 mei 2022 en 7 november 2022 heeft UHT op basis van de eerste toets aangegeven dat belanghebbende vooralsnog niet in aanmerking komt voor een betaling op grond van de Catshuisregeling.
- Op 9 juni 2023 heeft de Commissie van Wijzen (hierna: CvW) geoordeeld dat de compensatieregeling en de hardheidscompensatie niet van toepassing zijn op de toeslagjaren 2010 tot en met 2013, 2018 en 2019.
- Bij beschikking van 20 juni 2023 heeft UHT besloten dat belanghebbende geen recht heeft op compensatie voor de toeslagjaren 2010 tot en met 2013, 2018 en 2019.
- Op 10 juli 2023 heeft gemachtigde hiertegen een bezwaarschrift ingediend en op 22 maart 2024 de gronden aangevuld.
- Op 23 april 2025 heeft UHT een schriftelijke beschouwing ingediend.
- Op 17 november 2025 heeft gemachtigde aanvullende stukken toegestuurd.
- Op 25 november 2025 heeft een hoorzitting plaatsgevonden. Het hoorverslag is bij dit advies gevoegd.
- Dit advies wordt uitgebracht door de voorzitter, eerste commissielid, tweede commissielid.
Ontvankelijkheid en algemene opmerkingen
Niet in geschil is dat het bezwaar ontvankelijk is.
Overwegingen ten aanzien van de bezwaren en het bestreden besluit
In het aanvullende bezwaarschrift en tijdens de hoorzitting is aangegeven dat het bezwaar zich enkel nog richt op het afgewezen toeslagjaar 2013. Om die reden beperkt het advies van de Commissie zich tot de vraag of compensatie voor toeslagjaar 2013 terecht is afgewezen.
Afgewezen toeslagjaar 2013
Belanghebbende geeft aan dat ten onrechte wordt gesteld dat zij de KOT telefonisch zelf heeft stopgezet. Omdat de opvanglocatie waar belanghebbende gebruik van maakte ging sluiten, heeft de opvang vanaf augustus 2013 plaatsgevonden op een andere vestiging. Belanghebbende stelt deze wijziging van opvanglocatie telefonisch te hebben doorgegeven aan de Belastingdienst/Toeslagen (hierna: B/T). Vervolgens heeft B/T de KOT volgens haar ten onrechte per 1 augustus 2013 volledig stopgezet. Belanghebbende heeft een informatiebrief van de opvanginstelling gedateerd op 2 mei 2013 over de aanstaande sluiting en een op 8 mei 2013 ondertekende plaatsingsovereenkomst voor de nieuwe vestiging overgelegd.
Tijdens de hoorzitting heeft UHT aangeven dat naar aanleiding van de op 17 november 2025 door gemachtigde toegestuurde stukken, blijkt dat vanaf augustus tot en met december 2013 opvang is afgenomen en belanghebbende daarmee voldeed aan de voorwaarden voor KOT. Echter, omdat belanghebbende zelf telefonisch de KOT heeft stopgezet per 31 juli 2013, blijft UHT bij het standpunt dat belanghebbende niet in aanmerking komt voor compensatie. UHT verwijst naar de melding waaruit volgens UHT blijkt dat een medewerker van B/T deze telefonische stopzetting in het systeem heeft verwerkt (productie 42). Op het moment dat een aanvrager telefonisch een stopzetting van de KOT doorgeeft, mag B/T hier, zonder schriftelijk nadere informatie te hoeven opvragen, van uitgaan. Om die reden is geen sprake van vooringenomenheid en komt belanghebbende niet in aanmerking komt voor compensatie.
De Commissie overweegt als volgt. Niet ter discussie staat dat belanghebbende geheel 2013 opvang heeft afgenomen en voldeed aan de voorwaarden om aanspraak te maken op KOT. Uit het bezwaardossier volgt dat voor toeslagjaar 2013 in eerste instantie een voorschot van € 18.601 aan KOT is toegekend. Bij beschikking van 21 augustus 2013 is het voorschot neerwaarts bijgesteld naar €10.801 en een bedrag van € 1.599 aan KOT teruggevorderd. Uit het overzicht van het Landelijk Incasso Centrum (hierna: LIC) blijkt dat belanghebbende de terugvordering op 30 augustus 2013 heeft voldaan. Voorts blijkt uit de tijdlijn van het informatie- en beoordelingsformulier dat op 8 oktober 2013 een melding is gemaakt van een aanvraag voor KOT met als ingangsdatum 31 juli 2013. In het systeem is de aanvraag verwerkt als aanvraag voor nul uren opvang. Tijdens de hoorzitting heeft UHT aangegeven dat dit de verwerking in het systeem is van de op 17 juli 2013 telefonisch doorgegeven stopzetting per 31 juli 2013.
De mutatie in het systeem van 8 oktober 2013 komt de Commissie vreemd voor, nu de KOT in het systeem al was stopgezet en belanghebbende volgens het overzicht van het LIC de daarop gebaseerde terugvordering, vermeld in de beschikking van 21 augustus 2013, reeds had betaald.
De Commissie neemt onder andere de volgende omstandigheden in beschouwing voor haar oordeel dat het zeer aannemelijk is dat de melding van belanghebbende op 31 juli 2013 niet juist verwerkt is. Ten eerste betwist belanghebbende de KOT telefonisch te hebben laten stopzetten. Ten tweede is er geen gespreksnotitie aangetroffen van de melding en door de medewerker van B/T handmatig doorgevoerde stopzetting naar aanleiding van dit telefonische contact. Ten derde was al ruim voor het betreffende telefoongesprek, op 8 mei 2013, de plaatsingsovereenkomst getekend voor de nieuwe opvanglocatie per augustus 2013. En tot slot, gelet op de onverklaarbare melding in het systeem op 8 oktober 2013 met een ingangsdatum kinderopvang per 31 juli 2013, acht de Commissie het aannemelijk in dit geval sprake is geweest van het niet correct verwerken van door belanghebbende telefonisch doorgegeven informatie met betrekking tot het wijzigen van de opvanglocatie. Volgens het Handboek Integrale Beoordeling is het niet correct verwerken van door belanghebbende aangeleverde informatie verwijtbaar aan B/T en kan worden aangemerkt als vooringenomen handelen.
De Commissie adviseert het bezwaar, gelet op deze combinatie van omstandigheden, gegrond te verklaren en belanghebbende voor toeslagjaar 2013 te compenseren op grond van vooringenomenheid.
Proceskostenvergoeding
Nu het bezwaar naar de mening van de Commissie gegrond is en het advies van de Commissie ertoe strekt om de beschikking te herroepen, adviseert de Commissie om de kosten van rechtsbijstand in deze procedure te vergoeden op grond van het Besluit proceskosten bestuursrecht (één bezwaarschriften en één hoorzitting). De Commissie adviseert om hierbij de hoogste vergoeding toe te kennen met wegingsfactor twee.
Conclusie
Samengevat adviseert de Commissie:
- het bezwaarschrift gegrond te verklaren, belanghebbende te erkennen als gedupeerde en compensatie toe te kennen op grond van vooringenomen handelen door B/T met betrekking tot toeslagjaar 2013;
- een proceskostenvergoeding toe te kennen.
[handtekening]
Secretaris
[handtekening]
Fungerend voorzitter