Ga direct naar de inhoud Ga direct naar de filters Ga direct naar de footer

BAC 2023-11766

Advies van de Bezwaarschriftenadviescommissie hersteloperatie toeslagen

Aan: Belastingdienst/Uitvoeringsorganisatie Herstel Toeslagen (hierna: UHT)

Betreft: het bezwaarschrift van belanghebbende

Primair besluit: 17 januari 2023 (UHT-O OGS B)

Hoorzitting: 21 juli 2025 om 11:00 uur

Overdracht advies aan UHT: 28 oktober 2025

Samenvatting

De Bezwaarschriftenadviescommissie (hierna: de Commissie) adviseert UHT om het bezwaar gedeeltelijk gegrond te verklaren.

Onderwerp van advies

Het door gemachtigde namens belanghebbende ingediende bezwaarschrift is gericht tegen de door UHT genomen definitieve beschikking compensatie kinderopvangtoeslag.

Aan belanghebbende is met toepassing van de Wet hersteloperatie toeslagen (hierna: Wht) compensatie toegekend voor een bedrag van €23.241,- voor 2014 en geen compensatie voor de toeslagjaren 2012, 2013 en 2015 tot en met 2020; tevens is een OGS-compensatie van €1.067,- toegekend voor de jaren 2012, 2016 en 2017.

Procesverloop

  • Belanghebbende heeft op 7 mei 2020 verzocht om een herbeoordeling van de kinderopvangtoeslag (hierna: KOT) over de jaren 2012, kennelijk uitgebreid met de jaren 2013 tot en met 2020.
  • De Commissie van Wijzen (hierna: CvW) heeft haar beoordeling van het verzoek van belanghebbende op 17 februari 2021 aan de Belastingsienst/Toeslagen toegestuurd. De CvW heeft geadviseerd dat gedurende de jaren 2012, 2013 en 2015 tot en met 2020 geen sprake is geweest van institutionele vooringenomen handelen en dat voor de jaren 2012, 2016 en 2017 een tegemoetkoming opzet/grove schuld (hierna: O/GS) moet worden toegekend.
  • UHT heeft bij vooraankondiging aan belanghebbende een compensatie toegekend voor een bedrag van €30.000,-.
  • Gemachtigde heeft tegen de beschikkingen een bezwaarschrift ingediend.
  • UHT heeft op 7 juni 2024 schriftelijk gereageerd op de bezwaarschriften.
  • Op 21 juli 2025 heeft een hoorzitting plaatsgevonden. Van de hoorzitting is een verslag gemaakt, dat achter het advies is gevoegd.
  • UHT heeft, daartoe door de Commissie ter zitting verzocht, op 5 september 2025 een nadere schriftelijke reactie ingediend. Gemachtigde heeft daar niet meer op gereageerd.
  • Dit advies wordt uitgebracht door de voorzitter, eerste commissielid, tweede commissielid.

Ontvankelijkheid en algemene opmerkingen

Niet in geschil is dat het bezwaarschrift ontvankelijk is.

Overwegingen ten aanzien van de bezwaren en het bestreden besluit

De Commissie ziet zich gesteld voor de vraag of UHT de toegekende compensatie op de juiste wijze heeft berekend.

Dossier en motivering

Belanghebbende stelt dat zonder het volledige persoonlijke dossier de bestreden beschikking niet kan worden gecontroleerd en dat UHT hiermee handelt in strijd met het beginsel equality of arms. De Commissie volgt dit standpunt niet. De op de zaak betrekking hebbende stukken en de beschouwing van UHT zijn aan belanghebbende toegezonden. De Commissie heeft geen aanknopingspunten gevonden om aan te nemen dat hier niet is voldaan aan de in artikel 7:4 lid 2 van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: Awb) neergelegde verplichting om alle op de zaak betrekking hebbende stukken ter inzage te leggen. Belanghebbende heeft op de voet van artikelen 7:4 lid 2 Awb en 5.2 leden 3 en 4 Wht voorafgaand aan de zitting kennis kunnen nemen van de (afschriften van de) op de zaak betrekking hebbende stukken. Hierdoor heeft belanghebbende kennis kunnen nemen van de stukken die ten grondslag liggen aan de bestreden beschikkingen en is zij in de gelegenheid geweest om daarop te reageren. Voor het overige kan de Commissie UHT volgen in het ingenomen standpunt ten aanzien van de motivering van het besluit en de zorgvuldigheid van het hieraan ten grondslag liggende onderzoek. Met de schriftelijke reactie, de uitleg ter zitting en de op de zaak betrekking hebbende stukken, heeft UHT het bestreden besluit voldoende onderbouwd. De Commissie adviseert de bezwaren van belanghebbende op dit punt ongegrond te verklaren.

Toeslagjaren

De CvW heeft geadviseerd dat gedurende de jaren 2012, 2013 en 2015 tot en met 2020 geen sprake is geweest van institutionele vooringenomenheid en dat voor de jaren 2012, 2016 en 2017 een tegemoetkoming opzet/grove schuld (hierna: O/GS) moet worden toegekend. In haar aanvullende beschouwing heeft UHT één en ander toegelicht, maar komt zij tot de conclusie dat in toeslagjaar 2012 wel sprake is geweest van vooringenomenheid en dat belanghebbende over dat toeslagjaar recht heeft op compensatie. Verder stelt UHT in haar aanvullende beschouwing vast dat de compensatieberekening over 2014 fouten bevat en dat componenten j, m, s, t en u moeten worden aangepast. UHT zal dit doen met de beslissing op bezwaar. Deze toelichting, die overigens niet meer door belanghebbende is bestreden, is duidelijk en navolgbaar. De Commissie adviseert UHT daarom het bezwaar van belanghebbende op dit onderdeel gegrond te verklaren en de constateringen uit haar aanvullende beschouwing mee te nemen in haar beslissing op bezwaar.

Berekening tegemoetkoming opzet/grove schuld (O/GS)

De Commissie stelt vast dat belanghebbende in totaal een bedrag van €3.551,- heeft moeten terugbetalen dat valt onder de reikwijdte van artikel 2.6. leden 1 en 2 Wht. Ingevolge artikel 2.6. lid 2 Wht bedraagt de tegemoetkoming 30 procent van het bedrag van de terugvordering. Dit levert een tegemoetkoming op van €1.067,-. Omdat dit bedrag lager is dan het bedrag dat belanghebbende reeds heeft ontvangen, leidt dit niet tot een (extra) betaling. De Commissie meent dat UHT dit in haar aanvullende beschouwing voldoende heeft toegelicht. Nu belanghebbende deze toelichting niet meer bestreden heeft, adviseert de Commissie UHT de bezwaren van belanghebbende op dit punt ongegrond te verklaren.

Proceskostenvergoeding

Nu de primaire besluiten naar de mening van de Commissie dienen te worden herroepen, adviseert de Commissie tot toewijzing van het verzoek om vergoeding van de kosten van rechtsbijstand in deze bezwaarprocedure. Op grond van het Besluit proceskosten bestuursrecht heeft belanghebbende recht op een forfaitaire vergoeding op basis van twee procespunten (bezwaarschriften en verschijnen hoorzitting) met een wegingsfactor 2 voor alle bezwaarschriften tezamen. Net als in eerdere zaken adviseert de Commissie daarbij de hoogste vergoeding per procespunt toe te kennen.

Conclusie

Samengevat adviseert de Commissie om het bezwaar gedeeltelijk gegrond te verklaren en een proceskostenvergoeding toe te kennen.

[handtekening]

Secretaris

[handtekening]

Fungerend voorzitter