Ga direct naar de inhoud Ga direct naar de filters Ga direct naar de footer

BAC 2023-13467

Advies van de Bezwaarschriftenadviescommissie hersteloperatie toeslagen

Aan: Belastingdienst/Uitvoeringsorganisatie Herstel Toeslagen (hierna: UHT)

Betreft: het bezwaarschrift van belanghebbende

Primair besluit: 21 april 2023 (UHT-DCHA)

Hoorzitting: 24 juni 2025

Overdracht advies aan UHT: 1 december 2025

Samenvatting

De Bezwaarschriftenadviescommissie (hierna: de Commissie) adviseert UHT om het bezwaar ongegrond te verklaren.

Onderwerp van advies

Het door de gemachtigde namens belanghebbende ingediende bezwaarschrift is gericht tegen de door UHT genomen definitieve beschikking compensatie kinderopvangtoeslag van 21 april 2023 met het kenmerk UHT-DCHA (hierna: de bestreden beschikking).

In de bestreden beschikking heeft UHT besloten dat belanghebbende geen recht heeft op compensatie.

Procesverloop

  • Belanghebbende heeft verzocht om een herbeoordeling van de kinderopvang-toeslag (hierna: KOT) over de toeslagjaren 2016 tot en met 2019.
  • UHT heeft bij beschikking van 18 januari 2022 aan belanghebbende medegedeeld dat zij niet in aanmerking komt voor een betaling van € 30.000.
  • De Commissie van Wijzen (hierna: CvW) heeft haar beoordeling van het verzoek van belanghebbende op 14 februari 2023 aan UHT toegestuurd. De CvW heeft geadviseerd dat gedurende de betrokken jaren geen sprake is geweest van institutionele vooringenomenheid of bijzondere omstandigheden.
  • UHT heeft bij bestreden beschikking aan belanghebbende medegedeeld dat zij geen recht heeft op compensatie.
  • Gemachtigde heeft bij brief van 1 juni 2023, ingekomen op 2 juni 2023, tegen deze beschikking een bezwaarschrift ingediend.
  • Gemachtigde heeft bij brief van 23 juli 2024, ingekomen op het bezwaarschrift aangevuld.
  • UHT heeft op 7 november 2024 schriftelijk gereageerd op het bezwaarschrift.
  • Op 24 juni 2025 heeft een hoorzitting plaatsgevonden. Van de hoorzitting is een verslag gemaakt, dat achter het advies is gevoegd.
  • Op 26 juni 2025 heeft gemachtigde, naar aanleiding van de hoorzitting, aanvullende stukken ingediend.
  • Op 8 juli 2025 heeft UHT een aanvullende beschouwing ingediend.
  • Op 29 juli 2025 heeft gemachtigde gereageerd op de aanvullende beschouwing van UHT.
  • Op 13 augustus 2025 heeft UHT middels een aanvullende beschouwing gereageerd.
  • Dit advies wordt uitgebracht door de voorzitter en twee commissieleden.

Ontvankelijkheid

Niet in geschil is dat het bezwaarschrift ontvankelijk is.

Overwegingen ten aanzien van de bezwaren en het bestreden besluit

Onvolledig dossier
Belanghebbende voert aan zij niet de beschikking heeft over haar volledig bezwaardossier en daardoor niet over de voor het voeren van bezwaar benodigde documenten beschikt. De Commissie overweegt hierover het volgende.

De Commissie is een onafhankelijke bezwaarschriftenadviescommissie in de zin van artikel 7:13 van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: Awb). Voor de procedure bij de Commissie gelden de procedurele waarborgen van de Awb en tegen beslissingen op bezwaar van UHT, zoals volgt op de adviezen van de Commissie, kan een belanghebbende rechtsmiddelen instellen bij de rechter.

Op grond van artikel 7:4 lid 2 Awb en artikel 5.2 leden 3 en 4 van de Wht heeft een belanghebbende voorafgaand aan de hoorzitting bij de Commissie recht op afschriften van de op de zaak betrekking hebbende stukken. Het verweerschrift, met alle van belang zijnde producties, is aan gemachtigde toegezonden. Hierdoor hebben gemachtigde en belanghebbende kennis kunnen nemen van de stukken die ten grondslag liggen aan de bestreden besluiten en gelegenheid gehad om daarop te reageren. Naar het oordeel van de Commissie is daarmee in voldoende mate invulling gegeven aan de procedurele waarborgen van de Awb. Het bezwaar is op dit punt ongegrond.

Motiverings- en zorgvuldigheidsbeginsel
Belanghebbende stelt in het bezwaar dat de bestreden beschikking onvoldoende is gemotiveerd en niet zorgvuldig tot stand is gekomen.

De Commissie kan UHT volgen ten aanzien van de motivering van het besluit en de zorgvuldigheid van het hieraan ten grondslag liggende onderzoek. Voor zover UHT de bestreden beschikking niet voldoende zou hebben toegelicht, impliceert dat niet dat van een gebrekkige motivering dan wel onzorgvuldigheid sprake is. De Commissie is van mening dat met het indienen van het uitgebreide schriftelijke verweer, de betaal- en verrekenoverzichten en overige producties het bestreden besluit voldoende is onderbouwd en zorgvuldig tot stand is gekomen. De Commissie adviseert, gelet op voorgaande overwegingen, het bezwaar op dit punt ongegrond te verklaren.

Toeslagjaren 2016 en 2017
Belanghebbende stelt dat zij over toeslagjaren 2016 en 2017 recht heeft op compensatie en als gedupeerde aangemerkt dient te worden.

De Commissie overweegt dat, gelet op hetgeen uit het dossier blijkt, niet aannemelijk is geworden dat er bij de toekenning, aanpassing of terugvordering van de KOT voor toeslagjaren 2016 en 2017 sprake is geweest van institutioneel vooringenomen handelen door B/T. De terugvordering van de KOT over deze periode was gelegen in een te hoog voorschot, dat op basis van reguliere wijzigingen opnieuw is berekend. Deze bijstellingen zijn conform de wet uitgevoerd. Ook zijn in het bezwaar onvoldoende aanknopingspunten gevonden waaruit blijkt dat in deze periode sprake is geweest van dusdanige bijzondere omstandigheden, zodat ook voor de toepassing van de hardheidscompensatie, zoals bedoeld in artikel 2.1 lid 1 sub b Wet herstel toeslagen, geen reden is.

Daarnaast stelt de Commissie vast dat uit het dossier niet is gebleken van een onterechte O/GS-kwalificatie. Het enkele feit dat een betalingsregeling geweigerd is, is onvoldoende voor compensatie wegens O/GS. Er moet ook sprake zijn van een onterechte kwalificatie O/GS en dat is in deze zaak niet aannemelijk geworden. Er zijn aan de Commissie overigens ook geen bijzondere omstandigheden gebleken die tot een ander oordeel leiden. Hierbij neemt de Commissie ook de door gemachtigde overgelegde stukken in aanmerking. Gelet op het voorgaande adviseert de Commissie om het bezwaar op dit onderdeel ongegrond te verklaren.

De Commissie adviseert wel de belanghebbende het memo ‘Onderliggende stukken O/GS’ van Dienst Toeslagen Afdeling Vaktechniek van 18 september 2025 te doen toekomen en in de beslissing op bezwaar gemotiveerd uit te leggen hoe UHT in de onderhavige kwestie heeft voldaan aan hetgeen aan het slot van dat memo is verwoord en eventuele geconstateerde tekortkomingen in de aan het slot van het memo bedoelde informatieverstrekking te herstellen.

Toeslagjaar 2019
Belanghebbende stelt dat zij over toeslagjaar 2019 als gedupeerde aangemerkt dient te worden.

De Commissie stelt vast dat een deel van de besluitvorming over deze periode betrekking heeft op besluitvorming na 23 oktober 2019. Gelet op artikel 2.1 lid 1 Wht valt dit gedeelte buiten de bevoegdheid van deze Commissie om hierover te adviseren.

De Commissie overweegt dat de neerwaartse beschikking van 29 januari 2019 is doorgevoerd naar aanleiding van de stopzetting van de KOT door belanghebbende per 1 juli 2019. Uit de stukken en het verhandelde ter zitting is niet gebleken dat dit niet juist zou zijn. De Commissie ziet geen aanleiding om te oordelen dat er sprake is geweest van institutioneel vooringenomen handelen door B/T dan wel hardheid van het stelsel. Hierbij neemt zij de door belanghebbende aangevoerde omstandigheden, waaronder het zelf voorschieten van de opvangkosten, ook in aanmerking. Tussen partijen staat niet ter discussie dat de KOT over deze periode is toegekend aan belanghebbende en ook is betaald. De Commissie ziet dan ook geen reden om belanghebbende over deze periode als gedupeerde aan te merken. De Commissie adviseert het bezwaar op dit onderdeel ongegrond te verklaren.

Vergoeding proceskosten
Met betrekking tot de kosten van de rechtsbijstand in deze bezwaarprocedure geldt dat, nu het bezwaar ongegrond is, belanghebbende geen recht heeft op vergoeding.

Conclusie

Samengevat adviseert de Commissie om het bezwaar ongegrond te verklaren en het verzoek voor een proceskostenvergoeding af te wijzen.

[handtekening]

Secretaris

[handtekening]

Fungerend voorzitter