BAC 2023-13413
Publicatiedatum 01-04-2026
Advies van de Bezwaarschriftenadviescommissie hersteloperatie toeslagen
Aan: Belastingdienst/Uitvoeringsorganisatie Herstel Toeslagen (hierna: UHT)
Betreft: het bezwaarschrift van belanghebbende
Primair besluit: 8 mei 2023 (UHT-DCH)
Hoorzitting: 2 september 2025
Overdracht advies aan UHT: 1 december 2025
Samenvatting
De Bezwaarschriftenadviescommissie (hierna: de Commissie) adviseert UHT om het bezwaar gericht tegen het besluit van 8 mei 2023 met kenmerk UHT-DCH gedeeltelijk gegrond te verklaren en een proceskostenvergoeding toe te kennen.
Onderwerp van advies
Het door de gemachtigde namens belanghebbende ingediende bezwaarschrift is gericht tegen de door UHT genomen definitieve beschikking compensatie kinderopvangtoeslag.
Aan belanghebbende is met toepassing van de Wet hersteloperatie toeslagen (hierna: Wht) compensatie toegekend voor een bedrag van € 24.020 voor toeslagjaar 2009. De reden is dat Belastingdienst/Toeslagen (hierna: B/T) fouten heeft gemaakt bij de beoordeling van de KOT. Het bedrag is op grond van de Catshuisregeling aangevuld tot € 30.000. Compensatie voor de toeslagjaren 2010 tot en met 2014 is afgewezen.
Procesverloop
- Op 23 februari 2021 heeft belanghebbende verzocht om een herbeoordeling van de kinderopvangtoeslag (hierna: KOT). De herbeoordeling ziet op de toeslag-jaren 2009 tot en met 2014.
- Bij beschikking van 10 mei 2021 heeft UHT belanghebbende geïnformeerd dat zij op basis van de eerste toets in aanmerking komt voor het forfaitaire bedrag van € 30.000 van de Catshuisregeling.
- Bij beschikking van 8 mei 2023 heeft UHT aan belanghebbende een compensatiebedrag van € 24.020 toegekend voor toeslagjaar 2009. Compensatie voor de toeslagjaren 2010 tot en met 2014 is afgewezen.
- Op 11 mei 2023 heeft gemachtigde namens belanghebbende een bezwaarschrift ingediend.
- Op 3 maart 2025 heeft UHT een schriftelijke reactie ingediend.
- Op 2 september 2025 heeft er een hoorzitting plaatsgevonden. Het hoorverslag is bij het advies gevoegd.
- Naar aanleiding van hetgeen ter hoorzitting is besproken heeft UHT op
9 oktober 2025 een aanvullende beschouwing ingediend met als bijlage de ‘Werkinstructie OGS vaststelling’. Gemachtigde heeft hier op 5 november 2025 op gereageerd. - Dit advies wordt uitgebracht door de voorzitter en twee commissieleden.
Ontvankelijkheid
Niet is geschil is dat het bezwaar ontvankelijk is.
Overwegingen ten aanzien van de bezwaren en het bestreden besluit
De Commissie ziet zich gesteld voor de beantwoording van de vragen of UHT de toegekende compensatie op de juiste wijze heeft berekend en of UHT terecht en op goede gronden is gekomen tot haar beslissing om het verzoek van belanghebbende om compensatie of tegemoetkoming voor de andere jaren dan 2009 af te wijzen. Tevens zal de Commissie ingaan op de overige gronden van bezwaar.
Definitieve compensatieberekening
Belanghebbende stelt het niet eens te zijn met het aan haar toegekende compensatiebedrag. De aan belanghebbende toegekende compensatie bestaat op grond van artikel 2.2 Wht uit verschillende componenten. De hoogte van die componenten is bepaald in artikel 2.3 Wht. In haar schriftelijke reactie heeft UHT de componenten en de hoogte hiervan concreet toegelicht. UHT heeft zich daarin op het standpunt gesteld dat de rentevergoeding over de gemiste KOT onjuist blijkt te zijn vastgesteld voor het jaar 2009. Ingevolge artikel 2.3, lid 7, Wht wordt, kortweg, over het bedrag van de gemiste KOT als gevolg van de neerwaartse correctiebeschikking, rente vergoed. De rente wordt berekend over het bedrag aan compensatie voor correctiebesluiten met overeenkomstige toepassing van artikel 27 Awir. In de compensatieberekening is de rente over de gemiste KOT opgenomen onder component o. UHT heeft in haar schriftelijke reactie opgemerkt dat in de nieuwe berekening voor het jaar 2009 op een hogere rentevergoeding wordt uitgekomen. Dit zal worden aangepast in de beslissing op bezwaar.
Ten aanzien van de berekening immateriële schade heeft UHT de Commissie meegedeeld dat UHT, indien een bezwaar (gedeeltelijk) gegrond is, bij de berekening van de vergoeding voor immateriële schade – in afwijking van de Wht – als einddatum zal hanteren de datum van de beslissing op het bezwaar.
De Commissie adviseert UHT daarom dit beleid ook in dit geval toe te passen.
De Commissie heeft geen aanleiding UHT in bovenstaande standpunten niet te volgen. De Commissie adviseert UHT daarom aan haar toezegging uit de schriftelijke reactie gevolg te geven en de compensatieberekening dienovereenkomstig aan te passen in de beslissing op bezwaar. De aanpassingen hebben tevens tot gevolg dat ook de aanvullende vergoeding van 1% wijzigt.
De overige bedragen in de compensatieberekening zijn vastgesteld aan de hand van de gegevens die UHT tot haar beschikking had. De bedragen zijn afkomstig van onder meer de voorschotbeschikkingen en de definitieve beschikkingen.
De Commissie is van oordeel dat met het indienen van de schriftelijke reactie, de betaal- en verrekenoverzichten en de overige producties, de compensatieberekening en daarmee het bestreden besluit voldoende is onderbouwd en in zoverre zorgvuldig tot stand is gekomen. Uit de stellingname van gemachtigde volgt niet dat in het beschikbaar gestelde bezwaardossier nog specifieke stukken zouden ontbreken die van enig belang zijn geweest bij de door UHT genomen besluiten. Naar het oordeel van de Commissie zijn er dan ook geen aanknopingspunten dat belanghebbende in haar procesbelang is geschaad.
2010
In dit jaar is de KOT eenmaal neerwaarts gecorrigeerd naar aanleiding van een doorgegeven wijziging van belanghebbende en de toegestuurde jaaropgave.
2011
In dit jaar is de KOT tweemaal neerwaarts gecorrigeerd. Beide neerwaartse correcties houden verband met de door belanghebbende doorgegeven wijzigingen omtrent de opgestuurde opvanggegevens.
2012
Er hebben geen neerwaartse correcties plaatsgevonden. Compensatie is in dat geval in beginsel niet aan de orde.
2013
In dit jaar heeft er één neerwaartse correctie van de KOT plaatsgevonden.
De correctie is naar aanleiding van de door belanghebbende opgestuurde jaaropgave.
2014
In dit jaar is de KOT gecorrigeerd op basis van de gegevens uit de KOI-viewer.
De Commissie heeft geen reden om te twijfelen aan de producties die aanleiding vormden voor de correcties.
De slotsom is dat de verplichting tot terugbetaling van de KOT voor de toeslag-jaren 2010, 2011, 2013 en 2014 het gevolg is van reguliere correcties. Dat kan niet worden aangemerkt als institutioneel vooringenomen handelen. De reguliere correcties wijzen ook niet op onbillijkheden vanwege de hardheid waarmee het wettelijk systeem werd toegepast. Daarbij ligt het in de aard van een voorschot besloten dat de werkelijke, later vast te stellen aanspraak, op een lager bedrag kan uitkomen. Aan een voorschot kan in beginsel niet het gerechtvaardigde vertrouwen worden ontleend dat een definitieve aanspraak op een daarmee overeenstemmend bedrag bestaat.
Verder heeft belanghebbende expliciet een beroep gedaan op de hardheids-regeling met betrekking tot toeslagjaar 2011. Zij heeft hieraan ten grondslag gelegd dat zij is geconfronteerd met een terugvordering van meer dan € 1.500, terwijl de KOT aan de kinderopvanginstelling werd overgemaakt.
De Commissie overweegt dat blijkens het handboek van UHT sprake kan zijn van een bijzondere omstandigheid die aanleiding geeft tot recht op compensatie vanwege hardheid, indien de KOT rechtstreeks is uitbetaald aan de kinderopvanginstelling maar bij de ouder is teruggevorderd omdat het recht op KOT lager bleek te zijn. Deze bijzondere omstandigheid doet zich in dit geval niet voor. Hoewel er inderdaad sprake is van een terugvordering bij belanghebbende, terwijl de KOT is uitbetaald aan de kinderopvanginstelling, is de gehele KOT die is ontvangen ten goede gekomen aan belanghebbende. Uit het dossier volgt immers dat de opvangkosten hoger waren dan de uitgekeerde KOT. Dit betekent dat de kinderopvanginstelling niet ten onrechte de teveel betaalde KOT voor zichzelf heeft gehouden en dat er geen ruimte is voor compensatie op grond van hardheid. Er is namelijk een bedrag van € 14.436 aan de kinderopvanginstelling uitbetaald, terwijl de daadwerkelijke opvangkosten € 16.637 bedroegen. Dit betekent dat de aan de kinderopvanginstelling betaalde KOT geheel aan belanghebbende ten goede is gekomen en dat de terugvordering van € 2.145 van belanghebbende daarom terecht is.
Niet herbeoordeeld toeslagjaar 2008
Ter hoorzitting is door de behandelend ambtenaar toegezegd om het verzoek ook toeslagjaar 2008 te herbeoordelen uit te zetten bij de primaire afdeling.
De Commissie adviseert dienovereenkomstig te handelen.
Integraal subjectief toezicht (hierna: IST)
De Commissie is van oordeel dat wanneer IST aan de orde is, daarmee niet per definitie sprake is van institutioneel vooringenomen handelen als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, onder a, van de Wht. De Commissie heeft reeds hierboven opgemerkt dat de redenen van de bijstellingen van de KOT waren gelegen in reguliere correcties. Onvoldoende aannemelijk is dat IST daarbij een rol heeft gespeeld.
Voorts heeft UHT naar het oordeel van de Commissie voldoende toegelicht dat navraag is gedaan bij CAP UHT Betalen & Innen, maar dat daar geen gegevens bekend zijn dat belanghebbende een persoonlijke betalingsregeling voor de terugvorderingen KOT heeft aangevraagd. De Commissie adviseert daarom dit onderdeel van het bezwaar ongegrond te verklaren.
Proceskostenvergoeding
Nu het primaire besluit met het kenmerk UHT-DCH naar het oordeel van de Commissie dient te worden herroepen, adviseert de Commissie om het verzoek voor vergoeding van de kosten van rechtsbijstand in deze bezwaarprocedure toe te wijzen. Op grond van het Besluit proceskosten bestuursrecht heeft belang-hebbende recht op een forfaitaire vergoeding op basis van 2 procespunten (bezwaarschrift en verschijnen hoorzitting) met een wegingsfactor 2. Net als in eerdere zaken adviseert de Commissie daarbij de hoogste vergoeding per procespunt toe te kennen.
Conclusie
Samengevat adviseert de Commissie om het bezwaar gericht tegen het besluit van 8 mei 2023 met kenmerk UHT-DCH gedeeltelijk gegrond te verklaren en een proceskostenvergoeding toe te kennen.
[handtekening]
Secretaris
[handtekening]
Fungerend voorzitter