Ga direct naar de inhoud Ga direct naar de filters Ga direct naar de footer

BAC 2022-11133

Advies van de Bezwaarschriftenadviescommissie hersteloperatie toeslagen

Aan: Belastingdienst/Uitvoeringsorganisatie Herstel Toeslagen (hierna: UHT)

Betreft: het bezwaarschrift van belanghebbende

Primair besluit: 6 juli 2022 (UHT-DC I, UHT-DH A en UHT-DC-I A)

Hoorzitting: 4 december 2025

Overdracht advies aan UHT: 17 december 2025

Samenvatting

De Bezwaarschriftenadviescommissie (hierna: de Commissie) adviseert UHT om het bezwaar tegen de beschikking met kenmerk UHT-DC I gedeeltelijk gegrond te verklaren, deze beschikking te herroepen en opnieuw te beslissen met inachtneming van dit advies en om een proceskostenvergoeding toe te kennen. De Commissie adviseert daarnaast om het bezwaar tegen de beschikkingen met kenmerk UHT-DH A en UHT-DC-I A ongegrond te verklaren.

Onderwerp van advies

Het door gemachtigde namens belanghebbende ingediende bezwaar is gericht tegen de door UHT genomen definitieve beschikkingen compensatie kinderopvangtoeslag van 6 juli 2022, met kenmerk UHT-DC I, UHT-DH A en UHT-DC-I A.

Aan belanghebbende is met toepassing van de Compensatieregeling CAF 11 en vergelijkbare (CAF-)zaken van 28 augustus 2020 (Stcrt. 2020, nr. 45904) compensatie toegekend van € 10.941, voor toeslagjaar 2016 en geen compensatie of tegemoetkoming toegekend voor de toeslagjaren 2017 en 2018. Het bedrag van € 10.941 is op grond van de Catshuisregeling aangevuld tot € 30.000.

Op 5 november 2022 is de Wet van 2 november 2022 houdende regels ten behoeve van de hersteloperatie toeslagen (Wet hersteloperatie toeslagen, hierna: Wht) in werking getreden. Gelet op het bepaalde in de artikelen 8.6 en 9.2 Wht moeten de bestreden beschikkingen geacht worden te zijn genomen op grond van artikel 2.1 en verder van de Wht.

Procesverloop

  • Belanghebbende heeft op 20 mei 2021 verzocht om herbeoordeling van de kinderopvangtoeslag (hierna: KOT) over toeslagjaren 2016 en 2018. In overleg met belanghebbende is de herbeoordeling uitgebreid met toeslagjaar 2017.
  • De Commissie van Wijzen (hierna: CvW) heeft haar beoordeling van het verzoek van belanghebbende op 7 april 2022 aan UHT toegestuurd. CvW heeft geadviseerd dat er ten aanzien van de toeslagjaren 2017 en 2018 geen sprake is geweest van institutionele vooringenomenheid of hardheid.
  • UHT heeft op 13 april 2022 aan belanghebbende een bedrag van € 30.000 uitbetaald, op grond van de Catshuisregeling.
  • UHT heeft bij vooraankondiging van 5 mei 2022, met kenmerk UHT-VC I, aan belanghebbende een voorlopige compensatie toegekend voor een bedrag van €10.941, voor toeslagjaar 2016.
  • UHT heeft bij de bestreden definitieve beschikking afwijzing compensatie kinderopvangtoeslag van 6 juli 2022, met kenmerk UHT-DC-I A, aan belanghebbende medegedeeld dat zij geen recht heeft op compensatie wegens vooringenomen handelen door de Belastingdienst/Toeslagen (hierna: B/T) ten aanzien van de toeslagjaren 2017 en 2018.
  • UHT heeft bij de bestreden definitieve beschikking herbeoordeling kinderopvangtoeslag van 6 juli 2022, met kenmerk UHT-DH A, aan belanghebbende geen compensatie wegens hardheid of tegemoetkoming wegens een onterechte kwalificatie opzet/grove schuld (hierna: O/GS) toegekend ten aanzien van de toeslagjaren 2017 en 2018.
  • UHT heeft bij de bestreden beschikking van 6 juli 2022, met kenmerk UHT- DC I, aan belanghebbende een definitieve compensatie toegekend voor een bedrag van € 10.996, voor toeslagjaar 2016. Nu aan belanghebbende al € 30.000 was uitgekeerd, heeft er geen nabetaling plaatsgevonden.
  • Gemachtigde heeft bij brief van 28 november 2022, ingekomen op 7 december 2022, tegen deze beschikkingen bezwaar gemaakt.
  • Gemachtigde heeft bij brief van 7 september 2023 het bezwaar aangevuld.
  • UHT heeft op 20 maart 2025 schriftelijk gereageerd op het bezwaar.
  • Op 4 december 2025 heeft een hoorzitting plaatsgevonden. Van de hoorzitting is een verslag gemaakt, dat achter dit advies is gevoegd.
  • Dit advies wordt uitgebracht door de voorzitter, eerste commissielid, tweede commissielid.

Ontvankelijkheid en algemene opmerkingen

Niet in geschil is dat het bezwaar ontvankelijk is.

Overwegingen ten aanzien van de bezwaren en het bestreden besluit

De Commissie ziet zich gesteld voor de vraag of UHT de toegekende compensatie voor toeslagjaar 2016 op de juiste wijze heeft berekend en terecht en op goede gronden is gekomen tot haar beslissing om het verzoek van belanghebbende om compensatie of tegemoetkoming voor toeslagjaar 2018 af te wijzen. Het bezwaar van belanghebbende ziet op de vaststelling door UHT dat zij geen recht heeft op compensatie over 2018.

De definitieve compensatieberekening

Belanghebbende stelt dat de compensatieberekening onjuist en ongemotiveerd is. De aan belanghebbende toegekende compensatie bestaat op grond van artikel 2.2 Wht uit verschillende componenten. De hoogte van die componenten is bepaald in artikel 2.3 Wht. In haar schriftelijke reactie heeft UHT de componenten en de hoogte hiervan concreet toegelicht en de compensatieberekening volledig heroverwogen.

Toeslagrente over gemiste KOT (onderdeel o)

Het bedrag aan toeslagrente over gemiste KOT is volgens UHT voor toeslagjaar 2016 onjuist vastgesteld. UHT is uitgegaan van startdatum 8 februari 2018, terwijl de startdatum 1 juli 2017 had moeten zijn. De einddatum 6 juli 2022 is wel correct. De gewijzigde startdatum heeft tot gevolg dat de toeslagrente over gemiste KOT niet € 1.242 bedraagt, maar € 1.450.

De Commissie neemt kennis van het feit dat UHT dit bedrag zal aanpassen in de beslissing op bezwaar. De Commissie adviseert dit onderdeel van het bezwaar gegrond te verklaren.

Vergoeding voor immateriële schade (onderdeel n)

Nu de Commissie het bezwaar met betrekking tot de onderdeel o gegrond acht, adviseert zij om de vergoeding voor immateriële schade te berekenen tot de dagtekening van de beslissing op bezwaar en daarbij alle, ingevolge de Wht daarmee samenhangende, vergoedingen opnieuw te berekenen met inachtneming van dit advies.

Herbeoordeling toeslagjaar 2018

De Commissie overweegt dat niet aannemelijk is geworden dat bij de toekenning, aanpassing of terugvordering van de KOT voor toeslagjaar 2018 sprake is geweest van institutioneel vooringenomen handelen door B/T dan wel hardheid van het stelsel.

Belanghebbende heeft op 17 april 2018 KOT aangevraagd per 1 april 2018. Volgens belanghebbende is de KOT vervolgens te laag vastgesteld en te laat uitbetaald, waardoor zij in de problemen is gekomen. De Commissie volgt dit standpunt van belanghebbende niet. Nadat de KOT op 17 april 2018 door belanghebbende was aangevraagd is op 15 mei 2018 de KOT voor de maanden april, mei en juni aan belanghebbende betaald (waarbij een klein deel daarvan is verrekend met de KOT over 2015). De Commissie overweegt dat B/T met betaling na vier weken een redelijke termijn in acht genomen heeft, die ook ruimschoots blijft binnen de wettelijke termijn van 13 weken. Ten aanzien van de hoogte van de KOT overweegt de Commissie dat de Wht bedoeld is voor herstel van vooringenomen handelen, van hardheid en/of van een onterechte kwalificatie O/GS. De Wht ziet niet op de herziening van in het verleden genomen definitieve KOT beschikkingen. Een beoordeling daarvan valt buiten de reikwijdte van de Wht. De Commissie merkt ten overvloede op, dat UHT tijdens de zitting heeft toegelicht dat de KOT in eerste instantie wordt toegekend op basis van de informatie die de aanvrager bij de aanvraag KOT zelf doorgeeft. De KOT is ook in dit geval vastgesteld op basis van de informatie afkomstig van belanghebbende.

De KOT is ten aanzien van toeslagjaar 2018 slechts één keer bijgesteld. Dat betrof een verhoging ten gevolge van een lager toetsingsinkomen van belanghebbende. Er heeft over dat jaar geen verlaging of terugvordering van de KOT plaatsgevonden. De bijstellingen zijn conform de wet uitgevoerd. Dergelijke bijstellingen geven in beginsel ook geen aanspraak op een zogenoemde hardheidstegemoetkoming. De Commissie heeft geen aanknopingspunten gevonden om hier ten aanzien van belanghebbende anders over te oordelen. Verder is er ook geen sprake geweest van een onterechte kwalificatie O/GS, zodat ook hierop geen aanspraak kan worden gemaakt. De Commissie adviseert UHT daarom om dit onderdeel van het bezwaar ongegrond te verklaren.

Verrekening

Belanghebbende stelt dat zij schade heeft geleden ten gevolge van de verrekeningen met andere toeslagen en de KOT die over latere jaren is toegekend. Belanghebbende verzoekt daarom om een voorschot op deze gevolgschade. UHT heeft hierop geantwoord dat B/T op grond van artikel 30 van de Algemene wet inkomensafhankelijke regelingen tot verrekenen gerechtigd was.

De Commissie overweegt dat de verrekeningen onderdeel zijn van de uitvoering die aan de KOT is gegeven. De onderhavige procedure heeft alleen betrekking op de toekenning van de standaardvergoedingen en niet op de vergoeding van de werkelijke schade, noch op een voorschot daarop. Als belanghebbende van mening is dat aan haar aanvullende compensatie voor de werkelijke schade als gevolg van de verrekeningen toekomt, kan zij op grond van artikel 2.6 lid 3 Wht een verzoek daartoe indienen.

De Commissie adviseert UHT om dit onderdeel van het bezwaar ongegrond te verklaren.

Proceskosten

Nu het primaire besluit naar de mening van de Commissie dient te worden herroepen, adviseert de Commissie tot toewijzing van het verzoek om vergoeding van de kosten van rechtsbijstand in deze bezwaarprocedure. Op grond van het Besluit proceskosten bestuursrecht heeft belanghebbende recht op een forfaitaire vergoeding op basis van twee procespunten (bezwaarschrift en verschijnen hoorzitting) met een wegingsfactor 2. Net als in eerdere zaken adviseert de Commissie daarbij de hoogste vergoeding per procespunt toe te kennen.

Conclusie

Samengevat adviseert de Commissie om het bezwaar tegen de beschikking met kenmerk UHT-DC I, gedeeltelijk gegrond te verklaren, deze beschikking te herroepen en opnieuw te beslissen met inachtneming van dit advies, een proceskostenvergoeding toe te kennen en om het bezwaar tegen de beschikkingen met de kenmerken UHT DH A en UHT DC-I A ongegrond te verklaren.

[handtekening]

Secretaris

[handtekening]

Fungerend voorzitter