BAC 2025-15724
Publicatiedatum 31-03-2026
Advies van de Bezwaarschriftenadviescommissie hersteloperatie toeslagen
Aan: Belastingdienst/Uitvoeringsorganisatie Herstel Toeslagen (hierna: UHT)
Betreft: het bezwaarschrift van belanghebbende
Primair besluit: 26 februari 2024 (UHT-DCHO)
Hoorzitting: 27 oktober 2025
Overdracht advies aan UHT: 13 november 2025
Samenvatting
De Bezwaarschriftenadviescommissie (hierna: de Commissie) adviseert UHT om het bezwaar gedeeltelijk gegrond te verklaren, het bestreden besluit te herroepen en een proceskostenvergoeding toe te kennen.
Onderwerp van advies
Het door gemachtigde namens belanghebbende ingediende bezwaarschrift is gericht tegen de door UHT genomen definitieve besluit compensatie kinderopvangtoeslag.
Aan belanghebbende is met toepassing van de Wet hersteloperatie toeslagen (hierna: Wht) compensatie toegekend voor een bedrag van in totaal € 30.000,- voor de jaren 2012 en 2014. Voor de jaren 2013 en 2015 tot en met 2019 is geen compensatie toegekend.
Procesverloop
- Belanghebbende heeft 21 februari 2021 verzocht om een herbeoordeling van de kinderopvangtoeslag (hierna: KOT) over de jaren 2012 tot en met 2019.
- UHT heeft bij vooraankondiging aan belanghebbende een compensatie toegekend voor een bedrag van € 22.151,- wegens vooringenomen handelen. Het compensatiebedrag is uit hoofde van de Catshuisregeling aangevuld tot €30.000,-.
- UHT heeft bij het bestreden besluit aan belanghebbende een compensatie toegekend voor een bedrag van € €22.283,-.
- Gemachtigde heeft bij brief van 5 april 2024 tegen dit besluit en bezwaarschrift ingediend.
- UHT heeft op 20 mei 2025 schriftelijk gereageerd op het bezwaarschrift.
- UHT heeft op 23 oktober 2025 een nadere schriftelijke reactie ingediend, in reactie op de aanvullende grond van gemachtigde op 15 oktober 2023. Gemachtigde heeft daar op 27 oktober 2025 op gereageerd en medegedeeld dat wat hem de hoorzitting niet hoefde door te gaan en de BAC kon adviseren op de in het dossier aanwezige stukken.
- Dit advies wordt uitgebracht door de voorzitter, eerste commissielid en tweede commissielid.
Ontvankelijkheid
Niet in geschil is dat het bezwaarschrift ontvankelijk is.
Overwegingen ten aanzien van de bezwaren en het bestreden besluit
De Commissie ziet zich gesteld voor de vragen of:
- UHT terecht en op goede gronden is gekomen tot haar beslissing om het verzoek van belanghebbende om compensatie over de toeslagjaren 2013 en 2015 tot en met 2019 af te wijzen;
- UHT de toegekende compensatie over de toeslagjaren 2012 en 2014 op de juiste wijze heeft berekend.
Afgewezen toeslagjaren
Bij het bestreden besluit van 26 februari 2024 met kenmerk UHT-DCHO heeft UHT geoordeeld dat belanghebbende over de toeslagjaren 2013 en 2015 tot en met 2019 geen recht heeft op compensatie op basis van vooringenomen handelen, hardheid van het stelsel of een onterechte O/GS kwalificatie.
UHT heeft in haar schriftelijke beschouwing de genoemde toeslagjaren ambtshalve getoetst en zij heeft daarbij geconcludeerd dat belanghebbende over deze toeslagjaren niet in aanmerking komt voor compensatie. Uit het dossier maakt de Commissie op dat de verlagingen over deze jaren zijn gebaseerd op wijzigingen in het type opvang, aantal opvanguren, uurtarief en toetsingsinkomen door belanghebbende. Dit betreffen reguliere wijzigingen. De B/T mocht uitgaan van deze wijzigen. Dergelijke wijzigingen geven in beginsel geen aanspraak op compensatie op grond van de Wht.
De Commissie adviseert UHT om het bezwaar ongegrond te verklaren.
Beoordeling forfaitaire compensatieberekening
Tussen partijen is niet in geschil dat over de toeslagjaren 2012 en 2014 sprake was institutioneel vooringenomen handelen. UHT heeft bij besluit van 26 februari 2014 met kenmerk UHT-DCHO een forfaitair compensatiebedrag van in totaal €30.000,- toegekend aan de hand van een compensatieberekening. UHT heeft in haar (aanvullende) schriftelijke beschouwing ambtshalve de compensatieberekening getoetst en zij heeft daarbij geconcludeerd dat er fouten zijn gemaakt bij de berekening van diverse onderdelen voor de jaren 2012 en 2014. Het gaat om de componenten:
- n) de immateriële schadevergoeding;
- o) de rente gemiste KOT;
- p) aanvullende vergoeding van 1% van het subtotaal.
UHT heeft in haar schriftelijke reactie van 20 mei 2025 aangegeven de bedragen te zullen aanpassen bij de beslissing op bezwaar.
De componenten d (toeslagrente) en component i (heffingsrente) voor het toeslagjaar 2014 zijn correct vastgesteld en zullen niet worden aangepast.
De Commissie komt niet tot een ander oordeel, acht de berekening van UHT juist en zal in lijn hiermee adviseren. De Commissie adviseert UHT de beschikking met het kenmerk UHT-DCHO op dit punt te herroepen, de toezeggingen bij de beslissing op bezwaar gestand te doen en daarbij aan belanghebbende een nieuwe berekening te doen toekomen.
Proceskostenvergoeding
De bezwaren zijn gedeeltelijk gegrond. De Commissie adviseert UHT de proceskosten van belanghebbende te vergoeden. Ingevolge het Besluit proceskosten bestuursrecht heeft belanghebbende recht op een forfaitaire vergoeding van 1 procespunt (bezwaarschrift) met een wegingsfactor 2. Net als in eerdere zaken adviseert de Commissie daarbij de hoogste vergoeding per procespunt toe te kennen.
Conclusie
Samengevat adviseert de Commissie UHT om:
- het bezwaar deels gegrond te verklaren en het bestreden besluit met kenmerk UHT-DCHO te herroepen;
- de componenten n, o en p van de compensatieberekening opnieuw vast te stellen overeenkomstig de schriftelijke reactie van UHT van 20 mei 2025;
- een proceskostenvergoeding toe te kennen op basis van 1 procespunt met wegingsfactor 2. De Commissie adviseert daarbij de hoogste vergoeding per procespunt toe te kennen.
[handtekening]
Secretaris
[handtekening]
Fungerend voorzitter