BAC 2025-15454
Publicatiedatum 01-04-2026
Advies van de Bezwaarschriftenadviescommissie hersteloperatie toeslagen
Aan: Belastingdienst/Uitvoeringsorganisatie Herstel Toeslagen (hierna: UHT)
Betreft: het bezwaarschrift van belanghebbende
Primair besluit: 28 november 2023 (UHT-DCHA)
Hoorzitting: 1 september 2025 om 13:00 uur
Overdracht advies aan UHT: 24 november 2025
Samenvatting
De Bezwaarschriftenadviescommissie (hierna: de Commissie) adviseert UHT om het bezwaar ongegrond te verklaren, het bestreden besluit niet te herroepen en geen proceskostenvergoeding toe te kennen.
Onderwerp van advies
De door gemachtigde namens belanghebbende ingediende bezwaarschriften zijn gericht tegen de door UHT genomen definitieve beschikking compensatie kinderopvangtoeslag (hierna: het bestreden besluit).
Aan belanghebbende is met toepassing van de Wet hersteloperatie toeslagen (hierna: Wht) geen compensatie toegekend voor de jaren 2016 tot en met 2019.
Procesverloop
- Belanghebbende heeft UHT op 12 februari 2021 verzocht om een herbeoordeling van haar kinderopvangtoeslag (hierna: KOT).
- UHT heeft op 3 juni 2021 aan belanghebbende in het kader van de eerste toets beschikking op grond van de Catshuisregeling een bedrag toegekend van €30.000,-.
- UHT heeft bij de herbeoordeling gekeken naar de toeslagjaren 2016 tot en met 2019 en haar voorgenomen besluit voorgelegd aan de Commissie van Wijzen (hierna: CvW).
- De CvW heeft op 19 september 2023 het verzoek van belanghebbende beoordeeld en aangegeven dat belanghebbende over de toeslagjaren 2016 tot en met 2019 geen recht heeft op compensatie.
- UHT heeft belanghebbende bij besluit van 28 november 2023 met kenmerk UHT-DCHA medegedeeld dat zij geen compensatie zal toekennen over de toeslagjaren 2016 tot en met 2019.
- Gemachtigde heeft bij brief van 21 december 2023 tegen dit besluit een bezwaarschrift ingediend.
- Gemachtigde heeft bij schrijven van 11 maart 2024 en 16 juli 2025 het bezwaarschrift aangevuld.
- UHT heeft op 19 maart 2025 schriftelijk gereageerd op het bezwaarschrift.
- Op 1 september 2025 heeft een hoorzitting plaatsgevonden. Van de hoorzitting is een verslag gemaakt, dat achter het advies is gevoegd.
- Dit advies wordt uitgebracht door de voorzitter, eerste commissielid en tweede commissielid.
Ontvankelijkheid
Niet in geschil is dat het bezwaarschrift ontvankelijk is.
Overwegingen ten aanzien van de bezwaren en het bestreden besluit
De Commissie ziet zich gesteld voor de vraag of UHT terecht en op goede gronden is gekomen tot haar beslissing om het verzoek van belanghebbende om compensatie over de toeslagjaren 2016 tot en met 2019 af te wijzen.
Procedurele bezwaren: motivering en zorgvuldigheidsbeginsel
Met de door UHT in bezwaar ingediende beschouwing en de overgelegde stukken – waaronder het informatie- en beoordelingsformulier, RKT-bestanden, overzichten van het Landelijk Incassocentrum (hierna LIC) - en andere producties, meent de Commissie dat belanghebbende hiermee beschikt over de op de zaak betrekking hebbende stukken die ten grondslag liggen aan het bestreden besluit. De Commissie heeft geen aanleiding gevonden om te concluderen dat er sprake is van strijd met de door belanghebbende genoemde algemene beginselen van behoorlijk bestuur. Commissie adviseert UHT dit onderdeel ongegrond te verklaren.
Beoordeling afwijzing compensatie over de jaren 2016 tot en met 2019 2016 en 2019
Belanghebbende stelt dat zij over deze jaren discriminatoir en vooringenomen is behandeld als gevolg van een Afwijkende Behandeling (AB-event). Zij stond op een zogenoemde uitsluitlijst. De Commissie constateert op basis van het dossier dat er geen sprake is van een AB-event over deze jaren. De afwijkende behandeling vond plaats in 2017 en werd eind 2018 beëindigd.
Voor de jaren 2016 en 2019 is verder geen sprake van een neerwaartse correctie van de KOT, een terugvordering dan wel een opzet/ grove schuld kwalificatie. Belanghebbende komt op grond van de Wht niet in aanmerking voor compensatie over deze jaren.
2017 en 2018
Op 28 december 2016 wordt de KOT bij voorschotbeschikking toegekend aan belanghebbende voor een bedrag van € 11.976. Op 22 mei 2017 wordt de KOT door B/T verlaagd naar € 5750. Dit op basis van doorgegeven informatie van DUO dat kind [naam] basisonderwijs volgt.
Volgens UHT mocht B/T vertrouwen op de juistheid van de doorgegeven informatie. Deze informatie wordt door belanghebbende bevestigd in het ouderverhaal en ter zitting.
De overige bijstellingen door B/T in het toeslagjaar 2017 betreffen opwaartse correcties aan de hand van doorgegeven informatie van belanghebbende en de KOI. Ook de bijstellingen die de B/T in het toeslagjaar 2018 heeft doorgevoerd, zijn gebaseerd op informatie die door belanghebbende is aangeleverd (jaaropgaven, wijzigingen in gewerkte uren, wijzigingen in opvanguren en wijzigingen in het uurtarief).
Volgens belanghebbende is sprake van discriminatoir en vooringenomen handelen van B/T nu zij voor deze jaren op een zogenoemde uitsluitlijst stond en geregistreerd werd voor een Afwijkende Behandeling (AB-event). Hierdoor moest belanghebbende meerdere malen veel informatie toesturen en wachten op een beoordeling hiervan, voordat de toeslag vastgesteld en uitbetaald kon worden. Dit bracht stress, onzekerheid en financiële problemen mee voor belanghebbende.
Volgens UHT kwam dit omdat belanghebbende niet altijd voldaan had aan de verplichting om uit eigen beweging relevante wijzigingen door te geven die van invloed waren op de KOT, zoals het doorgeven van het afnemen van BSO voor haar kinderen en de juiste gewerkte uren. UHT is van mening dat over 2017 en 2018 sprake is van reguliere correcties op basis van doorgegeven informatie van belanghebbende en DUO. De Commissie acht het aannemelijk dat sprake is van reguliere correcties. De bijstellingen zijn conform de wet uitgevoerd. Dergelijke bijstellingen geven in beginsel geen aanspraak op compensatie op grond van de Wht. De Commissie heeft geen aanknopingspunten gevonden om hier ten aanzien van belanghebbende anders over te oordelen. Verder is er ook geen sprake geweest van een onterechte opzet/grove schuld kwalificatie, zodat ook hierop geen aanspraak kan worden gemaakt. De Commissie constateert dat belanghebbende op grond van de Catshuisregeling (de zogenaamde lichte toets) een compensatie heeft gekregen van € 30.000. Al met al is de Commissie van mening dat met deze, niet door nader onderzoek gestaafde toekenning is rechtgezet wat zij ervaren heeft als een grove, onzorgvuldige behandeling door B/T. De Commissie adviseert de bezwaren ongegrond te verklaren.
Proceskostenvergoeding
Het bezwaar is naar opvatting van de Commissie ongegrond. Er is geen aanleiding voor herroeping van de bij bezwaar bestreden beschikkingen. De Commissie ziet, gelet op het bepaalde in artikel 7:15 lid 2 Awb, geen aanleiding om UHT te adviseren een proceskostenvergoeding toe te kennen.
Conclusie
Samengevat adviseert de Commissie om het bezwaar ongegrond te verklaren, het bestreden besluit niet ter herroepen en geen proceskostenvergoeding toe te kennen.
[handtekening]
Secretaris
[handtekening]
Fungerend voorzitter