BAC 2023-11612
Publicatiedatum 01-04-2026
Advies van de Bezwaarschriftenadviescommissie hersteloperatie toeslagen
Aan: Belastingdienst/Uitvoeringsorganisatie Herstel Toeslagen (hierna: UHT)
Betreft: het bezwaarschrift van Belanghebbende
Primair besluit: 29 december 2022 (UHT-DCHA)
Hoorzitting: 3 juni 2025
Overdracht advies aan UHT: 1 december 2025
Samenvatting
De Bezwaarschriftenadviescommissie (hierna: de Commissie) adviseert UHT om het bezwaar ongegrond te verklaren.
Onderwerp van advies
Door DE gemachtigde is op 31 januari 2023 namens belanghebbende een bezwaarschrift ingediend tegen de beschikking van 29 december 2022 met kenmerk UHT-DCHA (hierna: bestreden beschikking).
In de bestreden beschikking heeft UHT vastgesteld dat belanghebbende geen recht heeft op een compensatie voor de toeslagjaren 2012 tot en met 2014.
Ter onderbouwing van deze beslissing verwijst UHT naar het advies van de Commissie van Wijzen (hierna: CvW).
Procesverloop
- Belanghebbende heeft verzocht om een herbeoordeling van de kinderopvang-toeslag (hierna: KOT) over 2012 tot en met 2014.
- De CvW heeft op 7 december 2022 geadviseerd dat gedurende de betrokken jaren geen sprake is geweest van institutionele vooringenomenheid of andere
bijzondere omstandigheden op grond waarvan belanghebbende recht heeft op
compensatie. - UHT heeft bij de bestreden beschikking aan belanghebbende medegedeeld dat zij geen recht heeft op compensatie voor de toeslagjaren 2012 tot en met 2014.
- Gemachtigde heeft bij brief van 31 januari 2023, ingekomen op 31 januari 2023,
tegen deze beschikking een bezwaarschrift ingediend. - Gemachtigde heeft bij brief van 19 september 2023 het bezwaarschrift aangevuld.
- UHT heeft op 12 april 2024 schriftelijk gereageerd op het bezwaarschrift.
- Op 3 juni 2025 heeft een hoorzitting plaatsgevonden. Van de hoorzitting is een
verslag gemaakt, dat achter het advies is gevoegd. - Op 9 juli 2025 heeft UHT, naar aanleiding van de hoorzitting, een aanvullende
beschouwing opgesteld. - Op 22 oktober 2025 heeft gemachtigde per e-mail gereageerd op de aanvullende beschouwing.
- Dit advies wordt uitgebracht door de voorzitter en twee commissieleden.
Ontvankelijkheid
Niet in geschil is dat het bezwaar ontvankelijk is.
Overwegingen ten aanzien van de bezwaren en het bestreden besluit
De Commissie ziet zich gesteld voor de vraag of UHT terecht en op goede gronden is gekomen tot haar beslissing om het verzoek van belanghebbende om compensatie of tegemoetkoming af te wijzen.
Zorgvuldigheids- en motiveringsbeginsel
Belanghebbende stelt dat het besluit niet voldoende zorgvuldig is genomen en
onvoldoende is gemotiveerd.
De Commissie overweegt dat in ieder geval na de door UHT in bezwaar ingediende
beschouwing en de overgelegde stukken – waaronder een uitgebreide uitleg met
verwijzing naar de Landelijke Incasso Centrum (LIC)-overzichten - niet meer gezegd kan worden dat er sprake is van een in strijd met de door belanghebbende genoemde algemene beginselen van behoorlijk bestuur genomen besluit. De vraag of die strijd er wel was ten tijde van de bestreden beschikking behoeft in dit geval geen beantwoording.
De Commissie adviseert UHT om het bezwaar op dit onderdeel ongegrond te verklaren.
Toeslagjaren 2012 en 2013
De Commissie heeft geen aanknopingspunten kunnen vinden om te adviseren dat
B/T bij de toekenning, aanpassing of terugvordering van de KOT voor de toeslagjaren 2012 en 2013 institutioneel vooringenomen heeft gehandeld of dat het stelsel te hard heeft uitgewerkt. De terugvordering KOT over deze toeslagjaren was gebaseerd op de vaststelling dat er een te hoog voorschot was toegekend.
Dat voorschot is door reguliere wijzigingen opnieuw berekend. Deze bijstellingen zijn in overeenstemming met de wet uitgevoerd. Dergelijke bijstellingen geven in beginsel ook geen aanspraak op een zogenoemde hardheidstegemoetkoming.
De Commissie heeft geen aanknopingspunten gevonden om hierover in het geval van belanghebbende anders te oordelen. In de beschikking van 21 augustus 2013 en de daarop volgende beschikkingen is niet de juiste naam van de kinderopvang-instelling gebruikt. De Commissie acht dit onzorgvuldig van B/T, maar ziet hierin geen aanleiding om tot de conclusie te komen dat er sprake is van hardheid.
De Commissie onderschrijft de toelichting van UHT in de schriftelijke beschouwing van 12 april 2024 en neemt hierbij ook het verhandelde ter zitting in aanmerking. De Commissie adviseert UHT om dit onderdeel van het bezwaar ongegrond te verklaren.
Toeslagjaar 2014
Belanghebbende stelt dat zij achteraf is geconfronteerd met teveel ontvangen KOT over toeslagjaar 2014, terwijl zij tijdig de wijzigingen heeft doorgegeven. In toeslagjaren 2015 en 2016 kwam belanghebbende hierdoor in de problemen, omdat het teveel ontvangen bedrag aan KOT werd verrekend. Belanghebbende stelt dat zij recht heeft op compensatie op grond van de hardheidsregeling.
De Commissie stelt vast dat niet ter discussie staat dat door een fout van B/T
belanghebbende teveel KOT heeft ontvangen. Deze fout is gecorrigeerd nadat
belanghebbende telefonisch contact heeft gehad met B/T op 30 december 2014. Het gevolg hiervan was een neerwaartse correctie van € 3.329 voor toeslagjaar 2014. De Commissie acht de administratieve fout betreurenswaardig, maar onderschrijft het standpunt van UHT in de aanvullende beschouwing op dit onderdeel. Hierbij neemt de Commissie in overweging dat uit het dossier blijkt dat belanghebbende de teveel aan KOT uitbetaalde bedragen op haar rekening heeft ontvangen; deze bedragen zijn niet aan de opvang betaald. Zij heeft vervolgens ook de gelegenheid gekregen om het teveel ontvangen bedrag in delen terug te betalen. De openstaande bedragen zijn verrekend met de KOT in 2016.
De Commissie overweegt dat B/T openstaande vorderingen op grond van artikel 30 lid 1 Awir mag verrekenen en dat deze verrekeningen op zichzelf geen schadepost zijn. De Commissie ziet in de door belanghebbende aangevoerde omstandigheden geen aanleiding om hierin hardheid van de zijde van B/T aan te nemen. De Commissie ziet daarom om deze reden geen aanleiding om belanghebbende een compensatie toe te kennen. De Commissie adviseert om het bezwaar ongegrond te verklaren.
Proceskostenvergoeding
Nu de bezwaren naar het oordeel van de Commissie ongegrond zijn, heeft
belanghebbende geen recht op een vergoeding van de kosten van rechtsbijstand. De Commissie adviseert het verzoek voor een proceskostenvergoeding af te wijzen.
Conclusie
Samengevat adviseert de Commissie om het bezwaar ongegrond te verklaren en om het verzoek voor een proceskostenvergoeding af te wijzen.
[handtekening]
Secretaris
[handtekening]
Fungerend voorzitter