BAC 2023-11635
Publicatiedatum 21-07-2026
Advies van de Bezwaarschriftenadviescommissie hersteloperatie toeslagen
Aan: Belastingdienst/Uitvoeringsorganisatie Herstel Toeslagen (hierna: UHT)
Betreft: het bezwaarschrift van belanghebbende
Primair besluit: 16 december 2022 (UHT-DCHA)
Hoorzitting: 2 december 2025
Overdracht advies aan UHT: 17 december 2025
Samenvatting
De Bezwaarschriftenadviescommissie (hierna: de Commissie) adviseert UHT om het bezwaar ongegrond te verklaren.
Onderwerp van advies
Het door belanghebbende ingediende bezwaarschrift is gericht tegen de door UHT genomen definitieve beschikking compensatie kinderopvangtoeslag van 16 december 2022 met kenmerk UHT-DCHA (hierna: de bestreden beschikking).
Aan belanghebbende is met toepassing van de Wet hersteloperatie toeslagen (hierna: Wht) geen compensatie toegekend voor de jaren 2014 tot en met 2019.
Procesverloop
- Belanghebbende heeft op 5 juli 2022 verzocht om een herbeoordeling van de kinderopvangtoeslag (hierna: KOT) over de jaren 2014 tot en met 2019.
- De Commissie van Wijzen (hierna: CvW) heeft haar beoordeling van het verzoek van belanghebbende op 29 september 2022 aan UHT toegestuurd. De CvW heeft geadviseerd dat gedurende de betrokken jaren geen sprake is geweest van institutionele vooringenomenheid of bijzondere omstandigheden.
- UHT heeft bij bestreden besluit aan belanghebbende medegedeeld dat zij geen recht heeft op compensatie voor de jaren 2014 tot en met 2019.
- Belanghebbende heeft bij brief van 26 januari 2023, ingekomen op 2 februari 2023, tegen dit besluit een bezwaarschrift ingediend.
- UHT heeft op 17 september 2024 schriftelijk gereageerd op het bezwaarschrift.
- Op 2 december 2025 heeft een hoorzitting plaatsgevonden. Van de hoorzitting is een verslag gemaakt, dat achter het advies is gevoegd.
- Dit advies wordt uitgebracht door de voorzitter, eerste commissielid, tweede commissielid.
Ontvankelijkheid en algemene opmerkingen
Niet in geschil is dat het bezwaar ontvankelijk is.
Overwegingen ten aanzien van de bezwaren en het bestreden besluit
De Commissie ziet zich gesteld voor de vraag of UHT terecht en op goede gronden is gekomen tot haar beslissing om het verzoek van belanghebbende om compensatie of tegemoetkoming af te wijzen.
Belanghebbende heeft tijdens de hoorzitting van 2 december 2025 verklaard het eens te zijn met de beoordeling van UHT voor de toeslagjaren 2014 en 2017 tot en met 2019.
Het advies ziet dus uitsluitend nog op de toeslagjaren 2015 en 2016
Reguliere aanpassingen van de KOT in de jaren 2015 en 2016
De Commissie stelt op basis van de overgelegde stukken en de verklaringen tijdens de hoorzitting het volgende vast. De Belastingdienst/Toeslagen (hierna: B/T) heeft in de toeslagjaren 2015 en 2016 per abuis 58 opvanguren per kind per maand toegekend, terwijl belanghebbende 29 opvanguren per kind per maand had aangevraagd.
Belanghebbende heeft destijds contact opgenomen met B/T en verzocht deze fout te corrigeren. Vervolgens heeft B/T, op basis van de in de KOI-viewer beschikbare gegevens, het aantal toegekende uren aangepast naar respectievelijk 24 en 26 uur per kind per maand voor de jaren 2015 en 2016. De Commissie volgt het standpunt van UHT dat B/T in deze situatie niet gehouden was tot het doen van nadere uitvraag bij belanghebbende. Een dergelijke uitvraag is slechts aangewezen indien aanwijzingen bestaan dat de in de KOI-viewer beschikbare gegevens evident onjuist zijn. Van dergelijke aanwijzingen is in dit geval niet gebleken. Daarbij komt dat sprake is van relatief beperkte verlagingen van het aantal toegekende uren ten opzichte van de oorspronkelijke aanvraag.
De Commissie heeft geen aanknopingspunten kunnen vinden om te adviseren dat B/T bij de toekenning, aanpassing of terugvordering van de KOT voor de toeslagjaren 2015 en 2016 institutioneel vooringenomen heeft gehandeld of dat het stelsel te hard heeft uitgewerkt. De terugvorderingen KOT over de toeslagjaren 2015 en 2016 waren gebaseerd op de vaststelling dat er te hoge voorschotten waren toegekend. Die voorschotten zijn door reguliere wijzigingen opnieuw berekend. Deze bijstellingen zijn in overeenstemming met de wet uitgevoerd. Dergelijke bijstellingen geven in beginsel ook geen aanspraak op een zogenoemde hardheidstegemoetkoming. De Commissie ziet in het bezwaar geen aanleiding om hier in het geval van belanghebbende anders over te oordelen. Er was ook geen onterechte kwalificatie O/GS, zodat er ook geen aanspraak is op een daarop gebaseerde vergoeding. De Commissie adviseert UHT daarom om dit onderdeel van het bezwaar ongegrond te verklaren.
Berekening KOT 2015 en 2016
Belanghebbende stelt zich op het standpunt dat de definitieve beschikkingen KOT over de jaren 2015 en 2016 onjuist zijn berekend omdat er wel 29 uren per maand per kind werden afgenomen.
De Commissie overweegt dat de Wht is bedoeld voor herstel van vooringenomen handelen, hardheid of een onterechte O/GS-kwalificatie en niet betrekking heeft op de herziening van definitieve KOT-besluiten. Belanghebbende verzoekt onder meer om een aanpassing van de hoogte van de KOT over de toeslagjaren 2015 en 2016 zoals deze indertijd definitief is vastgesteld. Destijds heeft belanghebbende hiertegen geen bezwaar gemaakt, zodat de inhoud daarvan vaststaat. Een beoordeling daarvan valt dus buiten de reikwijdte van de Wht. De Commissie adviseert UHT daarom om dit onderdeel van het bezwaar ongegrond te verklaren.
Conclusie
Samengevat adviseert de Commissie om het bezwaar ongegrond te verklaren.
[handtekening]
Secretaris
[handtekening]
Fungerend voorzitter