Ga direct naar de inhoud Ga direct naar de filters Ga direct naar de footer

BAC 2023-14214

Advies van de Bezwaarschriftenadviescommissie hersteloperatie toeslagen

Aan: Belastingdienst/Uitvoeringsorganisatie Herstel Toeslagen (hierna: UHT)

Betreft: het bezwaarschrift van belanghebbende

Primair besluit: 31 augustus 2022 (UHT-DC I), 31 augustus 2022 (UHT-DHR), 31 augustus 2022 (UHT-DH5 A)

Hoorzitting: 10 juli 2024

Overdracht advies aan UHT: 10 december 2024

Samenvatting

De Bezwaarschriftenadviescommissie (hierna: de Commissie) adviseert UHT om het bezwaar gericht tegen de beschikking met kenmerk UHT-DC I en UHT-DHR deels gegrond te verklaren en een proceskostenvergoeding toe te kennen. De Commissie adviseert het bezwaar tegen de beschikking met kenmerk UHT-DH5 A ongegrond te verklaren.

Onderwerp van advies

Het door gemachtigde, namens belanghebbende ingediende bezwaar is gericht tegen de op 31 augustus 2022 door UHT genomen beschikkingen met kenmerk UHT-DC I en UHT-DH5 A, waarbij aan belanghebbende over de toeslagjaren en -periodes 2007, januari tot en met april 2008, 2009 en 2010 en januari tot en met juli 2011 een definitief compensatiebedrag van € 115.663,- is toegekend (UHT-DC I). Over de toeslagjaren 2012, 2013, 2014 en 2016 is geen compensatie toegekend (UHT-DH5 A).

Overgangsrecht

Op 5 november 2022 is de Wet van 2 november 2022 houdende regels ten behoeve van de hersteloperatie toeslagen (Wet hersteloperatie toeslagen, hierna: Wht) in werking getreden. Gelet op het bepaalde in de artikelen 8.6 en 9.2 Wht moeten de bestreden beschikkingen geacht worden te zijn genomen op grond van artikel 2.1 en verder van de Wht.

Procesverloop

  • Belanghebbende heeft 2 juni 2020 verzocht om een herbeoordeling van haar kinderopvangtoeslag. UHT heeft bij de herbeoordeling gekeken naar de toeslagjaren 2007 tot en met 2016 en haar voorgenomen beschikking(en) voorgelegd aan de Commissie van Wijzen (hierna: CvW).
  • CvW heeft de voorgenomen beschikking beoordeeld en geconcludeerd dat belanghebbende over de toeslagjaren en -periodes mei tot en met december 2008, 2012 tot en met 2014, 2016 niet in aanmerking komt voor compensatie wegens vooringenomenheid of hardheid bij de uitvoering.
  • UHT heeft belanghebbende bij beschikkingen van 31 augustus 2022 met kenmerk UHT-DC I en UHT-DHR over de toeslagjaren en -periodes 2007, januari tot en met april 2008, 2009, 2010, de maanden januari tot en met juli 2011 en 2015 een definitief compensatiebedrag toegekend van € 115.663,-.
  • UHT heeft belanghebbende bij beschikking met kenmerk UHT-DH5 A van 31 augustus 2022 medegedeeld dat over de toeslagjaren 2012, 2013, 2014 en 2016 geen compensatie wordt toegekend.
  • Gemachtigde heeft bij brief van 11 oktober 2022, dezelfde dag door UHT ontvangen, bezwaar gemaakt tegen de beschikking met kenmerk UHT-DH5 A. Hij heeft op 30 juni 2024 de gronden aangevuld en het bezwaar uitgebreid naar de beschikking met kenmerk UHT-DC I.
  • UHT heeft op 6 september 2023 schriftelijk gereageerd.
  • Het bezwaar van belanghebbende is op 10 juli 2024 op hoorzitting bij de Commissie behandeld. Het verslag van de hoorzitting is bij dit advies gevoegd.
  • Partijen zijn na de hoorzitting nog in de gelegenheid gesteld een aanvullende reactie in te dienen. UHT heeft op 19 juli 2024 een aanvullende beschouwing ingediend met LIC-overzichten (productie 47 tot en met 51) en renteberekening gemiste kinderopvangtoeslag (productie 53 tot en met 58). Gemachtigde heeft op 24 september 2024 inhoudelijk gereageerd.
  • De Commissie, bestaande uit de voorzitter, eerste commissielid, tweede commissielid, heeft het bezwaar behandeld.

Ontvankelijkheid en algemene opmerkingen

Niet in geschil is dat het bezwaar van belanghebbende ontvankelijk is.

Overwegingen ten aanzien van de bezwaren en het bestreden besluit

Procedurele bezwaren

Volgens gemachtigde heeft UHT ten onrechte verzuimd de op het bezwaar betrekking hebbende stukken over de toeslagjaren 2007 tot en met 2011 (de toeslagjaren die zijn gecompenseerd bij beschikking met kenmerk UHT-DC I) te overleggen. Belanghebbende heeft ingevolge artikel 7:4 lid 2 Awb het recht om van deze stukken kennis te nemen. De Commissie heeft naar aanleiding hiervan UHT na de hoorzitting verzocht dit alsnog te doen.

UHT heeft het verzoek van de Commissie uiterst restrictief opgevat, door alleen de LIC-overzichten en de renteberekeningen gemiste kinderopvangtoeslag (die in het bijzonder waren opgevraagd) over deze toeslagjaren aanvullend te overleggen. De RKT-overzichten en de SAS-overzichten, alsmede andere relevante stukken over deze gecompenseerde toeslagjaren, ontbreken nog steeds.

Gemachtigde heeft terecht gereageerd dat niet het volledige bezwaardossier door UHT is overgelegd. De Commissie constateert echter ook, dat gemachtigde pas op 30 juni 2024, anderhalve week voor de hoorzitting, het bezwaar heeft uitgebreid naar de beschikking met kenmerk UHT-DC I. UHT mocht tot die datum in de veronderstelling verkeren dat deze beschikking niet werd betwist en over de betrokken toeslagjaren geen bezwaardossier hoefde te worden verstrekt.

De stukken die in eerste instantie en bij nadere schriftelijke ronde wel aan gemachtigde ter beschikking zijn gesteld bieden een overzicht van de posten waarop de compensatieberekening is gebaseerd. Gemachtigde is derhalve in staat gesteld om de compensatieberekening te controleren. De ontbrekende stukken zoals de SAS-overzichten geven enkel een overzicht van de al verstrekte informatie in de LIC-overzichten. De Commissie is het echter wel met gemachtigde eens dat de ontbrekende stukken alsnog verschaft dienen te worden. De Commissie adviseert dat UHT uiterlijk bij de beslissing op bezwaar alsnog het volledige bezwaardossier met betrekking tot de UHT-DC I aan gemachtigde verstrekt.

Beoordeling forfaitaire compensatieberekening (2007 tot en met 2011 & 2015)

Tussen partijen is niet in geschil dat de Belastingdienst/Toeslagen over de toeslagjaren en -periodes 2007, januari tot en met april 2008, 2009, 2010, de maanden januari tot en met juli 2011 individueel vooringenomen jegens belanghebbende heeft gehandeld. Over het toeslagjaar 2015 is hardheidscompensatie toegekend. In totaal heeft UHT € 115.663,- toegekend aan de hand van een compensatieberekening. Belanghebbende heeft deze op verschillende punten bestreden. Naar aanleiding daarvan overweegt de Commissie als volgt.

Betaalde rente en kosten (onderdeel i)

Ingevolge artikel 2.2 onderdeel e Wht bestaat de compensatie mede uit een bedrag voor invorderingskosten. Het bedrag is gelijk aan de rente en kosten die door de Belastingdienst/Toeslagen in rekening zijn gebracht en door belanghebbende in verband met de neerwaartse correctie zijn betaald (artikel 2.3 lid 5 Wht).

UHT heeft bij schriftelijke reactie aangegeven dat zij bij onderdeel i) is uitgegaan van een verkeerd bedrag aan betaalde rente en kosten (€ 531,-). Uit het LIC-overzicht 2015 volgt een hoger bedrag aan rente en kosten van € 748,-. De compensatieberekening bevat een fout die bij beslissing op bezwaar dient te worden gecorrigeerd.

Het bezwaaronderdeel slaagt. De Commissie adviseert UHT deze fout bij beslissing op bezwaar te herstellen.

Rente gemiste kinderopvangtoeslag (onderdeel o)

Ingevolge artikel 2.2 onderdeel g Wht bestaat de compensatie mede uit een bedrag aan rentevergoeding vanwege het verminderen of niet toekennen van de kinderopvangtoeslag. De rentevergoeding wordt berekend over de periode vanaf 1 juli volgend op het te compenseren toeslagjaar tot de dagtekening van de definitieve compensatiebeschikking (artikel 2.3 lid 7 Wht jo. artikel 27 lid 2 Awir).

Uit de toelichting bij de bestreden beschikkingen van 31 augustus 2022 volgt dat UHT deze wettelijke systematiek bij de toekenning van de compensatie niet heeft gevolgd en de rente gemiste kinderopvangtoeslag heeft berekend vanaf 28 april 2010.

De rente gemiste kinderopvangtoeslag had per gecompenseerd toeslagjaarmoeten worden berekend vanaf 1 juli van het erop volgende kalenderjaar. Te beginnen met 2007. Hierdoor is ten onrechte te weinig rente gemiste kinderopvangtoeslag aan belanghebbende toegekend.

De Commissie adviseert deze fout in de compensatieberekening bij beslissing op bezwaar te herstellen. Het bezwaaronderdeel slaagt.

Vergoeding immateriële schade tot het moment van de beslissing op bezwaar

De Commissie overweegt dat de forfaitaire vergoeding voor immateriële schade een vergoeding is voor veronderstelde stress, ongemak en onzekerheid die belanghebbende ervaart omdat het lang duurt voordat de compensatie definitief is berekend.

Belanghebbende heeft door de bezwaarprocedure langer moeten wachten op de definitieve berekening van haar compensatie en hiervan stress ervaren die nog steeds voortduurt.

Het bezwaar is deels gegrond. In een dergelijke situatie hanteert UHT als einddatum van de forfaitaire vergoeding voor de immateriële schade de datum van de beslissing op bezwaar. De Commissie ziet daarom aanleiding UHT te adviseren de forfaitaire vergoeding voor immateriële schade van belanghebbende te berekenen tot aan de datum van de beslissing op bezwaar.

Beoordeling afwijzing compensatie over 2008, 2012, 2013, 2014 en 2016

UHT heeft over de toeslagjaren en periodes in 2008, 2012, 2013, 2014 en 2016 geen compensatie toegekend. Belanghebbende heeft geen bezwaargronden met betrekking tot deze toeslagjaren aangevoerd. De Commissie ziet geen aanleiding over deze toeslagjaren te adviseren.

Schending motiverings- en zorgvuldigheidsbeginsel

Nu de bestreden beschikking met kenmerk UHT-DC I volgens de Commissie op verschillende punten niet in stand kan blijven, zoals hierboven benoemd, staat daarmee vast dat de totstandkoming onvoldoende zorgvuldig is geweest en dat de motivering bij beslissing op bezwaar dient te worden verbeterd.

Proceskostenvergoeding

Nu de Commissie het bezwaar tegen de beschikking met kenmerk UHT-DC I deels gegrond acht adviseert zij om deze primaire beschikking te herroepen en om het verzoek om vergoeding van de kosten van rechtsbijstand in deze bezwaarprocedure toe te wijzen.

Op grond van het Besluit proceskosten bestuursrecht heeft belanghebbende recht op een forfaitaire vergoeding op basis van twee procespunten (bezwaarschrift en verschijnen hoorzitting) met een wegingsfactor 2. Net als in eerdere zaken adviseert de Commissie daarbij de hoogste vergoeding per procespunt toe te kennen.

Conclusie

De Commissie adviseert UHT bij beslissing op bezwaar:

  • het bezwaar tegen de beslissingen met kenmerk UHT-DC I en UHT-DHR deels gegrond te verklaren en deze beschikkingen te herroepen;
  • voorafgaande aan of uiterlijk bij beslissing op bezwaar alsnog het volledige bezwaardossier over de toeslagjaren 2007 tot en met 2011 aan gemachtigde te verstrekken;
  • de vergoeding voor invorderingskosten (betaalde rente en kosten, onderdeel i) over het toeslagjaar 2015 aan te passen naar € 748,-;
  • de vergoeding voor immateriële schade opnieuw te berekenen tot de datum van de beslissing op bezwaar;
  • de rentevergoeding voor gemiste kinderopvangtoeslag opnieuw te berekenen met inachtneming van artikel 27 lid 2 Awir;
  • de aanvullende vergoeding van 1% van het subtotaal van het compensatiebedrag aan te passen;
  • een proceskostenvergoeding toe te kennen op basis van 2 procespunten met een wegingsfactor 2. De Commissie adviseert daarbij de hoogste vergoeding per procespunt toe te kennen.

[handtekening]

Secretaris

[handtekening]

Fungerend voorzitter