Ga direct naar de inhoud Ga direct naar de filters Ga direct naar de footer

BAC 2023-12464

Advies van de Bezwaarschriftenadviescommissie hersteloperatie toeslagen

Aan: Belastingdienst/Uitvoeringsorganisatie Herstel Toeslagen (hierna: UHT)

Betreft: het bezwaarschrift van belanghebbende

Primair besluit: 19 januari 2023 (UHT-DCHA)

Hoorzitting: 8 mei 2025

Overdracht advies aan UHT: 16 juni 2025

Samenvatting

De Bezwaarschriftenadviescommissie (hierna: de Commissie) adviseert UHT om het bezwaar ongegrond te verklaren.

Onderwerp van advies

Het door gemachtigde namens belanghebbende ingediende bezwaarschrift is gericht tegen de door UHT genomen definitieve beschikking compensatie kinderopvangtoeslag.

Aan belanghebbende is met toepassing van de Wet hersteloperatie toeslagen (hierna: Wht) geen compensatie toegekend.

Procesverloop

  • Belanghebbende heeft op 3 februari 2021 verzocht om een herbeoordeling van de kinderopvangtoeslag (hierna: KOT) over de jaren 2007 tot en met 2011.
    In overleg met belanghebbende is de herbeoordeling beperkt tot de jaren 2008 tot en met 2011.
  • UHT heeft op 26 mei 2021 aan belanghebbende medegedeeld dat zij in aanmerking komt voor een betaling van € 30.000 (Catshuisregeling).
  • De Commissie van Wijzen (hierna: CvW) heeft haar beoordeling van het verzoek van belanghebbende op 21 december 2022 aan UHT toegestuurd. De CvW heeft geadviseerd dat gedurende de jaren 2008 tot en met 2011 geen sprake is geweest van institutionele vooringenomenheid of bijzondere omstandigheden.
  • UHT heeft bij de bestreden beschikking met kenmerk UHT-DCHA aan belanghebbende geen vergoeding toegekend voor de jaren 2008 tot en met 2011.
  • Gemachtigde heeft bij brief van 2 maart 2023, ingekomen op 2 maart 2023, tegen deze beschikking een bezwaarschrift ingediend.
  • Op 8 mei 2025 heeft een hoorzitting plaatsgevonden. Van de hoorzitting is een verslag gemaakt, dat achter het advies is gevoegd.
  • UHT heeft, daartoe door de Commissie ter zitting verzocht, op 15 mei 2025 een nadere schriftelijke reactie ingediend. Gemachtigde heeft daar op 21 mei 2024 op gereageerd.
  • Dit advies wordt uitgebracht door de voorzitter, eerste commissielid en tweede commissielid.

Ontvankelijkheid

Niet in geschil is dat het bezwaarschrift ontvankelijk is.

Overwegingen ten aanzien van de bezwaren en het bestreden besluit

Niet langer als gedupeerde aangemerkt
Voorafgaand aan de herbeoordeling van de situatie van belanghebbende heeft zij, na een lichte toets, op grond van de Catshuisregeling een betaling van € 30.000 ontvangen. Na de integrale beoordeling heeft UHT, in het bestreden besluit, aan belanghebbende kenbaar gemaakt dat zij geen recht heeft op een vergoeding en daarom geen extra geld ontvangt. Belanghebbende kan niet volgen dat zij niet langer als gedupeerde wordt aangemerkt

In de brief van UHT van 26 mei 2021 waarin aan belanghebbende kenbaar is gemaakt dat zij een betaling van € 30.000 zou ontvangen, is opgenomen dat het kabinet heeft besloten om gedupeerde ouders dit bedrag te geven. Tevens staat in die brief “”Wij hebben uw situatie nog niet helemaal beoordeeld. Dat gaan wij nog doen. Hebt u dan recht op meer dan €30.000 ? Dan krijgt u een aanvulling op het bedrag dat u al van ons hebt ontvangen. (…)”. De inhoud van deze beschikking wijkt inhoudelijk niet af van hetgeen omtrent de aard van de uitkering van € 30.000 in het besluit van de Staatssecretaris van 18 maart 2021 met betrekking tot de Catshuisregeling is vermeld. Met name valt in de beschikking - afgezien van de toezegging dat betrokkene die €30.000 nooit hoeft terug te betalen - niet de toezegging te lezen dat ook bij de integrale beoordeling van het verzoek voor herstel met toepassing van de herstelregelingen zal worden aangenomen dat belanghebbende zal worden aangemerkt als een gedupeerde die (in beginsel) in aanmerking komt voor toekenning van een compensatie op de voet van die herstelregelingen. Juist bij de integrale beoordeling kan immers informatie naar boven komen die maakt dat de uitkomst, in negatieve zin, afwijkt van de lichte toets.

Hoewel het vervelend is voor belanghebbende dat zij steeds wisselende informatie heeft ontvangen van UHT, is daarmee niet direct sprake van onzorgvuldig handelen.

Motiveringen van de beschikking
Belanghebbende stelt dat zij het door UHT genomen besluit niet kan controleren en dat UHT het zorgvuldigheids- en motiveringsbeginsel heeft geschonden.
Zij stelt dat zij voor compensatie in aanmerking komt.

De Commissie kan UHT volgen in het ingenomen standpunt ten aanzien van de motivering van het besluit en de zorgvuldigheid van het hieraan ten grondslag liggende onderzoek. De Commissie is van oordeel dat UHT het bestreden besluit bij het uitbrengen van de beschikking voldoende heeft toegelicht en dat zij het besluit door middel van de ter beschikking stelling van het bezwaardossier, het indienen van een schriftelijke reactie op het bezwaarschrift en een nadere schriftelijke reactie naar aanleiding van de hoorzitting voldoende heeft onderbouwd. Het bezwaardossier biedt belanghebbende een goed beeld van de ontwikkeling van haar dossier in de toeslagjaren waarop het bestreden besluit ziet, het onderzoek dat UHT heeft verricht en de wijze waarop zij tot een besluit is gekomen. De Commissie adviseert UHT om dit onderdeel van het bezwaar ongegrond te verklaren.

Hardheid
Belanghebbende voert aan dat zij op grond van hardheid in aanmerking komt voor een compensatie van de schade die zij heeft geleden als gevolg van de terugvordering van de eerder aan haar toegekende KOT over het jaar 2011.

De Commissie overweegt dat deze terugvorderingen onderdeel zijn van de uitvoering die over het jaar 2011 aan de KOT is gegeven. Het betrof reguliere wijzigingen van de KOT die hebben plaatsgevonden op grond van wijzigingen die door belanghebbende zelf werden doorgegeven. De Commissie overweegt dat, gelet op een en ander, niet aannemelijk is geworden dat er bij de toekenning, aanpassing of terugvordering van de KOT voor toeslagjaar 2011 sprake is geweest van institutioneel vooringenomen handelen door Belastingdienst / Toeslagen dan wel hardheid van het stelsel. De terugvordering KOT over toeslagjaar 2011 was gelegen in een te hoog voorschot, dat op basis van reguliere wijzigingen opnieuw is berekend. Deze bijstellingen zijn conform de wet uitgevoerd.
Dergelijke bijstellingen geven in beginsel ook geen aanspraak op een zogenoemde hardheidstegemoetkoming. De Commissie heeft geen aanknopingspunten gevonden om hier ten aanzien van belanghebbende anders over te oordelen. Verder is er ook geen sprake geweest van een onterechte kwalificatie O/GS, zodat ook hierop geen aanspraak kan worden gemaakt. De Commissie adviseert UHT daarom om dit onderdeel van het bezwaar ongegrond te verklaren.

Proceskostenvergoeding
Omdat de bestreden beslissing in stand kunnen blijven, heeft belanghebbende geen recht op een proceskostenvergoeding. De Commissie adviseert het desbetreffende verzoek af te wijzen.

Conclusie

Samengevat adviseert de Commissie om het bezwaar ongegrond te verklaren en om het verzoek om een proceskostenvergoeding af te wijzen.

[handtekening]

Secretaris

[handtekening]

Fungerend voorzitter