Ga direct naar de inhoud Ga direct naar de filters Ga direct naar de footer

BAC 2023-12448

Advies van de Bezwaarschriftenadviescommissie hersteloperatie toeslagen

Aan: Belastingdienst/Uitvoeringsorganisatie Herstel Toeslagen (hierna: UHT)

Betreft: het bezwaarschrift van belanghebbende

Primair besluit: 6 februari 2023 (UHT-DCH) en 14 maart 2023 (UHT-O OGS B)

Hoorzitting: 22 juli 2025 om 13:00 uur

Overdracht advies aan UHT: 29 september 2025

Samenvatting

De Bezwaarschriftenadviescommissie (hierna: de Commissie) adviseert UHT om het bezwaar gedeeltelijk gegrond te verklaren. Voorts adviseert de Commissie om het verzoek voor een proceskostenvergoeding toe te wijzen.

Onderwerp van advies

De door gemachtigde namens belanghebbende ingediende bezwaarschriften zijn gericht tegen de door UHT genomen definitieve beschikking compensatie kinderopvangtoeslag van 6 februari 2023 met het kenmerk UHT-DCH en de beschikking van 14 maart 2023 met het kenmerk UHT-O OGS B.

In de beschikking met het kenmerk UHT-DCH is aan belanghebbende een compensatie toegekend voor een bedrag van € 41.689 voor de toeslagjaren 2011, 2012, 2014 en 2015 vanwege vooringenomen handelen van de Belastingdienst/Toeslagen (hierna: B/T).

In de beschikking met het kenmerk UHT-O OGS B is aan belanghebbende een compensatie voor een bedrag van € 1.817 toegekend voor opzet/grove schuld (hierna: O/GS).

Op 5 november 2022 is de Wet van 2 november 2022 houdende regels ten behoeve van de hersteloperatie toeslagen (Wet hersteloperatie toeslagen, hierna: Wht) in werking getreden.

Procesverloop

  • Belanghebbende heeft verzocht om een herbeoordeling van de kinderopvangtoeslag (hierna: KOT) over de toeslagjaren 2008 tot en met 2016.
  • UHT heeft bij beschikking van 4 oktober 2022 aan belanghebbende medegedeeld dat zij niet in aanmerking komt voor een betaling van € 30.000.
  • De Commissie van Wijzen heeft op 10 november 2022 geadviseerd dat de compensatieregeling niet van toepassing is voor de toeslagjaren 2008 tot en met 2010, 2013 en 2016. Voor toeslagjaar 2016 dient een tegemoetkoming voor opzet/grove schuld (hierna: O/GS) aan belanghebbende toegekend te worden.
  • UHT heeft bij beschikking van 6 februari 2023 aan belanghebbende een compensatie toegekend voor een bedrag van € 41.689 voor de toeslagjaren 2011, 2012, 2014 en 2015 vanwege vooringenomen handelen.
  • UHT heeft bij beschikking van 14 maart 2023 aan belanghebbende een compensatie toegekend vanwege O/GS voor een bedrag van € 1.817.
  • Gemachtigde heeft bij brief van 1 maart 2023 en 14 maart 2023 tegen deze beschikkingen bezwaar gemaakt.
  • UHT heeft op 20 maart 2025 schriftelijk gereageerd op het bezwaarschrift.
  • Op 22 juli 2025 heeft een hoorzitting plaatsgevonden. Van de hoorzitting is een verslag gemaakt, dat achter het advies is gevoegd.
  • Dit advies wordt uitgebracht door de voorzitter, eerste commissielid, tweede commissielid.

Ontvankelijkheid en algemene opmerkingen

Niet in geschil is dat het bezwaar ontvankelijk is.

Overwegingen ten aanzien van de bezwaren en het bestreden besluit

Equality of arms

Belanghebbende voert aan dat UHT handelt in strijd met het beginsel van equality of arms. In haar ogen wordt zij in haar procesbelang geschaad, omdat zij niet de beschikking krijgt over haar persoonlijk en/of volledig bezwaardossier en daardoor niet over de voor het voeren van bezwaar benodigde documenten beschikt. De Commissie overweegt hierover het volgende.

De Commissie is een onafhankelijke bezwaarschriftenadviescommissie in de zin van artikel 7:13 van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: Awb). Voor de procedure bij de Commissie gelden de procedurele waarborgen van de Awb en tegen beslissingen op bezwaar van UHT, zoals volgt op de adviezen van de Commissie, kan een belanghebbende rechtsmiddelen instellen bij de rechter.

Op grond van artikel 7:4 lid 2 Awb en artikel 5.2 leden 3 en 4 van de Wht heeft een belanghebbende voorafgaand aan de hoorzitting bij de Commissie recht op afschriften van de op de zaak betrekking hebbende stukken. Het verweerschrift, met alle van belang zijnde producties is aan gemachtigde toegezonden. Hierdoor hebben gemachtigde en belanghebbende kennis kunnen nemen van de stukken die ten grondslag liggen aan de bestreden besluiten en gelegenheid gehad om daarop te reageren.

Naar het oordeel van de Commissie is daarmee in voldoende mate invulling gegeven aan de procedurele waarborgen van de Awb. Het bezwaar is op dit punt ongegrond.

Zorgvuldigheids- en motiveringsbeginsel

Belanghebbende stelt dat het besluit niet voldoende zorgvuldig is genomen en onvoldoende is gemotiveerd.

De Commissie overweegt dat met de door UHT in bezwaar ingediende beschouwing en de overgelegde stukken – waaronder een uitgebreide uitleg met behulp van de Landelijke Incasso Centrum (LIC) overzichten - in ieder geval geen sprake is van strijd met de door belanghebbende genoemde algemene beginselen van behoorlijk bestuur. De vraag of die strijd er wel was ten tijde van de bestreden beschikking behoeft in dit geval geen beantwoording. Wat nader is onderbouwd en uiteengezet omtrent de voorbereiding en motivering van de bestreden beschikking leidt immers niet tot het herroepen daarvan. De Commissie adviseert UHT om het bezwaar op dit onderdeel ongegrond te verklaren.

Afgewezen jaren 2008 en 2009

De Commissie overweegt dat uit de stukken in het dossier niet is gebleken dat over de toeslagjaren 2008 en 2009 sprake is geweest van een neerwaartse bijstelling van de toegekende KOT. Om deze reden ziet de Commissie geen aanleiding om aan te nemen dat belanghebbende over deze periode gedupeerde is en recht heeft op compensatie. De Commissie volgt het standpunt van UHT en adviseert om dit onderdeel van het bezwaar ongegrond te verklaren.

Afgewezen jaren 2010 en 2013

De Commissie overweegt dat, gelet op hetgeen uit het dossier blijkt, niet aannemelijk is geworden dat er bij de toekenning, aanpassing of terugvordering van de KOT voor toeslagjaren 2010 en 2013 sprake is geweest van institutioneel vooringenomen handelen door de B/T dan wel hardheid van het stelsel. De terugvordering KOT over toeslagjaren 2010 en 2013 was gelegen in een te hoog voorschot, dat op basis van reguliere wijzigingen opnieuw is berekend. Deze bijstellingen zijn conform de wet uitgevoerd.

Dergelijke bijstellingen geven in beginsel ook geen aanspraak op een zogenoemde hardheidstegemoetkoming.

Ten aanzien van de door gemachtigde betwiste stopzetting in 2013 en het daarbij horende XML-bestand van de stopzetting overweegt de Commissie dat UHT heeft toegezegd de XML-bestanden over 2013 aan te leveren. De Commissie merkt op dat de door UHT gegeven toelichting overeenkomt met de informatie op pagina 394 van het dossier en dat gemachtigde ter zitting heeft aangegeven dat dit punt voldoende duidelijk is. De Commissie adviseert UHT dan ook om dit onderdeel van het bezwaar ongegrond te verklaren en om de XML-bestanden over 2013 bij de beslissing op bezwaar toe te voegen.

Rentevergoeding gemiste KOT

De Commissie volgt het standpunt van UHT, zoals is uiteengezet in de schriftelijke reactie, dat de eerdere berekening met betrekking tot de rentevergoeding over de gemiste KOT in de compensatieberekening dient te worden aangepast. De Commissie adviseert UHT dit onderdeel van het bezwaar gegrond te verklaren en de compensatie opnieuw te berekenen.

Immateriële schadevergoeding

Gelet op het voorgaande dient ook de immateriële schadevergoeding berekend te worden tot de datum van de beslissing op bezwaar.

Aanvullende vergoeding

De Commissie merkt op dat bovenstaande aanpassing tot gevolg heeft dat ook de aanvullende vergoeding van 1% dient te worden berekend tot de datum van de beslissing op bezwaar.

Individueel fraudedossier

De Commissie overweegt dat in het bezwaardossier, op pagina 42, het volgende is opgenomen: “Er is een individueel fraudedossier op de Q schijf.” Ter zitting is dit punt besproken en heeft de vertegenwoordiger van UHT aangegeven dat er een individueel fraudedossier van belanghebbende aanwezig is in de systemen die UHT tot haar beschikking heeft. De Commissie acht het standpunt van belanghebbende dat zij graag inzage wil hebben in dit dossier begrijpelijk en navolgbaar. De Commissie adviseert aan UHT dan ook om het individuele fraudedossier bij de beslissing op bezwaar bij te voegen of op andere passende wijze te voorzien in de mogelijkheid voor belanghebbende van de inhoud daarvan kennis te nemen.

Proceskostenvergoeding

Nu de bezwaren gedeeltelijk gegrond zijn en het advies van de Commissie ertoe strekt om de primaire beschikking met kenmerk UHT-DCH te herroepen, adviseert de Commissie UHT tevens de kosten van rechtsbijstand in deze procedure te vergoeden op grond van het Besluit proceskosten bestuursrecht. De Commissie adviseert om hierbij de hoogste vergoeding toe te kennen met wegingsfactor 2.

Conclusie

Samengevat adviseert de Commissie om het bezwaar gedeeltelijk gegrond te verklaren en om:

  • de compensatieberekening aan te passen op voornoemde punten;
  • bij de beslissing op bezwaar de XML-bestanden over toeslagjaar 2013 te voegen en kenbaar te maken op welke wijze belanghebbende kennis kan nemen van de inhoud van het bovengenoemde individueel fraudedossier;
  • het bezwaar voor het overige ongegrond te verklaren;
  • een vergoeding van de proceskosten voor de onderhavige bezwaarprocedure toe te kennen van twee procespunten met wegingsfactor twee voor het hoogste tarief.

Secretaris

Fungerend voorzitter