BAC 2025-15413
Publicatiedatum 06-02-2026
Advies van de Bezwaarschriftenadviescommissie hersteloperatie toeslagen
Aan: Belastingdienst/Uitvoeringsorganisatie Herstel Toeslagen (hierna: UHT)
Betreft: het bezwaarschrift van belanghebbende
Primair besluit: 16 november 2023 met kenmerk UHT-DCH
Hoorzitting: 18 juli 2025 om 11:00 uur
Overdracht advies aan UHT: 4 augustus 2025
Samenvatting
De Bezwaarschriftenadviescommissie (hierna: de Commissie) adviseert UHT om het bezwaar ongegrond te verklaren.
Onderwerp van advies
Het door gemachtigde namens belanghebbende ingediende bezwaarschrift is gericht tegen de door UHT genomen definitieve beschikking compensatie Kinderopvangtoeslag.
Aan belanghebbende is met toepassing van de Wet hersteloperatie toeslagen (hierna: Wht) compensatie toegekend voor een bedrag van € 7.013 voor het jaar 2007. Voor de jaren 2008, 2009 en 2012 is geen compensatie toegekend.
Procesverloop
- Belanghebbende heeft op 4 april 2023 verzocht om een herbeoordeling van de kinderopvangtoeslag (hierna: KOT) over de jaren 2007, 2008, 2009 en 2012.
- UHT heeft bij vooraankondiging aan belanghebbende een compensatie in het vooruitzicht gesteld voor een bedrag € 6.999.
- UHT heeft bij beschikking van 16 november 2023, met het kenmerk UHT-DCH, aan belanghebbende een compensatie toegekend voor een bedrag van € 7.013. Omdat belanghebbende eerder al een bedrag van € 30.000 aan compensatie heeft ontvangen, krijgt hij geen extra geld.
- Gemachtigde heeft bij brief van 11 december 2023 tegen deze beschikking een bezwaarschrift ingediend.
- Gemachtigde heeft bij brief van 5 augustus 2024 het bezwaarschrift aangevuld.
- UHT heeft op 25 februari 2025 schriftelijk gereageerd op het bezwaarschrift.
- Op 18 juli 2025 heeft een hoorzitting plaatsgevonden. Van de hoorzitting is een verslag gemaakt, dat achter het advies is gevoegd.
- Dit advies wordt uitgebracht door de voorzitter, eerste commissielid en tweede commissielid.
Ontvankelijkheid
Niet is geschil is dat het bezwaarschrift ontvankelijk is.
Overwegingen ten aanzien van de bezwaren en het bestreden besluit
De Commissie ziet zich, naar aanleiding van hetgeen is besproken tijdens de hoorzitting, geplaatst voor de beantwoording van de vraag of UHT terecht heeft besloten 2012 niet als compensatiejaar aan te merken.
Met betrekking tot dat jaar overweegt de Commissie dat er drie neerwaartse correcties hebben plaatsgevonden. De eerste correctie is naar aanleiding van een door belanghebbende doorgegeven stopzetting per 1 april 2012. De andere twee correcties zijn vanwege een wijziging in het toetsingsinkomen. Dit kan niet worden aangemerkt als vooringenomen handelen. Verder stelt de Commissie vast dat in dit jaar de KOT direct is uitbetaald aan de kinderopvanginstelling. Er is € 1.662 aan de kinderopvanginstelling X betaald, maar er is € 1.973,40 aan daadwerkelijke opvangkosten gemaakt.
De Commissie volgt UHT in het standpunt dat in dit geval, toepassing gevend aan de op dit punt bestaande praktijk (de zogenoemde KOT naar KOI-regeling), geen aanspraak bestaat op compensatie vanwege hardheid van het stelsel. UHT heeft de berekening voor het jaar 2012 ter zitting nader toegelicht. Blijkens het voorgaande is aannemelijk geworden het bedrag dat is uitgekeerd aan de kinderopvanginstelling en niet aan belanghebbende ten goede kwam lager was dan 1.500. Dit leidt tot de conclusie dat niet is voldaan aan een vereiste om voor toekenning van compensatie wegens hardheid van het stelsel in aanmerking te komen.
De commissie heeft in de stukken en in het verhandelde ter zitting ook geen aanleiding kunnen vinden om de opvatting te huldigen dat UHT hier ten gunste van belanghebbende van deze praktijk had moeten afwijken. Het door belanghebbende op dit punt aangevoerde bezwaar treft dan ook geen doel.
Conclusie
Samengevat adviseert de Commissie om het bezwaar ongegrond te verklaren.
[handtekening]
Secretaris
[handtekening]
Fungerend voorzitter