Ga direct naar de inhoud Ga direct naar de filters Ga direct naar de footer

BAC 2024-15191

Advies van de Bezwaarschriftenadviescommissie hersteloperatie toeslagen

Aan: Belastingdienst/Uitvoeringsorganisatie Herstel Toeslagen (hierna: UHT)

Betreft: het bezwaarschrift van belanghebbende

Primair besluit: 20 oktober 2023 (kenmerk: UHT- DCHA)

Hoorzitting: 11 april 2025 om 11:15 uur

Overdracht advies aan UHT: 16 juni 2025

Samenvatting

De Bezwaarschriftenadviescommissie (hierna: de Commissie) adviseert UHT om het bezwaar ongegrond te verklaren.

Onderwerp van advies

Het door gemachtigde namens belanghebbende ingediende bezwaarschrift is gericht tegen de door UHT genomen definitieve beschikking compensatie kinderopvangtoeslag.

Aan belanghebbende is met toepassing van de Wet hersteloperatie toeslagen (hierna: Wht) geen compensatie toegekend.

Procesverloop

  • Belanghebbende heeft op 21 juni 2022 verzocht om een herbeoordeling van de kinderopvangtoeslag (hierna: KOT) over de toeslagjaren 2005 tot en met 2016, 2018 en 2019. Hierna heeft ouder in overleg met de persoonlijk zaakbehan-delaar het onderzoek beperkt tot de toeslagjaren 2005 tot en met 2008 en 2012 tot en met 2016
  • UHT heeft bij beschikking van 1 september 2022 aan belanghebbende medegedeeld dat zij niet in aanmerking komt voor een betaling van € 30.000.
  • De Commissie van Wijzen (hierna: CvW) heeft haar beoordeling van het verzoek van belanghebbende op 6 oktober 2023 aan UHT toegestuurd. De CvW heeft geadviseerd dat gedurende de betrokken jaren geen sprake is geweest van institutionele vooringenomenheid of bijzondere omstandigheden.
  • UHT heeft bij bestreden beschikking aan belanghebbende medegedeeld dat zij geen recht heeft op compensatie voor de jaren 2005 tot en met 2008 en 2012 tot en met 2016.
  • Gemachtigde heeft bij brief van 21 november 2023, ingekomen op diezelfde datum, tegen deze beschikking een bezwaarschrift ingediend.
  • UHT heeft op 24 oktober 2024 schriftelijk gereageerd op het bezwaarschrift.
  • Op 11 april 2025 heeft een hoorzitting plaatsgevonden. Van de hoorzitting is een verslag gemaakt, dat achter het advies is gevoegd.
  • Dit advies wordt uitgebracht door de voorzitter, eerste commissielid en tweede commissielid.

Ontvankelijkheid

Niet in geschil is dat het bezwaarschrift ontvankelijk is.

Overwegingen ten aanzien van de bezwaren en het bestreden besluit

Op de zaak betrekking hebbende stukken

Belanghebbende heeft, onder meer onder inroeping van het equality of arms-beginsel, aangevoerd dat UHT heeft verzuimd stukken te overleggen, die voor de beoordeling van het bezwaar relevant zijn. De Commissie overweegt ter zake als volgt. Op grond van artikel 7:4 lid 2 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) heeft een belanghebbende voorafgaand aan de hoorzitting bij de Commissie recht op afschriften van de op de zaak betrekking hebbende stukken. De beschouwing met de bijbehorende producties is tijdig aan gemachtigde toegezonden. Hierdoor hebben gemachtigde en belanghebbende kennis kunnen nemen van de stukken die ten grondslag liggen aan het bestreden besluit en gelegenheid gehad om daarop te reageren. De Commissie ziet in de stellingname van belanghebbende geen aanleiding om aan te nemen dat in het beschikbaar gestelde dossier stukken zouden ontbreken die van enig belang zouden kunnen zijn geweest bij het door UHT genomen besluit. Van schending van genoemd artikellid is dan ook niet gebleken. De door belanghebbende in dit verband ontwikkelde bezwaren kunnen dan ook niet tot het door haar gewenste resultaat leiden. De Commissie adviseert UHT daarom deze bezwaren ongegrond te verklaren.

De inhoudelijke bezwaren

De Commissie ziet zich, gelet op de inhoud van de bestreden beschikking en de daartegen aangevoerde bezwaren, geplaatst voor de beantwoording van de vraag of UHT terecht heeft besloten aan belanghebbende geen compensatie toe te kennen voor toeslagjaren 2005 tot en met 2008 en 2012 tot en met 2016.

Beoordeelde toeslagjaren
De KOT voor de jaren 2005 tot en met 2008 en 2012 tot en met 2016 is, naar op grond van de stukken aannemelijk is geworden, veelal bijgesteld naar aanleiding van door belanghebbende zelf aangeleverde informatie. Uit die informatie volgt dat in deze jaren (onder meer) de KOT is bijgesteld vanwege het toetsingsinkomen of een wijziging in het aantal uren kinderopvang. Voor de jaren 2014 tot en met 2016 geldt dat belanghebbende, op grond van de toen geldende wet- en regelgeving, aanspraak maakte op KOT voor nog maar 70% van het aantal gewerkte uren. Op grond van de stukken uit het dossier die UHT heeft aangeleverd geeft dit de Commissie geen aanleiding om aan te nemen dat deze toepassing bij de berekening van de KOT in die jaren onjuist zou zijn.

De verplichting tot terugbetaling van de KOT voor de bovengenoemde jaren is het gevolg van reguliere correcties. Dat kan niet worden aangemerkt als institutioneel vooringenomen handelen. De reguliere correcties over deze toeslagjaren wijzen ook niet op onbillijkheden vanwege de hardheid waarmee het wettelijk systeem werd toegepast.

Automatische continuering van KOT
Het gegeven dat de KOT voor het volgende (toeslag)jaar automatisch is gecontinueerd, maakt evenmin dat sprake is van institutioneel vooringenomen handelen dan wel hardheid van het stelsel.

Beslagvrije voet
Bij gebrek aan wetenschap betwist belanghebbende dat de B/T over 2005 tot en met 2008 en 2012 tot en met 2016 rekening heeft gehouden met haar beslagvrije voet, terwijl de gegevens hiervoor wel bij de B/T voorhanden waren. B/T had immers de inkomensgegevens van belanghebbende reeds onder zich en vanwege de verleende huurtoeslag was de B/T op de hoogte van de huurprijs en de huurtoeslag die belanghebbende ontving. Vanwege de verleende zorgtoeslag was B/T tevens op de hoogte van de zorgtoeslag die belanghebbende ontving en van de wettelijk vastgestelde premie voor de basisverzekering. Derhalve beschikte de B/T in 2005 tot en met 2008 en 2012 tot en met 2016 over alle benodigde gegevens om de beslagvrije voet te berekenen en toe te passen.

De Commissie begrijpt de stellingname van belanghebbende aldus dat bij een eventuele verrekening met andere toeslagen geen rekening is gehouden met de beslagvrije voet. De Commissie overweegt dat uit het dossier niet volgt dat in bovengenoemde toeslagjaren KOT is uitbetaald aan belanghebbende en / of is verrekend met andere toeslagen. Alleen al daarom kan dit niet tot de conclusie leiden dat dit moet leiden tot compensatie op grond van hardheid.

LIC-overzichten
Naar het oordeel van de Commissie is het (nieuwe) beleid van UHT om alleen LIC-overzichten te verstrekken indien sprake is van een toewijzende beschikking, niet onredelijk.

Conclusie

Samengevat adviseert de Commissie om het bezwaar ongegrond te verklaren en het bestreden besluit in stand te laten.

[handtekening]

Secretaris

[handtekening]

Fungerend voorzitter