Ga direct naar de inhoud Ga direct naar de filters Ga direct naar de footer

BAC 2024-15182

Advies van de Bezwaarschriftenadviescommissie hersteloperatie toeslagen

Aan: Belastingdienst/Uitvoeringsorganisatie Herstel Toeslagen (hierna: UHT)

Betreft: het bezwaarschrift van belanghebbende

Primair besluit: 28 september 2023 (UHT-DCHA)

Hoorzitting: 2 juni 2025 om 14:00 uur

Overdracht advies aan UHT: 17 september 2025

Samenvatting

De Bezwaarschriftenadviescommissie (hierna: de Commissie) adviseert UHT om het bezwaar ongegrond te verklaren.

Onderwerp van advies

Het door gemachtigde namens belanghebbende ingediende bezwaarschrift is gericht tegen de door UHT genomen definitieve beschikking compensatie kinderopvangtoeslag.

Aan belanghebbende is met toepassing van de Wet hersteloperatie toeslagen (hierna: Wht) geen compensatie toegekend voor de jaren 2007, 2008 en 2009.

Procesverloop

  • Belanghebbende heeft op 30 oktober 2023 verzocht om een herbeoordeling van de kinderopvangtoeslag (hierna: KOT) over de jaren 2007, 2008 en 2009.
  • De Commissie van Wijzen (hierna: CvW) heeft haar beoordeling van het verzoek van belanghebbende op 17 augustus 2023 aan UHT toegestuurd. De CvW heeft geadviseerd dat gedurende de betrokken jaren geen sprake is geweest van institutionele vooringenomenheid of bijzondere omstandigheden.
  • UHT heeft bij bestreden beschikking aan belanghebbende medegedeeld dat zij geen recht heeft op compensatie voor de jaren 2007, 2008 en 2009.
  • Gemachtigde heeft bij brief van 30 oktober 2023, ingekomen op 17 november 2023, tegen deze beschikking een bezwaarschrift ingediend. UHT heeft op 16 december 2024 schriftelijk gereageerd op het bezwaarschrift.
  • Op 2 juni 2025 heeft een hoorzitting plaatsgevonden. Van de hoorzitting is een verslag gemaakt, dat achter het advies is gevoegd.
  • UHT heeft, daartoe door de Commissie ter zitting verzocht, op 23 juni 2025 een nadere schriftelijke reactie ingediend en op 17 juli 2025 nadere stukken overgelegd. Hoewel daartoe in de gelegenheid gesteld om uiterlijk op 10 september 2025 daarop te reageren, heeft gemachtigde geen gebruik gemaakt van die gelegenheid.
  • UHT heeft aangegeven geen stukken uit het zogenaamde BARC-register te kunnen overleggen, omdat uitsluitend belanghebbende die stukken kan opvragen. Hoewel daartoe door de Commissie in de gelegenheid gesteld om uiterlijk op 10 september 2025 de hiervoor bedoelde stukken te overleggen, heeft gemachtigde geen gebruik gemaakt van die gelegenheid.
  • Dit advies wordt uitgebracht door de voorzitter, eerste commissielid en tweede commissielid.

Ontvankelijkheid

Niet in geschil is dat het bezwaarschrift ontvankelijk is.

Overwegingen ten aanzien van de bezwaren en het bestreden besluit

De Commissie ziet zich gesteld voor de vraag of UHT terecht en op goede gronden is gekomen tot haar beslissing om het verzoek van belanghebbende om compensatie of tegemoetkoming af te wijzen.

Ontbrekende stukken, dossier, equality of arms
Belanghebbende voort in bezwaar aan dat UHT handelt in strijd met het beginsel van equality of arms. In haar ogen wordt zij in haar procesbelang geschaad, omdat ze niet de beschikking krijgt over haar persoonlijk dossier en/of een volledig bezwaardossier. De Commissie overweegt daartoe als volgt. De op de zaak betrekking hebbende stukken c.q. het Ouderdossier en de beschouwing van UHT zijn op respectievelijk 16 september 2024 en 2 december 2024 aan belang-hebbende toegezonden. Op 23 juni 2025 heeft UHT een nadere schriftelijke reactie ingediend en op 17 juli 2025 heeft zij nadere stukken overgelegd.
De Commissie heeft geen aanknopingspunten gevonden om aan te nemen dat hier niet is voldaan aan de in artikel 7:4 lid 2 van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: Awb) neergelegde verplichting om alle op de zaak betrekking hebbende stukken ter inzage te leggen. Belanghebbende heeft op de voet van artikelen 7:4 lid 2 Awb en 5.2 leden 3 en 4 Wht voorafgaand aan de zitting kennis kunnen nemen van de (afschriften van de) op de zaak betrekking hebbende stukken. Hierdoor heeft belanghebbende kennis kunnen nemen van de stukken die ten grondslag liggen aan de bestreden besluiten en is zij in de gelegenheid geweest om daarop te reageren. Met de schriftelijke reactie, de uitleg ter zitting en de op de zaak betrekking hebbende stukken, heeft UHT de bestreden besluiten voldoende onderbouwd. De Commissie adviseert UHT het bezwaar op dit punt ongegrond te verklaren.

Toeslagjaren 2007, 2008 en 2009
Ten aanzien van de toeslagjaren 2007, 2008 en 2009 heeft de CvW geen aanleiding gevonden om af te wijken van het voorlopig oordeel van UHT dat belanghebbende niet in aanmerking komt voor een herstelmaatregel. Belanghebbende heeft in bezwaar geen concrete redenen aangevoerd waarom het advies van de CvW niet juist zou zijn. De Commissie overweegt dat, gelet op één en ander, niet aannemelijk is geworden dat er bij de toekenning, aanpassing van de kinderopvangtoeslag over de jaren 2007, 2008 en 2009 sprake is geweest van institutioneel vooringenomen handelen door Belastingdienst/Toeslagen dan wel hardheid van het stelsel. De bijstellingen zijn conform de wet uitgevoerd. Dergelijke bijstellingen geven in de regel ook geen aanspraak op een zogenoemde hardheidstegemoetkoming. De Commissie heeft geen aanknopingspunten om hier ten aanzien van belanghebbende anders over te oordelen. Verder is ook geen sprake geweest van een onterechte kwalificatie opzet / grove schuld, zodat ook hierop geen aanspraak gemaakt kan worden. De Commissie adviseert UHT daarom om dit onderdeel van het bezwaar ongegrond te verklaren.

Automatische continuatie
Belanghebbende heeft nog aangevoerd dat het onzorgvuldig is geweest dat B/T de KOT over de jaren 2008 en 2009 automatisch heeft gecontinueerd. De Commissie overweegt dat een aanvraag voor kinderopvangtoeslag op basis van artikel 15 lid 5 van de Algemene wet inkomensafhankelijke regelingen (hierna: Awir) geacht wordt mede te zien op berekeningsjaren die volgen op het eerste berekeningsjaar.
Een aanvraag voor kinderopvangtoeslag wordt dus automatisch gecontinueerd.
De Commissie adviseert UHT daarom om dit onderdeel van het bezwaar ongegrond te verklaren.

Hardheid van het stelsel (geen rekening gehouden met beslagvri}e voet)
De Commissie volgt belanghebbende niet in haar standpunt dat de beslagvrije voet ten onrechte niet is toegepast en overweegt daartoe als volgt. Voor de inwerkingtreding van de Wet vereenvoudiging beslagvrije voet per 1 januari 2021 was bij het verrekenen of het leggen van beslag op alle toeslagen geen beslagvrije voet van toepassing. Vanaf 1 januari 2021 worden de toeslagen op grond van artikel 475c sub j van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering wel meegenomen in de beslagvrije voet, echter met uitzondering van de kinderopvangtoeslag. Dat houdt in dat de beslagvrije voet niet van toepassing is bij het leggen van beslag op of verrekenen van de kinderopvangtoeslag. Van hardheid van het stelsel is dan ook geen sprake. De Commissie adviseert UHT daarom om dit onderdeel van het bezwaar ongegrond te verklaren.

Proceskosten
Nu de Commissie niet adviseert het primaire besluit te herroepen, is er geen aanleiding een vergoeding van de proceskosten toe te kennen.

Conclusie

Samengevat adviseert de Commissie om het bezwaar ongegrond te verklaren en geen proceskostenvergoeding toe te kennen.

[handtekening]

Secretaris

[handtekening]

Fungerend voorzitter