BAC 2025-15280
Publicatiedatum 05-02-2026
Advies van de Bezwaarschriftenadviescommissie hersteloperatie toeslagen
Aan: Dienst Toeslagen / Uitvoeringsorganisatie Herstel Toeslagen
(hierna: UHT)
Betreft: het bezwaarschrift van belanghebbende
Primair besluit: 11 oktober 2023 (UHT-DCH)
Hoorzitting: 11 juli 2025 om 11:00 uur
Overdracht advies aan UHT: 17 juli 2025
Samenvatting
De Bezwaarschriftenadviescommissie (hierna: de Commissie) adviseert UHT om het bezwaar tegen de beschikking van 11 oktober 2023 met kenmerk UHT-DCH gedeeltelijk gegrond te verklaren en te herroepen. De Commissie adviseert tevens een proceskostenvergoeding toe te kennen.
Onderwerp van advies
Het door de gemachtigde namens belanghebbende ingediende bezwaarschrift is gericht tegen de door UHT genomen definitieve beschikking herbeoordeling kinderopvangtoeslag van 11 oktober 2023 (UHT-DCH).
Aan belanghebbende is met toepassing van de Wet hersteloperatie toeslagen (hierna: Wht) compensatie toegekend voor een bedrag van € 74.676 voor de toeslagjaren 2009, 2011, 2013 en 2014 op grond van vooringenomenheid.
Voor de toeslagjaren 2007, 2008, 2010, 2012 en 2015 bestaat geen recht op compensatie.
Procesverloop
- Belanghebbende heeft op 12 maart 2021 verzocht om een herbeoordeling van de kinderopvangtoeslag (hierna: KOT) over de toeslagjaren 2009 tot en met 2015. Na overleg tussen belanghebbende en UHT zijn ook de toeslagjaren 2007 en 2008 meegenomen in de herbeoordeling.
- UHT heeft bij beschikking van 23 juni 2021 met kenmerk UHT-B DMB2 aan belanghebbende medegedeeld dat zij in aanmerking komt voor een betaling van € 30.000.
- UHT heeft bij de bestreden beschikking van 11 oktober 2023 met kenmerk UHT-DCH aan belanghebbende medegedeeld dat zij recht heeft op een compensatiebedrag van € 74.676 voor de toeslagjaren 2009, 2011, 2013 en 2014 op grond van vooringenomenheid. Voor de toeslagjaren 2007, 2008, 2010, 2012 en 2015 is de compensatieregeling niet van toepassing.
- Gemachtigde heeft bij brief van 14 november 2023 tegen deze beschikking een bezwaarschrift ingediend.
- UHT heeft op 20 februari 2025 schriftelijk gereageerd.
- Op 11 juli 2025 heeft een hoorzitting plaatsgevonden. Van de hoorzitting is een verslag gemaakt, dat achter het advies is gevoegd.
- Dit advies wordt uitgebracht door de voorzitter en 2 commissieleden.
Ontvankelijkheid
Niet in geschil is dat het bezwaarschrift ontvankelijk is.
Overwegingen ten aanzien van de bezwaren en het bestreden besluit
Procedurele bezwaren
Belanghebbende voert in bezwaar aan dat UHT handelt in strijd met het beginsel van equality of arms. In haar ogen wordt zij in haar procesbelang geschaad omdat zij niet de beschikking heeft over haar persoonlijk dossier en/of een volledig ouderdossier en daardoor niet over de voor het voeren van bezwaar benodigde documenten beschikt.
De Commissie volgt dit standpunt van belanghebbende niet. De schriftelijke beschouwing en de onderliggende stukken zijn op 3 april 2025 aan gemachtigde toegezonden. De Commissie vindt dat met het toezenden van deze stukken is voldaan aan de in artikel 7:4, lid 2, van de Algemene wet bestuursrecht neergelegde verplichting om alle op de zaak betrekking hebbende stukken ter inzage te leggen. Dat kan anders zijn als de belanghebbende een duidelijk aanknopingspunt geeft waarom het persoonlijk dossier moet worden afgewacht. De enkele opmerking dat bij onbekendheid van de stukken in dat dossier het zo kán zijn dat er nu relevante informatie ontbreekt, is niet voldoende. De Commissie adviseert UHT daarom om dit onderdeel van het bezwaar ongegrond te verklaren.
Beoordeling toeslagjaren 2007 tot en met 2015
De Commissie ziet zich gesteld voor de beantwoording van de vraag of UHT de toegekende compensatie voor de toeslagjaren 2009, 2011, 2013 en 2014 op de juiste wijze heeft berekend. Voorts stelt de Commissie, naar aanleiding van hetgeen tijdens de hoorzitting door gemachtigde naar voren is gebracht, vast dat verder nog de vraag dient te worden beantwoord of UHT terecht heeft besloten het toeslagjaar 2012 niet als, kortweg, compensatiejaar aan te merken.
Beoordeling forfaitaire compensatieberekening toeslagjaren 2009, 2011, 2013 en 2014
Belanghebbende stelt dat zij de compensatieberekening niet heeft kunnen controleren. Daarom betwist zij de juistheid daarvan.
De Commissie overweegt dat belanghebbende met de schriftelijke reactie van UHT op het bezwaar al een nadere toelichting heeft ontvangen op de berekening van het compensatiebedrag. Daarbij is een per onderdeel uitgesplitste compensatieberekening verstrekt, zodat belanghebbende de juistheid van de berekening kon verifiëren.
In de schriftelijke beschouwing en de daarbij gevoegde bijlage compensatieberekening op het bezwaar constateert UHT dat de berekening van de compensatie op een aantal onderdelen moet worden aangepast. UHT acht het bezwaar op dit bezwaaronderdeel gegrond en zal de compensatieberekening voor de toeslagjaren 2009, 2011, 2013 en 2014 aanpassen in de beslissing op bezwaar.
De Commissie acht met UHT het bezwaar op dit onderdeel gegrond en adviseert de gedane toezeggingen gestand te doen en overeenkomstig de gedane toezeggingen te beslissen in de beslissing op bezwaar.
Beoordeling afwijzing compensatie toeslagjaar 2012
Belanghebbende voert aan dat KOT voor het toeslagjaar 2012 ten onrechte niet automatisch is voortgezet. Dit zou volgens haar duiden op een vooringenomen handelswijze van de Belastingdienst/Toeslagen (hierna: B/T).
De Commissie overweegt als volgt. Voor compensatie komt, ingevolge het bepaalde in de Wht, kortweg, in aanmerking de ouder van wie aannemelijk is dat de vaststelling van zijn of haar aanspraak op KOT in enig jaar onderdeel is geweest van een institutioneel vooringenomen handelwijze of van hardheid van B/T.
De Commissie stelt op grond van het dossier vast dat voor het toeslagjaar 2011 de KOT op 29 november 2011 door B/T is stopgezet, omdat belanghebbende volgens B/T onvoldoende had gereageerd op eerdere vraagbrieven. Belanghebbende is voor deze stopzetting reeds gecompenseerd, omdat daarbij sprake was van vooringenomen handelen door B/T. Voor het toeslagjaar 2012 heeft belanghebbende op 2 april 2012 opnieuw KOT aangevraagd. B/T heeft deze aanvraag vervolgens op 21 mei 2012 toegewezen, waarbij de KOT voor het gehele toeslagjaar 2012 is toegekend.
Gelet op het voorgaande, en bij gebrek aan duidelijke, in een andere richting wijzende gegevens, is de Commissie van opvatting dat niet aannemelijk is geworden dat er bij de behandeling van de KOT voor het toeslagjaar 2012 sprake is geweest van vooringenomen handelen door B/T. Dat de KOT over 2012 vijf maanden na aanvang van het kalenderjaar is ontvangen, zoals de gemachtigde stelt, leidt evenmin tot de conclusie dat sprake is van vooringenomenheid.
De Commissie onderkent dat belanghebbende aanzienlijke gevolgen heeft ondervonden van de stopzetting van de KOT over het toeslagjaar 2011.
Die omstandigheid op zichzelf leidt echter niet automatisch tot compensatie voor een daaropvolgend jaar. De Commissie adviseert UHT derhalve het bezwaar op dit onderdeel ongegrond te verklaren.
Zorgvuldigheid- en motiveringsbeginsel
Aangezien de bestreden beschikking met kenmerk UHT-DCH niet in stand kan blijven, zoals volgt uit het voorgaande, staat vast dat de totstandkoming onvoldoende zorgvuldig is geweest en de motivering bij beslissing op bezwaar moet worden verbeterd.
Vergoeding van de kosten van rechtsbijstand Nu het bezwaar naar de mening van de Commissie gedeeltelijk gegrond is en leidt tot herroeping van de bestreden beschikking adviseert de Commissie om de vergoeding van de kosten van rechtsbijstand in deze bezwaarprocedure toe te wijzen. Op grond van het Besluit proceskosten bestuursrecht heeft belanghebbende recht op een forfaitaire vergoeding op basis van 2 procespunten (gegrond bezwaarschrift en verschijnen hoorzitting) met een wegingsfactor 2. Net als in eerdere zaken adviseert de Commissie daarbij de hoogste vergoeding per procespunt toe te kennen.
Conclusie en advies
Samengevat adviseert de Commissie aan UHT, de hiervoor geformuleerde eerste vraag ontkennend en de tweede vraag bevestigend beantwoordend, om het bezwaar gericht tegen de beschikking van 11 oktober 2023 met kenmerk UHT-DCH gedeeltelijk gegrond te verklaren en om:
- alle, ingevolge de Wht, daarmee samenhangende, vergoedingen opnieuw te berekenen met inachtneming van dit advies, en daarbij, conform het door UHT zelf op dit punt gehanteerde beleid, de einddatum van de daarvoor in aanmerking vergoedingen vast te stellen op de datum tot aan de dagtekening van de beslissing op bezwaar en het bestreden besluit in zo verre te herroepen;
- om het bezwaar voor het overige ongegrond te verklaren;
- een vergoeding van de proceskosten voor de onderhavige bezwaarprocedure toe te kennen van twee procespunten met wegingsfactor twee voor het hoogste tarief.
[handtekening]
Secretaris
[handtekening]
Fungerend voorzitter