BAC 2025-15249
Publicatiedatum 05-02-2026
Advies van de Bezwaarschriftenadviescommissie hersteloperatie toeslagen
Aan: Dienst Toeslagen / Uitvoeringsorganisatie Herstel Toeslagen
(hierna: UHT)
Betreft: het bezwaarschrift van belanghebbende
Primair besluit: 19 december 2023 (UHT-DCH)
Hoorzitting: 30 april 2025
Overdracht advies aan UHT: 30 mei 2025
Samenvatting
De Bezwaarschriftenadviescommissie (hierna: de Commissie) adviseert UHT om het bezwaar gedeeltelijk gegrond te verklaren, de compensatieberekening aan te passen en een proceskostenvergoeding toe te kennen.
Onderwerp van advies
Het door de gemachtigde namens belanghebbende ingediende bezwaarschrift is gericht tegen de door UHT genomen definitieve beschikking compensatie kinderopvangtoeslag.
Aan belanghebbende is met toepassing van de Wet hersteloperatie toeslagen (hierna: Wht) compensatie toegekend voor een bedrag van €93.360,- voor de jaren 2006, 2008 en 2009 en geen compensatie toegekend voor het jaar 2007.
Procesverloop
- Belanghebbende heeft op 8 februari 2021 verzocht om een herbeoordeling van de kinderopvangtoeslag (hierna: KOT) over de jaren 2005 tot en met 2011.
In overleg met belanghebbende is de beoordeling beperkt tot toeslagjaren 2006 tot en met 2009. - De Commissie van Wijzen (hierna: CvW) heeft haar beoordeling van het verzoek van belanghebbende op 16 oktober 2023 aan UHT toegestuurd. De CvW heeft geadviseerd dat gedurende het jaar 2007 geen sprake is geweest van institutionele vooringenomenheid of bijzondere omstandigheden.
- UHT heeft bij de bestreden beschikking van 19 december 2023 met kenmerk UHT-DCH aan belanghebbende een compensatie toegekend voor een bedrag van €93.360,- voor de jaren 2006, 2008 en 2009 en geen compensatie toegekend voor toeslagjaar 2007.
- Belanghebbende heeft bij brief van 18 januari 2024, ingekomen op 22 januari 2024, tegen deze beschikking een bezwaarschrift ingediend.
- UHT heeft op 10 januari 2025 schriftelijk gereageerd op het bezwaarschrift.
- Op 30 april 2025 heeft een hoorzitting plaatsgevonden. Van de hoorzitting is een verslag gemaakt, dat achter het advies is gevoegd.
- Dit advies wordt uitgebracht door de voorzitter en 2 commissieleden.
Ontvankelijkheid
Niet in geschil is dat het bezwaarschrift ontvankelijk is.
Overwegingen ten aanzien van de bezwaren en het bestreden besluit
De Commissie ziet zich gesteld voor de vraag of UHT de toegekende compensatie voor de jaren 2006, 2008 en 2009 op de juiste wijze heeft berekend en terecht en op goede gronden is gekomen tot haar beslissing om het verzoek van belanghebbende om compensatie of tegemoetkoming voor het jaar 2007 af te wijzen.
Op de zaak betrekking hebbende stukken en ‘Equality of arms’
UHT erkent dat belanghebbende bij de beschikking niet de onderliggende stukken heeft ontvangen. Inmiddels heeft belanghebbende op 2 oktober 2024 alsnog het ouderdossier toegestuurd gekregen. Bij de beschouwing zijn aanvullende stukken opgenomen.
De Commissie overweegt als volgt. Op grond van artikel 7:4 lid 2 Algemene wet bestuursrecht (hierna: Awb) en artikel 5.2 leden 3 en 4 van de Wht heeft een belanghebbende voorafgaand aan de hoorzitting bij de Commissie recht op afschriften van de op de zaak betrekking hebbende stukken. De beschouwing met de bijbehorende producties, waaronder ook de “Overzichten (uit)betalingen en/of verrekeningen toeslagen”, is op 12 maart 2025 aan gemachtigde toegezonden. Hierdoor hebben gemachtigde en belanghebbende kennis kunnen nemen van de stukken die ten grondslag liggen aan het bestreden besluit en gelegenheid gehad om daarop te reageren. Dit onderdeel van het bezwaar is daarom ongegrond.
Toeslagjaar 2007
Belanghebbende stelt dat hij in 2007 vooringenomen is behandeld en daardoor recht heeft op compensatie. Vanwege dakloosheid ontving hij destijds geen correspondentie over de kinderopvangtoeslag (hierna: KOT) en werd zijn bezwaar, inclusief overgelegde bewijsstukken, volgens hem niet in behandeling genomen. Daarnaast is onduidelijk waarom hij op de FSV-lijst stond.
De Commissie constateert dat Belastingdienst/Toeslagen (hierna: B/T) uitvraag heeft gedaan en een rappelbrief heeft verzonden naar het adres waarop belanghebbende volgens de Basisregistratie Personen (hierna: BRP) was ingeschreven (producties 1207001 en 1207002). B/T mocht er dan ook vanuit gaan dat de uitvraagbrieven die aan dat adres zijn verzonden belanghebbende zouden bereiken. Tijdens de hoorzitting heeft gemachtigde verklaard dat niet betwist kan worden dat het adres op dat moment klopte en dat de brieven naar het laatst bekende adres zijn verzonden.
De Commissie overweegt verder dat niet aannemelijk is geworden dat B/T over toeslagjaar 2007 meer of andere gegevens heeft opgevraagd dan noodzakelijk om het recht op KOT te kunnen vaststellen. Het instellen van een (extra) controle of het tussentijds opvragen van gegevens is op zichzelf onvoldoende om te concluderen dat B/T vooringenomen heeft gehandeld.
De terugvordering KOT over toeslagjaar 2007 was gelegen in een te hoog voorschot, dat op basis van reguliere wijzigingen opnieuw is berekend.
Deze bijstellingen zijn conform de wet uitgevoerd. De opname op de FSV-lijst vindt vermoedelijk, zoals op de hoorzitting besproken, zijn oorzaak in een fraudemelding, maar heeft zelf niet geleid tot een terugvordering of een andere vorm van schade. (producties 1400000, pagina 287 tot en met 294).
Ten aanzien van de beoordeling van hardheid was in het geval van belanghebbende sprake van een terugvordering of een verlaging van de KOT van €1.500,- of meer. Ook is de KOT in dit toeslagjaar aan de kinderopvanginstelling uitbetaald (productie 2700004, pagina 343). Zoals op de hoorzitting is besproken is het te veel uitbetaalde bedrag aan de kinderopvanginstelling lager dan het drempelbedrag van €1.500,-. Daarnaast is geen sprake van een kleine formele tekortkoming, het slechts betalen van een deel van de opvangkosten, gedupeerdheid vanwege fraude door een derde of andere bijzondere omstandigheden. Gemachtigde heeft tijdens de hoorzitting aangegeven de toelichting van UHT te begrijpen en hiermee in te stemmen. De Commissie neemt hiervan met instemming kennis.
Verder is er ook geen sprake geweest van een onterechte kwalificatie O/GS, zodat ook hierop geen aanspraak kan worden gemaakt (productie 1300000, pagina 281).
Naar aanleiding van het voorgaande heeft de Commissie geen aanknopingspunten kunnen vinden om te adviseren dat bij de toekenning, aanpassing of terugvordering van de KOT voor toeslagjaar 2007 sprake is geweest van institutioneel vooringenomen handelen door B/T dan wel hardheid van het stelsel.
Compensatieberekening toeslagjaren 2008 en 2009
Met betrekking tot toeslagjaren 2006 tot en met 2009 heeft UHT in de Bijlage compensatieberekening alle bedragen uit de compensatie nader toegelicht. Tijdens de hoorzitting heeft gemachtigde verklaard geen bezwaar te hebben tegen de nieuwe compensatieberekening en de door UHT gegeven toelichting.
De Commissie neemt hiervan met instemming kennis en zal dit onderdeel van het bezwaar daarom verder buiten beschouwing laten.
Niet beoordeelde jaren 2005, 2010 en 2011
De Commissie overweegt dat vaststaat dat belanghebbende voor de jaren 2005, 2010 en 2011 geen KOT heeft aangevraagd (productie 0900001). Ingevolge artikel 2.1, lid 1, Wht wordt compensatie toegekend aan de aanvrager van KOT.
Tijdens de hoorzitting heeft gemachtigde aangegeven geen bezwaar meer te hebben tegen dit punt. De Commissie stemt daarmee in.
Werkelijk geleden schade
Belanghebbende stelt dat de geleden schade de vergoeding voor immateriële schade overstijgt en wenst hiervoor een aanvullende compensatie te ontvangen.
In dit kader verwijst belanghebbende naar artikel 8:88 Awb, waaruit blijkt dat een belanghebbende schade vergoed kan krijgen die is veroorzaakt door een bestuursorgaan.
Daarnaast wenst belanghebbende in aanmerking te komen voor de nieuwe route die de staatssecretaris Toeslagen & Douane in juni 2023 per brief aan de tweede kamer heeft kenbaar gemaakt en waarin de mogelijkheid is beschreven om gebruik te maken van een abstracte schadeberekening voor de materiele en immateriële schade.
De Commissie overweegt dat deze bezwaarschriftprocedure alleen betrekking heeft op de toekenning van de standaard vergoedingen en niet op de vergoeding van de werkelijk geleden schade. Hiervoor is de procedure bij de Commissie Werkelijke Schade bestemd. De Commissie verzoekt belanghebbende derhalve om bij de Commissie Werkelijke Schade een verzoek in te dienen. Voorts verwijst de Commissie belanghebbende naar de Stichting Gelijkwaardig Herstel voor de alternatieve route.
Proceskostenvergoeding
Nu het primaire besluit naar de mening van de Commissie dient te worden herroepen, adviseert de Commissie om het verzoek om vergoeding van de kosten van rechtsbijstand in deze bezwaarprocedure toe te wijzen. Op grond van het Besluit proceskosten bestuursrecht heeft belanghebbende recht op een forfaitaire vergoeding op basis van 2 procespunten (bezwaarschrift en verschijnen hoorzitting) met een wegingsfactor 2. Net als in eerdere zaken adviseert de Commissie daarbij de hoogste vergoeding per procespunt toe te kennen.
Conclusie
Samengevat adviseert de Commissie om het bezwaar gedeeltelijk gegrond te verklaren en om:
- de compensatieberekening aan te passen conform de beschouwing van
10 januari 2025; - de aanvullende vergoeding van 1% opnieuw vast te stellen;
- een vergoeding van de proceskosten voor de onderhavige bezwaarprocedure toe te kennen van twee procespunten met wegingsfactor twee voor het hoogste tarief.
[handtekening]
Secretaris
[handtekening]
Fungerend voorzitter