Ga direct naar de inhoud Ga direct naar de filters Ga direct naar de footer

BAC 2025-15244

Advies van de Bezwaarschriftenadviescommissie hersteloperatie toeslagen

Aan: Dienst Toeslagen / Uitvoeringsorganisatie Herstel Toeslagen
(hierna: UHT)

Betreft: het bezwaarschrift van belanghebbende

Primair besluit: 14 december 2023 (UHT-DCHA)

Hoorzitting: 5 juni 2025

Overdracht advies aan UHT: 2 juli 2025

Samenvatting

De Bezwaarschriftenadviescommissie (hierna: de Commissie) adviseert UHT om het bezwaar ongegrond te verklaren.

Onderwerp van advies

Het door de gemachtigde namens belanghebbende ingediende bezwaarschrift is gericht tegen de door UHT genomen definitieve beschikking beoordeling kinderopvangtoeslag.

Aan belanghebbende is met toepassing van de Wet hersteloperatie toeslagen (hierna: Wht) geen compensatie toegekend voor de toeslagjaren 2018 en 2019.

Procesverloop

  • Belanghebbende heeft op 8 februari 2021 verzocht om een herbeoordeling van de kinderopvangtoeslag (hierna: KOT) over de toeslagjaren 2018, 2019 en 2020. Aangezien de Wht niet van toepassing is over het toeslagjaar 2020 is de herbeoordeling beperkt tot de toeslagjaren 2018 en 2019.
  • UHT heeft bij voorlopige beslissing van 7 september 2023, met kenmerk UHT-VCH A, aan belanghebbende medegedeeld dat zij niet in aanmerking komt voor één van de drie herstelregelingen.
  • De Commissie van Wijzen (hierna: CvW) heeft haar beoordeling van het verzoek van belanghebbende op 18 juli 2023 aan UHT toegestuurd. De CvW heeft geadviseerd dat gedurende de betrokken jaren geen sprake is geweest van institutionele vooringenomenheid of bijzondere omstandigheden.
  • UHT heeft bij bestreden beschikking van 14 december 2023, met kenmerk UHT-DCHA, aan belanghebbende medegedeeld dat zij geen recht heeft op een vergoeding voor de toeslagjaren 2018 en 2019.
  • Gemachtigde heeft bij brief van 12 januari 2024 tegen deze beschikking een bezwaarschrift ingediend.
  • UHT heeft op 6 januari 2025 schriftelijk gereageerd op het bezwaarschrift.
    Op 5 juni 2025 heeft een hoorzitting plaatsgevonden. Van de hoorzitting is een verslag gemaakt, dat achter het advies is gevoegd.
  • UHT heeft na afloop van de zitting de LIC-overzichten van 2018 en 2019 overgelegd.
  • Gemachtigde heeft de Commissie op 6 juni jl. geïnformeerd dat hij niet meer inhoudelijk op de LIC-overzichten wenst te reageren.
  • Dit advies wordt uitgebracht door de voorzitter en 2 commissieleden.

Ontvankelijkheid

Niet in geschil is dat het bezwaarschrift ontvankelijk is.

Overwegingen ten aanzien van de bezwaren en het bestreden besluit

De Commissie ziet zich gesteld voor de vraag of UHT terecht en op goede gronden is gekomen tot haar beslissing om het verzoek van belanghebbende om compensatie of tegemoetkoming over toeslagjaren 2018 en 2019 af te wijzen.

Compleetheid dossier en motivering besluit
Belanghebbende stelt dat de stukken die ten grondslag liggen aan de bestreden beschikking van 14 december 2023 ontbreken. Derhalve is de bestreden beschikking onvoldoende gemotiveerd.

De Commissie kan UHT volgen in het ingenomen standpunt ten aanzien van de motivering van de besluiten en de zorgvuldigheid van het hieraan ten grondslag liggende onderzoek. Ter voorbereiding van de definitieve compensatiebeschikking zijn de bedragen in de compensatieberekening vastgesteld aan de hand van de gegevens die UHT tot haar beschikking had. De gegevens zijn afkomstig van onder meer de voorschotbeschikkingen, definitieve beschikkingen, SAS-overzichten en uitdraaien van meldingen. De Commissie stelt vast dat belanghebbende inmiddels beschikt over de schriftelijke reactie van UHT en de bijbehorende stukken, die op 24 maart 2025 en na de hoorzitting op 5 juni 2025 aan gemachtigde zijn verzonden. Op basis van de in dit dossier opgenomen stukken kon belanghebbende genoegzaam inzicht verkrijgen in de totstandkoming van de bestreden beschikkingen. De Commissie adviseert UHT daarom om dit onderdeel van het bezwaar ongegrond te verklaren.

Artikel 6 EVRM, recht op een eerlijk proces
Belanghebbende voert aan dat geen sprake is van ‘equality of arms’, zoals opgenomen in artikel 6 van het EVRM, omdat zij niet de beschikking heeft over haar volledige dossier. De Commissie is een onafhankelijke bezwaarschriftenadviescommissie in de zin van artikel 7:13 van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: Awb). Voor de procedure bij de Commissie gelden de processuele waarborgen van de Awb. Op grond van artikel 7:4 lid 2 Awb heeft belanghebbende voorafgaand aan de hoorzitting bij de Commissie recht op afschriften van de op de zaak betrekking hebbende stukken. Deze stukken heeft belanghebbende in de vorm van een bezwaardossier op 24 maart 2025 ontvangen en zij heeft de gelegenheid gekregen om haar standpunt uiteen te zetten.
De Commissie adviseert UHT daarom om dit onderdeel van het bezwaar ongegrond te verklaren.

Herbeoordeling toeslagjaren 2018 en 2019
De Commissie overweegt dat niet aannemelijk is geworden dat er bij de toekenning, aanpassing of terugvordering van de KOT voor toeslagjaren 2018 en 2019 sprake is geweest van institutioneel vooringenomen handelen door de Belastingdienst/Toeslagen (hierna: B/T) dan wel hardheid van het stelsel.
De terugvordering KOT over toeslagjaren 2018 en 2019 was gelegen in een te hoog voorschot, dat op basis van reguliere wijzigingen opnieuw is berekend. Zo waren er in 2018 minder uren aan kinderopvang afgenomen en in 2019 was er sprake van een tijdelijke stopzetting door belanghebbende. De bijstellingen zijn conform de wet uitgevoerd. Dergelijke bijstellingen geven in beginsel ook geen aanspraak op een zogenoemde hardheidstegemoetkoming. De Commissie heeft geen aanknopingspunten gevonden om hier ten aanzien van belanghebbende anders over te oordelen. Verder is er ook geen sprake geweest van een onterechte kwalificatie O/GS, zodat ook hierop geen aanspraak kan worden gemaakt.
De Commissie adviseert UHT daarom om dit onderdeel van het bezwaar ongegrond te verklaren.

Automatische continuatie van KOT
Belanghebbende betoogt dat de bepaling van haar KOT op basis van automatische continuatie als onzorgvuldig moet worden beschouwd. Volgens belanghebbende mocht van de B/T worden verwacht dat extra waarborgen worden ingebouwd om liquiditeitsproblematiek wegens terugbetalingen en latere verrekeningen van eerder toegekende KOT te voorkomen. De Commissie overweegt als volgt.
De Commissie begrijpt dat de inrichting van het toeslagensysteem als zodanig voor vervelende ervaringen heeft gezorgd aan de zijde van belanghebbende. In deze bezwaarprocedure wordt echter uitsluitend getoetst of belanghebbende recht heeft op compensatie op basis van de Wht. De onderhavige bezwaarprocedure ziet niet op de toetsing van de wijze waarop het toeslagensysteem is ingericht.
Het bezwaar kan daarom op dit punt niet tot het door belanghebbende gewenste resultaat leiden.

Beslagvrije voet
Belanghebbende voert aan dat B/T bij de verrekening van de terugvorderingen geen rekening is gehouden met de beslagvrije voet. UHT heeft dit standpunt gemotiveerd weersproken. De Commissie overweegt dat de KOT expliciet is uitgesloten van de beslagvrije voet in artikel 475c sub j van het Wetboek van Rechtsvordering. Zoals blijkt uit de Memorie van Toelichting bij het wetsvoorstel tot uitbreiding van de beslagvrije voet is dat een bewuste keuze geweest die vooral gelegen is in het feit dat de KOT in zijn aard wezenlijk verschilt van de overige toeslagen. De KOT is namelijk juist gericht op de bevordering van arbeidsparticipatie, terwijl de overige toeslagen (huur- en zorgtoeslag, kindgebonden budget) een duidelijk inkomensondersteunend karakter hebben.
De Commissie is van oordeel dat in dit geval niet is gebleken van feiten of omstandigheden die leiden tot de conclusie dat sprake is van hardheid van het stelsel. De Commissie adviseert UHT dit onderdeel van het bezwaar ongegrond te verklaren.

Proceskostenvergoeding
Belanghebbende heeft verzocht haar een proceskostenvergoeding toe te kennen conform het Besluit vergoeding proceskosten bestuursrecht. Nu de Commissie niet adviseert het primaire besluit te herroepen, is er geen aanleiding een vergoeding van de proceskosten toe te kennen.

Conclusie

Samengevat adviseert de Commissie om het bezwaar ongegrond te verklaren en om het verzoek om een proceskostenvergoeding, af te wijzen.

[handtekening]

Secretaris

[handtekening]

Fungerend voorzitter