Ga direct naar de inhoud Ga direct naar de filters Ga direct naar de footer

BAC 2023-15046

Advies van de Bezwaarschriftenadviescommissie hersteloperatie toeslagen

Aan: Belastingdienst/Uitvoeringsorganisatie Herstel Toeslagen (hierna: UHT)

Betreft: het bezwaarschrift van belanghebbende

Primair besluit: 26 juli 2023 met kenmerk UHT-DCHA

Hoorzitting: 24 april 2025

Overdracht advies aan UHT: 1 oktober 2025

Samenvatting

De Bezwaarschriftenadviescommissie (hierna: de Commissie) adviseert UHT om het bezwaar ongegrond te verklaren.

Onderwerp van advies

Het door gemachtigde namens belanghebbende ingediende bezwaarschrift is gericht tegen de door UHT genomen beschikking van 26 juli 2023 met kenmerk UHT-DCHA.

Aan belanghebbende is met toepassing van de Wet hersteloperatie toeslagen (hierna: Wht) geen compensatie toegekend voor de toeslagjaren 2017 en 2018.

Procesverloop

  • Belanghebbende heeft op 4 februari 2021 verzocht om een herbeoordeling van de kinderopvangtoeslag (hierna: KOT) over de toeslagjaren 2017 en 2018.
  • De Commissie van Wijzen (hierna: CvW) heeft haar beoordeling van het verzoek van belanghebbende op 18 juli 2023 aan UHT toegestuurd. De CvW heeft geadviseerd dat gedurende de jaren 2017 en 2018 geen sprake is geweest van institutionele vooringenomenheid of hardheid.
  • Bij beschikking van 26 juli 2023 met kenmerk UHT-DCHA heeft UHT aan belanghebbende medegedeeld dat zij geen recht heeft op compensatie voor de toeslagjaren 2017 en 2018.
  • Gemachtigde heeft bij brief van 30 augustus 2023 tegen deze beschikking bezwaar gemaakt.
  • UHT heeft op 19 september 2024 schriftelijk gereageerd op het bezwaarschrift.
  • Op 24 april 2025 heeft een hoorzitting plaatsgevonden. Van de hoorzitting is een verslag gemaakt, dat achter dit advies is gevoegd.
  • Tijdens de hoorzitting zijn tussen partijen afspraken gemaakt om de Commissie van aanvullende informatie te voorzien. UHT heeft de Commissie, zoals afgesproken, op 25 april 2025 aanvullende stukken toegestuurd. De Commissie heeft gemachtigde twee keer gerappelleerd. Omdat gemachtigde niet meer heeft gereageerd op de aanvullende verzoeken van de Commissie, gaat de Commissie nu over tot het uitbrengen van dit advies.
  • De Commissie, bestaande uit de voorzitter, eerste commissielid en tweede commissielid, heeft het bezwaar van belanghebbende behandeld en het hierna volgende advies aan UHT opgesteld.

Ontvankelijkheid

Niet in geschil is dat het bezwaar ontvankelijk is.

Overwegingen ten aanzien van de bezwaren en het bestreden besluit

Toeslagjaren 2017 en 2018

Belanghebbende stelt dat zij niet kan controleren of zij over toeslagjaren 2017 en 2018 recht op compensatie heeft. UHT stelt dat er met betrekking tot de toeslagjaren 2017 en 2018 geen recht op compensatie bestaat. Ook komt belanghebbende volgens UHT niet in aanmerking voor compensatie op grond van de hardheidsregeling en heeft belanghebbende evenmin recht op tegemoetkoming op grond van de regeling Opzet/Grove Schuld (hierna: O/GS). De Commissie overweegt als volgt.

Ingevolge artikel 2.1, lid 1, van de Wht komt voor een compensatie in aanmerking de ouder van wie aannemelijk is dat de vaststelling van zijn aanspraak op KOT in enig jaar onderdeel is geweest van bijzondere hardheid of van een institutioneel vooringenomen handelwijze van Belastingdienst/Toeslagen (hierna: B/T). Toekenning van compensatie blijft ingevolge artikel 2.1, lid 2 van de Wht, achterwege als sprake is van ernstige onregelmatigheden die aan de ouder toerekenbaar zijn. Dit laatste is onder meer het geval in situaties waarin een belanghebbende evident geen recht had op KOT. Volgens UHT was daarvan sprake in toeslagjaar 2017 en in de maanden januari tot en met augustus van toeslagjaar 2018, omdat de toeslagpartner van belanghebbende gedurende deze periode in Suriname woonde. Uit het dossier blijkt dat belanghebbende op 22 juni 2018 een verzoek tot echtscheiding heeft ingediend. De beschikking tot scheiding van tafel en bed is op 19 september 2018 ingeschreven in het huwelijksgoederenregister. Vanaf het moment van inschrijving voldeed belanghebbende aan de voorwaarden om in aanmerking te komen voor KOT. Belanghebbende heeft de juistheid van de genoemde feiten niet bestreden. Volgens beleid van UHT kan in uitzonderlijke situaties sprake zijn van hardheid. Niet, althans onvoldoende, is gebleken, dat belanghebbende in zodanige, voor de toepassing van dit beleid relevante, uitzonderlijke omstandigheden heeft verkeerd. Daarom komt belanghebbende voor de toeslagjaren 2017 en 2018 niet in aanmerking voor compensatie op grond van de Wht.

Ontbrekende stukken

Belanghebbende stelt dat zij niet beschikt over de benodigde gegevens om het besluit te kunnen controleren. Belanghebbende verzoekt om haar persoonlijke dossier alsmede de overzichten van het Landelijk Incassocentrum (hierna: LIC) en het informatie- en beoordelingsformulier. UHT heeft de LIC-overzichten over toeslagjaren 2017 en 2018 en de informatie- en beoordelingsformulier inmiddels nagezonden. Nu UHT de relevante stukken heeft nagezonden, kan de Commissie niet anders dan het bezwaar ongegrond verklaren.

Equality of arms en persoonlijk dossier

De Commissie is een onafhankelijke bezwaarschriftenadviescommissie in de zin van artikel 7:13 Algemene wet bestuursrecht (hierna: Awb). Voor de procedure bij de Commissie gelden de processuele waarborgen van de Awb. Op grond van artikel 7:4 lid 2 Awb heeft belanghebbende voorafgaand aan de hoorzitting bij de Commissie recht op afschriften van de op de zaak betrekking hebbende stukken. Deze stukken heeft belanghebbende in de vorm van een bezwaardossier ontvangen en heeft zij de gelegenheid gekregen en daarvan gebruik gemaakt om haar standpunt uiteen te zetten. De Commissie adviseert het bezwaar op dit onderdeel ongegrond te verklaren.

Zorgvuldigheid- en motiveringsbeginsel

Voor zover sprake is van onzorgvuldige voorbereiding of gebreken in de motivering van het bestreden besluit, kan dat in de beslissing op bezwaar door UHT worden hersteld aan de hand van wat daarover in haar beschouwing is opgemerkt.

HOTHOR

Gemachtigde stelt dat voor toeslagjaar 2018 het kenmerk HOTHOR is toegevoegd. Dit is een kenmerk dat, zoals de Commissie uit de nadere toelichting van UHT begrijpt, geautomatiseerd wordt toegevoegd in situaties waarin sprake is van een laag inkomen, waardoor recht ontstaat op een relatief hoog bedrag aan toeslagen. Dit kenmerk heeft, aldus deze toelichting, tot gevolg dat een extra handmatige controle plaatsvindt. UHT heeft in haar schriftelijke beschouwing aangegeven dat een extra controle heeft plaatsgevonden omdat belanghebbende kinderopvangtoeslag heeft aangevraagd terwijl haar toeslagpartner in Suriname woonde.

Het instellen van een (extra) controle of het tussentijds opvragen van gegevens is op zichzelf onvoldoende om te concluderen dat de B/T vooringenomen heeft gehandeld. Daarvoor is meer nodig. Een uitvraag of controle als gevolg van het door de B/T gegeven kenmerk HOTHOR dwingt weliswaar tot waakzaamheid bij de beantwoording van de vraag of sprake is geweest van institutionele vooringenomenheid, maar levert daar op zichzelf niet het doorslaggevende bevestigende antwoord op. Aanwijzingen dat die vraag in het geval van belanghebbende in laatstbedoelde zin moet worden beantwoord zijn, geplaatst tegen de achtergrond van de andere feiten en omstandigheden, onvoldoende aannemelijk geworden. De Commissie adviseert UHT daarom om dit onderdeel van het bezwaar ongegrond te verklaren.

Beslagvrije voet

Belanghebbende wenst in aanmerking te komen voor compensatie op grond van hardheid van het stelsel. Zij stelt dat B/T over de toeslagjaren 2017 en 2018 ten onrechte geen rekening heeft gehouden met haar beslagvrije voet, terwijl de gegevens hiervoor wel bij B/T voorhanden waren. UHT stelt dat de beslagvrije voet niet van toepassing is op de KOT. Deze toeslag is niet bedoeld als inkomensvoorziening, maar voor het bevorderen van de arbeidsparticipatie. Van hardheid van het stelsel is volgens UHT geen sprake. Ook is er volgens UHT geen sprake van vooringenomenheid.

De Commissie overweegt dat de KOT expliciet is uitgesloten van de beslagvrije voet in artikel 475c sub j Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering. De vraag of, en in hoeverre, rekening is gehouden met de beslagvrije voet bij verrekeningen met andere toeslagen, valt buiten de reikwijdte van de begrippen vooringenomen handelen en hardheid van het stelsel binnen het kader van de Wht en daarmee buiten de reikwijdte van de huidige bezwaarprocedure.

Conclusie

Samengevat adviseert de Commissie om het bezwaar ongegrond te verklaren en om het besluit in stand te laten.

[handtekening]

Secretaris

[handtekening]

Fungerend voorzitter