BAC 2024-15231
Publicatiedatum 05-02-2026
Advies van de Bezwaarschriftenadviescommissie hersteloperatie toeslagen
Aan: Dienst Toeslagen / Uitvoeringsorganisatie Herstel Toeslagen
(hierna: UHT)
Betreft: het bezwaarschrift van belanghebbende
Primair besluit: 5 januari 2022
Hoorzitting: 27 mei 2025 om 10:15 uur
Overdracht advies aan UHT: 5 juni 2025
Samenvatting
De Bezwaarschriftenadviescommissie (hierna: de Commissie) adviseert UHT om het bezwaar tegen het bestreden besluit gedeeltelijk gegrond te verklaren, het verzoek om een vergoeding voor de proceskosten toe te wijzen en de bezwaren voor het overige ongegrond te verklaren.
Onderwerp van advies
De gemachtigde heeft namens de belanghebbende bezwaar ingediend tegen het besluit van 5 januari 2022 waarbij belanghebbende is meegedeeld:
- dat er bij de herbeoordeling over toeslagjaar 2008 gebleken is dat er fouten zijn gemaakt en dat belanghebbende daarom recht heeft op een compensatiebedrag van € 25.831 (UHT-DC I).
Op 5 november 2022 is de Wet van 2 november 2022 houdende regels ten behoeve van de Wet hersteloperatie toeslagen (hierna: Wht) in werking getreden. Gelet op het bepaalde in artikel 8.6 en 9.2 Wht worden de bestreden beschikkingen geacht te zijn genomen op grond van artikel 2.1 en verder van de Wht.
Procesverloop
- Belanghebbende heeft een verzoek gedaan voor een herbeoordeling van zijn kinderopvangtoeslag (hierna: KOT).
- Bij brief van 4 februari 2021 is belanghebbende meegedeeld dat hij, in het kader van de eerste toets, in aanmerking komt voor een betaling van € 30.000.
- Bij brief van 5 januari 2022 is vorenstaand besluit genomen.
- Bij brief van 29 november 2023 heeft gemachtigde tegen vorenstaand besluit bezwaar gemaakt.
- Bij brief van 20 september 2024 heeft gemachtigde de gronden van bezwaar aangevuld.
- Op 23 december 2024 heeft UHT een schriftelijke reactie ingediend.
- Op 27 mei 2025 heeft een hoorzitting plaatsgevonden. Het hoorverslag is bij dit advies gevoegd.
- De Commissie bestaande uit de voorzitter en 2 commissieleden, heeft dit advies behandeld.
Ontvankelijkheid
Niet in geschil is dat het bezwaarschrift ontvankelijk is.
Overwegingen ten aanzien van de bezwaren en het bestreden besluit
Motivering besluit onvoldoende
De Commissie kan UHT volgen in het ingenomen standpunt ten aanzien van de motivering van het besluit en de zorgvuldigheid van het hieraan ten grondslag liggende onderzoek. De Commissie is van oordeel dat UHT de berekeningen bij het uitbrengen van het bestreden besluit weliswaar niet voldoende heeft toegelicht, maar dat UHT door middel van het indienen van het schriftelijke verweer, een uitgebreide uitleg met behulp van LIC-overzichten en overige producties alsnog het bestreden besluit voldoende heeft onderbouwd. Schending van het motiverings- en zorgvuldigheidsbeginsel kan naar het oordeel van de Commissie derhalve worden gepasseerd met toepassing van artikel 6:22 van de Awb.
Onvolledig dossier
Belanghebbende stelt dat zonder het volledige persoonlijke dossier niet kan worden beoordeeld of alle relevante stukken aanwezig zijn. De Commissie volgt dit standpunt van belanghebbende niet. De schriftelijke reactie en de op de zaak betrekking hebbende stukken zijn toegezonden aan gemachtigde. De Commissie heeft geen aanknopingspunten gevonden om aan te nemen dat hier niet is voldaan aan de in artikel 7:4, lid 2 Algemene wet bestuursrecht (hierna: Awb) neergelegde verplichting om alle op de zaak betrekking hebbende stukken ter inzage te leggen.
Anders dan in de zaak waarnaar ter hoorzitting is verwezen door gemachtigde, heeft de Commissie in onderhavig geval geen reden om aan te nemen dat er stukken ontbreken waaruit zou kunnen blijken dat er een risicoprofiel is aangemaakt jegens belanghebbende.
De Commissie adviseert UHT daarom om dit onderdeel van het bezwaar ongegrond te verklaren.
Vergoeding toeslagrente over gemiste KOT
In de schriftelijke reactie heeft UHT aangegeven dat component O van de compensatieberekening onjuist is vastgesteld. Onder verwijzing naar hetgeen daarover is opgemerkt in de schriftelijke reactie, adviseert de Commissie om de rentevergoeding over gemiste KOT opnieuw te berekenen bij de beslissing op bezwaar.
Immateriële schadevergoeding
Nu de rente over gemiste KOT moet worden aangepast, en het bezwaar op dit punt derhalve gegrond is, dient de vergoeding voor immateriële schade te worden doorberekend tot aan de datum van de beslissing op bezwaar. Dat betekent dat de hoogte van de vergoeding voor immateriële schade bij de beslissing op bezwaar opnieuw dient te worden vastgesteld.
Ter hoorzitting is aangevoerd dat de startdatum 31 juli 2009 zou moeten zijn.
Met UHT is de Commissie van oordeel dat het door belanghebbende genoemde besluit van 31 juli 2009 tot definitieve vaststelling van kindertoeslag 2008 geen onterechte neerwaartse correctie of stopzetting van de KOT behelst, zodat de (in het voordeel van belanghebbende) gehanteerde datum van 9 april 2014 juist is.
Aanvullende vergoeding van 1 procent
Het advies van de Commissie om de vergoeding voor de rente over gemiste KOT en de einddatum van de vergoeding voor immateriële schade aan te passen, leidt ertoe dat de aanvullende vergoeding van 1 procent in de beslissing op bezwaar over een hoger subtotaal moet worden berekend dan het geval is in de definitieve compensatiebeschikking.
Proceskostenvergoeding
Gemachtigde heeft ten slotte een verzoek gedaan tot vergoeding van de kosten voor rechtsbijstand. Omdat de bezwaren gedeeltelijk gegrond zijn en op onderdelen leiden tot herroeping van de bestreden beschikking, komt belanghebbende op grond van artikel 7:15, lid 2 Awb in aanmerking voor toekenning van een proceskostenvergoeding.
Conclusie
Gelet op het vorenstaande adviseert de Commissie:
- het bezwaar tegen het bestreden besluit gegrond te verklaren en dat besluit te herroepen zoals hiervoor is aangegeven;
- de overige bezwaren ongegrond te verklaren;
- het verzoek om een proceskostenvergoeding te betalen, te honoreren.
[handtekening]
Secretaris
[handtekening]
Fungerend voorzitter