Ga direct naar de inhoud Ga direct naar de filters Ga direct naar de footer

BAC 2025-15622

Advies van de Bezwaarschriftenadviescommissie hersteloperatie toeslagen

Aan: Dienst Toeslagen / Uitvoeringsorganisatie Herstel Toeslagen
(hierna: UHT)

Betreft: het bezwaarschrift van belanghebbende

Primair besluit: 10 mei 2024 (UHT-DCHOA)

Hoorzitting: n.v.t.

Overdracht advies aan UHT: 28 augustus 2025

Samenvatting

De Bezwaarschriftenadviescommissie (hierna: de Commissie) adviseert UHT om het bezwaar ongegrond te verklaren.

Onderwerp van advies

Het door de gemachtigde namens belanghebbende ingediende bezwaarschrift is gericht tegen de door UHT genomen definitieve beschikking compensatie kinderopvangtoeslag. Deze beschikking wordt hierna de bestreden beschikking genoemd.

Aan belanghebbende is met toepassing van de Wet hersteloperatie toeslagen compensatie toegekend voor de jaren 2008 en 2009.

Procesverloop

  • Belanghebbende heeft op 12 maart 2021 verzocht om een herbeoordeling van de kinderopvangtoeslag (hierna: KOT) over de jaren 2008 en 2009.
  • De Commissie van Wijzen (hierna: CvW) heeft haar beoordeling van het verzoek van belanghebbende op 2 april 2024 aan UHT toegestuurd. De CvW heeft geadviseerd dat gedurende de betrokken jaren geen sprake is geweest van institutionele vooringenomenheid of bijzondere omstandigheden.
  • UHT heeft bij de bestreden beschikking aan belanghebbende geen compensatie toegekend.
  • Gemachtigde heeft bij brief van 30 april 2024, ingekomen op 1 mei 2024, tegen deze beschikking een bezwaarschrift ingediend.
  • UHT heeft op 5 maart 2025 schriftelijk gereageerd op het bezwaarschrift.
    Deze reactie wordt hierna aangeduid als de beschouwing.
  • Bij e-mailbericht van 17 juli 2025 heeft gemachtigde meegedeeld dat hij en belanghebbende geen gebruik zullen maken van de mogelijkheid om te worden gehoord.
  • Dit advies wordt uitgebracht door de voorzitter en 2 commissieleden.

Ontvankelijkheid

Niet is geschil is dat het bezwaarschrift ontvankelijk is.

Overwegingen ten aanzien van de bezwaren en het bestreden besluit

De Commissie ziet zich gesteld voor de vraag of UHT terecht geen compensatie heeft toegekend voor de jaren 2008 en 2009.

Volledigheid dossier
De Commissie stelt vast dat aan belanghebbende de op de zaak betrekking hebbende stukken zijn verstrekt. Daarmee is voldaan is aan de in artikel 7:4 lid 2 van de Algemene wet bestuursrecht neergelegde verplichting van het bestuursorgaan om alle op de zaak betrekking hebbende stukken ter inzage te leggen. UHT heeft op 5 maart 2025 schriftelijk gereageerd op het bezwaarschrift. Hierdoor hebben gemachtigde en belanghebbende kennis kunnen nemen van de stukken die ten grondslag liggen aan de bestreden beschikking en de gelegenheid gehad om daarop te reageren. De Commissie ziet in hetgeen hierover naar voren is gebracht geen aanleiding om aan te nemen dat in het beschikbaar gestelde dossier stukken zouden ontbreken die van belang zouden kunnen zijn geweest bij het door UHT genomen besluit.

Afwijzing compensatie over de toeslagjaren 2008 en 2009
Belanghebbende is van mening dat hij recht heeft op compensatie voor de toeslagjaren 2008 en 2009. De Commissie heeft geen aanknopingspunten gevonden om te kunnen adviseren dat er bij de toekenning, aanpassing of terugvordering van de KOT over de toeslagjaren 2008 en 2009 sprake is geweest van institutioneel vooringenomen handelen door de Belastingdienst/Toeslagen (hierna: B/T) of van hardheid van het stelsel. De terugvorderingen van de KOT over deze toeslagjaren waren het gevolg van te hoge voorschotten, die op basis van reguliere wijzigingen opnieuw zijn berekend.

De KOT over het toeslagjaar 2008 is op grond van de door belanghebbende aan B/T overgelegde stukken verlaagd. Uit deze stukken volgt dat belanghebbende minder uren aan kinderopvang heeft afgenomen dan waarvoor in eerste instantie KOT was toegekend. Voorts heeft er een verhoging van het toetsingsinkomen plaatsgevonden.

Belanghebbende heeft aanvankelijk gesteld dat hij voor toeslagjaar 2008 de KOT heeft stopgezet per 31 december 2008, nadat hij in een telefonisch gesprek door een medewerker van de B/T was geïnformeerd dat hij geen recht zou hebben op KOT vanwege een te hoog toetsingsinkomen. In bezwaar heeft belanghebbende dit herhaald. UHT heeft in de beschouwing de stelling dat belanghebbende de KOT wel zelf heeft stopgezet, onderbouwd. Belanghebbende heeft niet op de beschouwing gereageerd en heeft ook geen gebruik gemaakt van de mogelijkheid het bezwaar op de hoorzitting toe te lichten. Daarom – en door het ontbreken van andere gegevens in het dossier die de stelling van belanghebbende op dit punt ondersteunen – gaat de Commissie voorbij aan die enkele stelling en ziet zij geen aanleiding te adviseren in de door belanghebbende bepleite zin.

De KOT over het toeslagjaar 2009 is op grond van een door belanghebbende zelf doorgevoerde stopzetting, per 31 maart 2009, verlaagd. Belanghebbende is hier niet meer op teruggekomen, zodat de Commissie, bij gebreke van andersluidende gegevens, uitgaat van de juistheid daarvan.

De Commissie overweegt dat de bijstellingen over de toeslagjaren 2008 en 2009 overeenkomstig de wet zijn uitgevoerd. Dergelijke bijstellingen geven in beginsel ook geen aanspraak op een tegemoetkoming wegens hardheid van de toepassing van de destijds geldende regelingen. De Commissie heeft geen aanknopingspunten gevonden om ten aanzien van belanghebbende hierover anders te adviseren. Er was geen onterechte kwalificatie opzet/grove schuld (O/GS), zodat ook geen aanspraak kan worden gemaakt op een tegemoetkoming als gevolg daarvan. De Commissie adviseert UHT daarom om het bezwaar ongegrond te verklaren.

Proceskostenvergoeding
Nu de Commissie niet adviseert het primaire besluit te herroepen, is er geen aanleiding een vergoeding van de proceskosten toe te kennen.

Conclusie

Samengevat adviseert de Commissie om het bezwaar ongegrond te verklaren.

[handtekening]

Secretaris

[handtekening]

Fungerend voorzitter