BAC 2025-15620
Publicatiedatum 06-02-2026
Advies van de Bezwaarschriftenadviescommissie hersteloperatie toeslagen
Aan: Dienst Toeslagen / Uitvoeringsorganisatie Herstel Toeslagen
(hierna: UHT)
Betreft: het bezwaarschrift van belanghebbende
Primair besluit: 5 maart 2024 (UHT-DCHOA)
Hoorzitting: N.V.T.
Overdracht advies aan UHT: 17 oktober 2025
Samenvatting
De Bezwaarschriftenadviescommissie (hierna: de Commissie) adviseert UHT om het bezwaar ongegrond te verklaren en geen vergoeding van de kosten van rechtsbijstand toe te kennen.
Onderwerp van advies
Het door de gemachtigde namens belanghebbende ingediende bezwaarschrift is gericht tegen de door UHT genomen definitieve beschikking compensatie kinderopvangtoeslag van 5 maart 2024 met kenmerk UHT-DCHOA. Hierbij is
aan belanghebbende met toepassing van de Wet hersteloperatie toeslagen
(hierna: Wht) geen compensatie toegekend voor de toeslagjaren 2018 en 2019.
Procesverloop
- Belanghebbende heeft op 24 april 2023 verzocht om een herbeoordeling van de kinderopvangtoeslag (hierna: KOT). In overleg met belanghebbende heeft de herbeoordeling zich uitgestrekt over de toeslagjaren 2018 en 2019.
- UHT heeft bij definitieve beschikking van 5 maart 2024 met kenmerk UHT-DCHOA geen compensatie toegekend voor de toeslagjaren 2018 en 2019.
- Gemachtigde heeft bij brief van 15 april 2024 tegen deze beschikking een bezwaarschrift ingediend.
- Gemachtigde heeft bij brief van 7 maart 2025 het bezwaarschrift aangevuld.
- UHT heeft op 24 maart 2025 schriftelijk gereageerd op het bezwaarschrift.
- Op 9 oktober 2025 heeft gemachtigde de Commissie verzocht advies uit te brengen op basis van de stukken. De Commissie ziet met toepassing van artikel 7:3 aanhef en onderdeel c, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) af van het horen van belanghebbende.
- Dit advies wordt uitgebracht door de voorzitter en 2 commissieleden.
Ontvankelijkheid
Niet in geschil is dat het bezwaarschrift ontvankelijk is.
Overwegingen ten aanzien van de bezwaren en het bestreden besluit
Zorgvuldigheids- en motiveringsbeginsel
Belanghebbende heeft aangevoerd dat het zorgvuldigheids- en motiverings-beginsel is geschonden. Met de door UHT in bezwaar ingediende beschouwing en de overgelegde stukken – waaronder een uitgebreide uitleg met behulp van de overzichten van het Landelijk Incassocentrum (LIC) - en de overige producties, is in ieder geval thans geen sprake van strijd met het door belanghebbende genoemde zorgvuldigheidsbeginsel en het motiveringsbeginsel. De vraag of die strijd er wel was ten tijde van de bestreden beschikking behoeft in dit geval geen beantwoording. Wat nader is onderbouwd en uiteengezet omtrent de voorbereiding en motivering van de bestreden beschikking leidt immers niet tot het herroepen daarvan.
Inhoudelijke bezwaren
De Commissie ziet zich gesteld voor de beantwoording van de vraag of UHT terecht en op goede gronden is gekomen tot haar beslissing om het verzoek van belanghebbende om compensatie of tegemoetkoming voor de toeslagjaren 2018 en 2019 af te wijzen.
Gelet op het bepaalde in artikel 2.1, lid 1, Wht, ziet de onderhavige bezwaarprocedure uitsluitend op de vraag of vóór 23 oktober 2019 sprake was van vooringenomen handelen door de Belastingdienst/Toeslagen (hierna: B/T), dan wel van hardheid. De bezwaargrond van belanghebbende ten aanzien van het toeslagjaar 2018 kan niet tot het gewenste resultaat leiden, nu deze ziet op de definitieve beschikking van 9 oktober 2020 en daarom buiten de reikwijdte van de Wht valt. Niet aannemelijk is geworden dat de neerwaartse bijstelling verband houdt met vooringenomen handelen vóór 23 oktober 2019.
Ten aanzien van het toeslagjaar 2019 heeft de Commissie geen aanknopingspunten kunnen vinden om te adviseren dat B/T bij de toekenning, aanpassing of terugvordering van de KOT institutioneel vooringenomen heeft gehandeld of dat het stelsel te hard heeft uitgewerkt. De Commissie adviseert UHT daarom om het bezwaar ongegrond te verklaren.
Vergoeding van de kosten van rechtsbijstand
Aangezien de Commissie zal adviseren het bezwaar ongegrond te verklaren en de bestreden beschikking dus niet te herroepen, komen de vergoeding van de kosten van rechtsbijstand niet voor vergoeding in aanmerking.
Conclusie
Samengevat adviseert de Commissie UHT om het bezwaar ongegrond te verklaren en geen vergoeding van de kosten van rechtsbijstand toe te kennen.
[handtekening]
Secretaris
[handtekening]
Fungerend voorzitter