Ga direct naar de inhoud Ga direct naar de filters Ga direct naar de footer

BAC 2025-15600

Advies van de Bezwaarschriftenadviescommissie hersteloperatie toeslagen

Aan: Dienst Toeslagen / Uitvoeringsorganisatie Herstel Toeslagen
(hierna: UHT)

Betreft: het bezwaarschrift van belanghebbende

Primair besluit: 30 april 2024 (UHT-DCHOA)

Hoorzitting: 9 september 2025

Overdracht advies aan UHT: 23 september 2025

Samenvatting

De Bezwaarschriftenadviescommissie (hierna: de Commissie) adviseert UHT om het bezwaar ongegrond te verklaren.

Onderwerp van advies

Het door de gemachtigde namens belanghebbende ingediende bezwaarschrift is gericht tegen de door UHT genomen beschikking van 30 april 2024 met het kenmerk UHT-DCHOA (hierna: bestreden beschikking).

In de bestreden beschikking heeft UHT vastgesteld dat belanghebbende geen recht heeft op een compensatie voor de toeslagjaren 2008 tot en met 2010.

Op 5 november 2022 is de Wet van 2 november 2022 houdende regels ten behoeve van de hersteloperatie toeslagen (Wet hersteloperatie toeslagen,
hierna: Wht) in werking getreden. Gelet op het bepaalde in de artikelen 8.6 en
9.2 Wht moet de bestreden beschikking geacht worden te zijn genomen op grond van artikel 2.1 en verder van de Wht.

Procesverloop

  • Belanghebbende heeft op 18 februari 2022 verzocht om een herbeoordeling van de kinderopvangtoeslag (hierna: KOT).
  • De Commissie van Wijzen (hierna: CvW) heeft haar beoordeling van het verzoek van belanghebbende op 17 april 2024 aan UHT toegestuurd. De CvW heeft geadviseerd dat gedurende de betrokken jaren geen sprake is geweest van institutionele vooringenomenheid of bijzondere omstandigheden.
  • UHT heeft bij bestreden beschikking aan belanghebbende medegedeeld dat zij geen recht heeft op compensatie voor de toeslagjaren 2008 tot en met 2010.
  • Gemachtigde heeft bij brief van 3 juni 2024 tegen deze beschikking een bezwaarschrift ingediend.
  • UHT heeft op 17 juni 2025 schriftelijk gereageerd op het bezwaarschrift.
  • Op 9 september 2025 heeft een hoorzitting plaatsgevonden. Van de hoorzitting is een verslag gemaakt, dat achter het advies is gevoegd.
  • Dit advies wordt uitgebracht door de voorzitter en 2 commissieleden.

Ontvankelijkheid

Niet in geschil is dat het bezwaarschrift ontvankelijk is.

Overwegingen ten aanzien van de bezwaren en het bestreden besluit

Toeslagjaren 2008 en 2009
Belanghebbende stelt dat de beoordeling over de toeslagjaren 2008 en 2009 niet klopt.

De Commissie overweegt dat uit artikel 2.1, eerste lid, van de Wht volgt dat UHT compensatie toekent aan een aanvrager die schade heeft geleden doordat bij de beoordeling van het recht op KOT sprake is geweest van institutionele vooringenomenheid of doordat de toepassing van wettelijke regelingen heeft geleid tot onbillijkheden van overwegende aard als gevolg van de hardheid waarmee het wettelijke systeem werd toegepast. Om voor compensatie in aanmerking te komen dient dus in ieder geval sprake te zijn van schade die belanghebbende daadwerkelijk heeft geleden als gevolg van de besluiten van de Belastingdienst/Toeslagen (hierna: B/T). De Commissie stelt vast dat uit de stukken is gebleken dat de toegekende KOT aan belanghebbende over de toeslagjaren 2008 en 2009 niet is verlaagd of teruggevorderd. De Commissie is van oordeel dat belanghebbende om deze reden niet voldoet aan de vereisten voor compensatie en adviseert dan ook om dit onderdeel van het bezwaar ongegrond te verklaren.

Definitieve beschikking 2009
Belanghebbende stelt dat de definitieve beschikking voor 2009 niet is afgegeven en dat zij om deze reden gedupeerde is en in aanmerking moet komen voor compensatie.

De Commissie overweegt dat deze omstandigheid op zichzelf niet tot de beoordeling leidt dat de handelwijze van B/T vooringenomen is geweest of dat B/T het stelsel te hard heeft toegepast. De Commissie adviseert UHT daarom om dit onderdeel van het bezwaar ongegrond te verklaren.

Toeslagjaar 2010
Belanghebbende stelt dat zij zich niet kan herinneren dat zij de KOT op 28 april 2010 heeft stopgezet.

UHT heeft ter zitting aangegeven dat de stopzetting telefonisch is doorgegeven (zie pagina 175 van het bezwaardossier). UHT geeft aan dat deze stopzetting ook overeenkomt met de gegevens uit de KOI-viewer.

De Commissie heeft geen aanknopingspunten kunnen vinden om te adviseren dat B/T bij de toekenning, aanpassing of terugvordering van de KOT voor het toeslagjaar 2010 institutioneel vooringenomen heeft gehandeld of dat het stelsel te hard heeft uitgewerkt. De terugvordering KOT over het toeslagjaar 2010 was gebaseerd op de vaststelling dat er een te hoog voorschot was toegekend.
Dat voorschot is door reguliere wijzigingen opnieuw berekend. Deze bijstellingen zijn in overeenstemming met de wet uitgevoerd.

Dergelijke bijstellingen geven in beginsel ook geen aanspraak op een zogenoemde hardheidstegemoetkoming. De Commissie onderschrijft de door UHT gegeven toelichting en ziet in het bezwaar geen aanleiding om hier anders over te oordelen. De Commissie adviseert UHT daarom om dit onderdeel van het bezwaar ongegrond te verklaren.

Proceskostenvergoeding
Nu de bezwaren naar het oordeel van de Commissie ongegrond zijn, heeft belanghebbende geen recht op een vergoeding van de kosten van rechtsbijstand. De Commissie adviseert het verzoek voor een proceskostenvergoeding af te wijzen.

Conclusie

Samengevat adviseert de Commissie om het bezwaar ongegrond te verklaren en om het verzoek voor een proceskostenvergoeding af te wijzen.

[handtekening]

Secretaris

[handtekening]

Fungerend voorzitter