Ga direct naar de inhoud Ga direct naar de filters Ga direct naar de footer

BAC 2023-14551

Advies van de Bezwaarschriftenadviescommissie hersteloperatie toeslagen

Aan: Belastingdienst/Uitvoeringsorganisatie Herstel Toeslagen (hierna: UHT)

Betreft: het bezwaarschrift van belanghebbende

Primair besluit: 28 juli 2023 (UHT-DCH)

Hoorzitting: 23 april 2025

Overdracht advies aan UHT: 16 september 2025

Samenvatting

De Bezwaarschriftenadviescommissie (hierna: de Commissie) adviseert UHT om het bezwaar gedeeltelijk gegrond te verklaren, de compensatieberekening aan te passen en een proceskostenvergoeding toe te kennen.

Onderwerp van advies

Het door gemachtigde namens belanghebbende ingediende bezwaarschrift is gericht tegen de door UHT genomen definitieve beschikking compensatie kinderopvangtoeslag (hierna: KOT).

Aan belanghebbende is met toepassing van de Wet hersteloperatie toeslagen (hierna: Wht) compensatie toegekend voor een bedrag van €15.549,- voor het jaar 2010 en geen compensatie toegekend voor de jaren 2011 en 2012.

Procesverloop

  • Belanghebbende heeft op 12 januari 2023 verzocht om een herbeoordeling van de KOT over de jaren 2010 tot en met 2019. UHT heeft de herbeoordeling beperkt tot toeslagjaren 2010 tot en met 2012.
  • UHT heeft bij beschikking van 9 maart 2023 aan belanghebbende medegedeeld dat hij in aanmerking komt voor een betaling van €30.000,-.
  • De Commissie van Wijzen (hierna: CvW) heeft haar beoordeling van het verzoek van belanghebbende op 23 mei 2023 aan UHT toegestuurd. De CvW heeft geoordeeld dat gedurende de jaren 2011 en 2012 geen sprake is geweest van institutionele vooringenomenheid of bijzondere omstandigheden.
  • UHT heeft bij de bestreden beschikking van 28 juli 2023 met kenmerk UHT-DCH aan belanghebbende een compensatie toegekend voor toeslagjaar 2010 voor een bedrag van €15.549,- en geen compensatie toegekend voor de jaren 2011 en 2012.
  • Belanghebbende heeft bij brief van 4 september 2023 tegen deze beschikking een bezwaarschrift ingediend.
  • UHT heeft op 25 november 2024 schriftelijk gereageerd op het bezwaarschrift.
  • Op 23 april 2025 heeft een hoorzitting plaatsgevonden. Van de hoorzitting is een verslag gemaakt, dat achter het advies is gevoegd.
  • UHT heeft, daartoe door de Commissie ter zitting verzocht, op 1 mei 2025 een nadere schriftelijke reactie en producties ingediend. De Commissie heeft deze op 6 mei 2025 aan gemachtigde verstuurd en de gelegenheid geboden om hierop te reageren. Dit verzoek is herhaald op 22 mei 2025 en 2 juli 2025. Gemachtigde heeft niet gereageerd.
  • De Commissie heeft de gemachtigde en UHT per e-mail van 24 juli 2025 geïnformeerd dat zij overgaat tot advisering.
  • Dit advies wordt uitgebracht door de voorzitter, eerste commissielid, tweede commissielid.

Ontvankelijkheid en algemene opmerkingen

Niet in geschil is dat het bezwaarschrift ontvankelijk is.

Overwegingen ten aanzien van de bezwaren en het bestreden besluit

De Commissie ziet zich gesteld voor de vraag of UHT de toegekende compensatie voor het jaar 2010 op de juiste wijze heeft berekend en terecht en op goede gronden is gekomen tot haar beslissing om het verzoek van belanghebbende om compensatie of tegemoetkoming voor de jaren 2011 en 2012 af te wijzen.

Compensatieberekening toeslagjaar 2010

UHT heeft erkend dat de rente over gemiste KOT (component o) en de vergoeding voor immateriële schade (component n) onjuist zijn berekend. Hierdoor dient ook de aanvullende vergoeding van 1% (component p) te worden aangepast. Gemachtigde heeft op de hoorzitting verklaard gelet op dit nadere standpunt, geen bezwaar meer te hebben tegen de compensatieberekening. De Commissie stelt vast dat hierover verder geen geschil bestaat.

Beoordeling afgewezen jaren 2011 en 2012

Belanghebbende voert aan dat hij zich niet kan verenigen met het bestreden besluit en de daaraan ten grondslag liggende motivering. Op de hoorzitting heeft belanghebbende de bezwaargronden aangevuld. Het is voor belanghebbende onduidelijk waarom hij in 2011 en 2012 op de uitsluitingslijst heeft gestaan; hij beschouwt dit als vooringenomen handelen. Daarnaast heeft belanghebbende verzocht om een toelichting op de melding stopzetting op 1 oktober 2011 per 1 november 2011 (tijdlijn pagina 28 en 351). Ook is onduidelijk waarom de KOT in 2012 niet automatisch is gecontinueerd, aangezien er wel voorschotgegevens met betrekking tot dat toeslagjaar aanwezig waren (productie 1212001, pagina 29 en 389).

Met betrekking tot toeslagjaar 2012 heeft belanghebbende verzocht om een toelichting op het ontbreken van een beschikking over dat jaar. Ondanks het feit dat belanghebbende hiervoor een aanvraag heeft ingediend, wordt vermeld dat de KOT op €0,- is bepaald (pagina 30). De onderliggende stukken met betrekking tot de melding stopzetting op 16 april 2012 ontbreken aldus belanghebbende, maar UHT heeft deze bij de aanvullende beschouwing van 1 mei 2025 overgelegd.

Toeslagjaar 2011

In de tijdlijn van het toeslagjaar 2011 staat een melding stopzetting aangegeven van 1 oktober 2011 met ingang van 1 november 2011 (productie 1211004). Bij de toelichting staat er ‘uitsluiting MAC’. De afkorting van MAC staat voor ‘massaal automatisch continueren’ (hierna: uitsluitlijst MAC).

Volgens UHT houdt uitsluiting MAC over het algemeen in dat een nieuwe aanvraag of wijziging niet direct automatisch werd toegekend, maar dat er vooraf handmatig gecontroleerd werd. Mogelijk heeft dit een automatische continuering tegengehouden. De reden dat een dossier op de uitsluitlijst terechtkomt, en er dus nog geen beschikking kan worden opgemaakt is omdat nog niet alle informatie beschikbaar is. UHT vermoedt dat het verband houdt met het toeslagjaar 2010. Immers, uit de tijdlijn valt te halen dat in dezelfde periode (tijdlijn pagina 23, melding van 26 oktober 2011) de KOT 2010 terugbetaald diende te worden omdat belanghebbende geen reactie zou hebben gegeven op herhaalde verzoeken om informatie aan te leveren.

In het toeslagjaar 2011 is de KOT een aantal keer verlaagd vanwege wijzigingen in het toetsingsinkomen en naar aanleiding van informatie uit een antwoordformulier die belanghebbende heeft opgestuurd (productie 1211007). De KOT is in dit jaar niet teruggevorderd of verlaagd als gevolg van de melding stopzetting en de plaatsing op de uitsluitlijst MAC. De terugvorderingen zijn het gevolg van de reguliere wijzigingen op basis van het toetsingsinkomen en het door belanghebbende aangeleverde antwoordformulier. UHT concludeert dat de vermelding op de uitsluitlijst, gezien de feiten en omstandigheden, daarom niet leidt tot vooringenomenheid.

De Commissie overweegt dat zij met betrekking tot toeslagjaren 2011 geen aanknopingspunten heeft gevonden om te adviseren dat er bij de toekenning, aanpassing of terugvordering van de KOT voor toeslagjaar 2011 sprake is geweest van institutioneel vooringenomen handelen door de B/T dan wel hardheid van het stelsel. De terugvordering KOT over toeslagjaar 2011 was gelegen in een te hoog voorschot, dat op basis van reguliere wijzigingen opnieuw is berekend. Deze bijstellingen zijn conform de wet uitgevoerd. Dergelijke bijstellingen geven in beginsel ook geen aanspraak op een zogenoemde hardheidstegemoetkoming. De Commissie heeft geen aanknopingspunten gevonden om hier ten aanzien van belanghebbende anders over te oordelen. Verder is er ook geen sprake geweest van een onterechte kwalificatie O/GS, zodat ook hierop geen aanspraak kan worden gemaakt (productie 1300000).

Toeslagjaar 2012

In het toeslagjaar 2012 is de KOT niet automatisch gecontinueerd. Dit komt doordat belanghebbende op de uitsluitlijst MAC is geplaatst. Belanghebbende is hierover geïnformeerd en aan hem is ook de mogelijkheid geboden om weer KOT aan te vragen, zoals blijkt uit de brief van 16 december 2011 (productie 1212001). Volgens UHT zijn in de systemen geen beschikkingen gevonden op het BSN van belanghebbende. Op 20 december 2011 heeft de toeslagpartner van belanghebbende KOT aangevraagd voor hetzelfde kind met ingang van 1 januari 2012 en die aanvraag is toegekend (producties 2700104 en 2700105). Op het moment dat belanghebbende KOT wilde aanvragen, liep er al een aanvraag van zijn toeslagpartner. Er kan immers maar door één ouder voor hetzelfde kind KOT worden aangevraagd. De melding van 16 april 2012 heeft ook te maken met het feit dat de aanvraag KOT al bij de toeslagpartner liep. UHT concludeert dat alleen de toeslagjaren worden beoordeeld waarin de KOT is aangevraagd door belanghebbende. Over dit toeslagjaar heeft belanghebbende geen KOT aangevraagd en bestaat daarom geen recht op een herstelregeling.

De Commissie overweegt met betrekking tot toeslagjaar 2012 dat vaststaat dat belanghebbende voor dat jaar zelf nooit KOT heeft aangevraagd. Ingevolge artikel 2.1, lid 1, Wht wordt compensatie toegekend aan de aanvrager van KOT. Belanghebbende voldoet niet aan dit vereiste en komt daarom niet voor compensatie op grond van deze herstelmaatregel in aanmerking.

De Commissie adviseert UHT daarom om de bezwaren van belanghebbende ongegrond te verklaren.

Proceskostenvergoeding

Nu het primaire besluit naar de mening van de Commissie dient te worden herroepen, adviseert de Commissie om het verzoek om vergoeding van de kosten van rechtsbijstand in deze bezwaarprocedure toe te wijzen. Op grond van het Besluit proceskosten bestuursrecht heeft belanghebbende recht op een forfaitaire vergoeding op basis van 2 procespunten (bezwaarschrift en verschijnen hoorzitting) met een wegingsfactor 2.

Net als in eerdere zaken adviseert de Commissie daarbij de hoogste vergoeding per procespunt toe te kennen.

Conclusie

Samengevat adviseert de Commissie om het bezwaar gedeeltelijk gegrond te verklaren en om:

  • de compensatieberekening als volgt aan te passen:
    • het bedrag onder onderdeel f (het verschil met de laatst vastgestelde KOT beschikking inclusief betaalde toeslagrente) vast te stellen op €9.061,-.
    • de rente over gemiste KOT (onderdeel o) vast te stellen op €4.088,-.
    • de aanvullende vergoeding van 1% (onderdeel p) opnieuw te berekenen.
  • het bezwaar voor het overige ongegrond te verklaren.
  • een vergoeding van de proceskosten voor de onderhavige bezwaarprocedure toe te kennen van twee procespunten met wegingsfactor twee voor het hoogste tarief.

Secretaris

Fungerend voorzitter