BAC 2023-14538
Publicatiedatum 28-01-2026
Advies van de Bezwaarschriftenadviescommissie hersteloperatie toeslagen
Aan: Belastingdienst/Uitvoeringsorganisatie Herstel Toeslagen (hierna: UHT)
Betreft: het bezwaarschrift van belanghebbende
Primair besluit: 26 mei 2022 (UHT-DC I)
Hoorzitting: 30 april 2025 om 13:15 uur
Overdracht advies aan UHT: 22 mei 2025
Samenvatting
De Bezwaarschriftenadviescommissie (hierna: de Commissie) adviseert UHT om het bezwaar gedeeltelijk gegrond te verklaren, de compensatieberekening aan te passen en het verzoek om een vergoeding van de proceskosten toe te wijzen.
Onderwerp van advies
Het door gemachtigde namens belanghebbende ingediende bezwaarschrift is gericht tegen de door UHT genomen definitieve beschikking compensatie kinderopvangtoeslag van 26 mei 2022.
Aan belanghebbende is met toepassing van de Compensatieregeling CAF 11 en vergelijkbare (CAF-)zaken van 28 augustus 2020 (Stcrt. 2020, nr. 45904) een definitieve compensatie toegekend voor een bedrag van €33.969,- voor de jaren 2010 en 2011.
Op 5 november 2022 is de Wet van 2 november 2022 houdende regels ten behoeve van de hersteloperatie toeslagen (Wet hersteloperatie toeslagen, hierna: Wht) in werking getreden. Gelet op het bepaalde in de artikelen 8.6 en 9.2 Wht moeten de bestreden beschikkingen geacht worden te zijn genomen op grond van artikel 2.1 en verder van de Wht.
Procesverloop
- Belanghebbende heeft op 21 oktober 2021 verzocht om een herbeoordeling van de kinderopvangtoeslag (hierna: KOT) over de jaren 2010 en 2011.
- UHT heeft bij de bestreden beschikking met kenmerk UHT-DC I aan belanghebbende een definitieve compensatie toegekend voor een bedrag van €33.969,- voor de jaren 2010 en 2011.
- Gemachtigde heeft bij brief van 21 juli 2023, ingekomen op diezelfde datum, tegen deze beschikking een bezwaarschrift ingediend.
- Gemachtigde heeft bij brief van 3 oktober 2024 de gronden van het bezwaarschrift aangevuld.
- UHT heeft op 17 oktober 2024 schriftelijk gereageerd op het bezwaarschrift.
- Op 30 april 2025 heeft een hoorzitting plaatsgevonden. Van de hoorzitting is een verslag gemaakt, dat achter dit advies is gevoegd.
- Dit advies wordt uitgebracht door de voorzitter, eerste commissielid, tweede commissielid.
Ontvankelijkheid en algemene opmerkingen
Niet in geschil is dat het bezwaarschrift ontvankelijk is.
Overwegingen ten aanzien van de bezwaren en het bestreden besluit
De Commissie ziet zich gesteld voor de vraag of UHT de toegekende compensatie voor de jaren 2010 en 2011 juist heeft vastgesteld.
Afgifte volledig persoonlijk dossier
Belanghebbende verzoekt om haar volledige (persoonlijk) dossier, omdat de inhoud daarvan mogelijk kan bijdragen aan het herstel van belanghebbende. Belanghebbende heeft nog steeds veel last van de KOT-problematiek. Gemachtigde geeft aan dat in dat persoonlijk dossier mogelijk meer stukken zijn opgenomen dan in het bezwaardossier. Gemachtigde verwijst ter vergelijking naar een andere procedure waarin dat laatste is komen vast te staan (BAC 2023-11591).
De Commissie overweegt in reactie op dat verzoek als volgt.
Vooropgesteld, in deze bezwaarprocedure beoordeelt de Commissie of alle op deze zaak betrekking hebbende stukken zijn verstrekt overeenkomstig artikel 7:4 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb). Dit bezwaardossier is een beperkter dossier dan het persoonlijk dossier dat alle gegevens van belanghebbende bevat, ook buiten de kinderopvangtoeslag. Het bezwaardossier is op 5 maart 2025 aan de gemachtigde toegezonden. De Commissie ziet geen concrete aanknopingspunten voor de conclusie dat in het bezwaardossier voor deze procedure relevante stukken zouden ontbreken. Deze bezwaargrond kan daarom niet slagen.
Discriminatie
Gemachtigde heeft ter zitting voorts betoogd en toegelicht dat belanghebbende haar persoonlijk dossier wenst te ontvangen omdat zij hiermee antwoord wil krijgen op de vraag waarom zij destijds gedupeerd is. Belanghebbende vermoedt dat sprake is geweest van institutionele discriminatie door B/T. De Commissie stelt voorop dat dat standpunt van belanghebbende op zichzelf genomen invoelbaar is. Evenwel, gemachtigde heeft op de hoorzitting ook aangegeven dat belanghebbende zich kan vinden in het (nog aan te passen) compensatiebedrag dat aan belanghebbende is toegekend en in de verdere inhoud van de schriftelijke beschouwing van UHT. Het betoog van belanghebbende ziet met andere woorden niet op de juridische aspecten van deze zaak maar enkel op het psychisch herstel van belanghebbende. Het voorgaande betekent naar het oordeel van de Commissie dat de door gemachtigde namens belanghebbende aangevoerde vermoedens dat in het specifieke geval van belanghebbende sprake is geweest van (institutionele) discriminatie, in een bezwaarprocedure als de onderhavige, waarin belanghebbende als gedupeerde is aangemerkt - en in aanmerking is gekomen voor de (meest) ruimhartige forfaitaire herstelmaatregel - al hierom geen verdere bespreking behoeven. Immers, met deze vermoedens, wat daarvan ook zij, wordt niet beoogd het bestreden besluit aan te tasten. Met andere woorden, belanghebbende heeft bij een inhoudelijke beoordeling van deze bezwaargrond geen procesbelang dat deze beoordeling kan rechtvaardigen. Dit betekent dat deze bezwaargrond niet kan slagen.
Zorgvuldigheids- en motiveringsbeginsel
Belanghebbende is van mening dat de bestreden beschikking onvoldoende zorgvuldig tot stand is gekomen en onvoldoende is gemotiveerd. UHT heeft dat standpunt gemotiveerd weersproken. De Commissie kan UHT volgen in het door haar ingenomen standpunt ten aanzien van de motivering van het besluit en de zorgvuldigheid van het hieraan ten grondslag liggende onderzoek. De Commissie is van oordeel dat het bestreden besluit door middel van het indienen van het schriftelijke verweer, een uitgebreide uitleg met behulp van een RKT-bestand, een SAS-overzicht, de overzichten van het Landelijk Incassocentrum (hierna: LIC) en de overige producties voldoende is onderbouwd. De Commissie adviseert UHT om het bezwaar op dit punt ongegrond te verklaren.
Compensatieberekening
Aan belanghebbende is compensatie toegekend voor de jaren 2010 en 2011. Belanghebbende heeft in bezwaar aangevoerd dat onduidelijk is hoe de berekening van de definitieve compensatie tot stand is gekomen. Zij betwist de juistheid van de compensatieberekening.
UHT heeft in de beschouwing onder verwijzing naar de bijlage compensatieberekening bij de beschouwing, erkend dat de compensatieberekening op een enkel punt onjuist is geweest en aanpassing behoeft. Meer concreet heeft UHT vastgesteld dat de toeslagrente over gemiste KOT over de jaren 2010 en 2011 te laag is vastgesteld (component o in de compensatieberekening). De juiste bedrag moeten zijn € 5.878,- (2010) en €5.119,-(2011). Verder heeft UHT vastgesteld dat de startdatum voor de berekening van de vergoeding van immateriële schade onjuist is (1 juli 2011 in plaats van 2 oktober 2011), maar omdat belanghebbende van die fout geen nadeel mag ondervinden, zal UHT dat niet aanpassen in de beslissing op bezwaar. Tot slot heeft UHT in de hiervoor aangehaalde bijlage opgenomen dat de vergoeding voor immateriële schade zal worden doorberekend tot aan de datum van de beschikking op bezwaar. Ook de 1%-vergoeding zal worden aangepast.
De Commissie neemt met instemming kennis van het bovenstaande en adviseert UHT om aan de in de beschouwing gedane toezeggingen gevolg te geven, de compensatieberekening aan te passen overeenkomstig de in de beschouwing opgenomen berekeningen en om bij haar beslissing op bezwaar een nieuwe compensatieberekening aan belanghebbende te verstrekken. Het bezwaar is in zoverre gegrond.
Nu de bezwaren gedeeltelijk gegrond zijn en zullen moeten leiden tot herroeping van de bestreden beslissing met kenmerk UHT-DC I, zal de Commissie UHT adviseren de kosten van rechtsbijstand te vergoeden. Op grond van het Besluit proceskosten bestuursrecht heeft belanghebbende recht op een forfaitaire vergoeding op basis van 2 procespunten (bezwaarschrift en verschijnen hoorzitting). Net als in eerdere zaken adviseert de Commissie daarbij de hoogste vergoeding per procespunt toe te kennen.
Conclusie
Samengevat adviseert de Commissie om het bezwaar gedeeltelijk gegrond te verklaren, de bestreden beschikking met kenmerk UHT-DC I in zoverre te herroepen en om:
- de compensatieberekening als volgt aan te passen:
- de toeslagrente over gemiste KOT voor het jaar 2010 aan te passen naar €5.878,- en voor het jaar 2011 naar € 5.119,-;
- de einddatum van de vergoeding van immateriële schade vast te stellen op de datum van de beschikking op bezwaar;
- de aanvullende vergoeding van 1% opnieuw te berekenen
- een vergoeding van de proceskosten voor de onderhavige bezwaarprocedure toe te kennen van twee procespunten met wegingsfactor twee voor het hoogste tarief.
Secretaris
Fungerend voorzitter