Ga direct naar de inhoud Ga direct naar de filters Ga direct naar de footer

BAC 2023-14992

Advies van de Bezwaarschriftenadviescommissie hersteloperatie toeslagen

Aan: Belastingdienst/Uitvoeringsorganisatie Herstel Toeslagen (hierna: UHT)

Betreft: het bezwaarschrift van belanghebbende

Primair besluit: 15 september 2023 (UHT-DCH)

Hoorzitting: 9 mei 2025 om 14:00 uur

Overdracht advies aan UHT: 2 juni 2025

Samenvatting

De Bezwaarschriftenadviescommissie (hierna: de Commissie) adviseert UHT om het bezwaar gegrond te verklaren en een proceskostenvergoeding toe te kennen.

Onderwerp van advies

Het door gemachtigde namens belanghebbende ingediende bezwaarschrift is gericht tegen de door UHT op 15 september 2023 genomen beschikking met kenmerk UHT-DCH. Hierbij is met toepassing van de Wet hersteloperatie toeslagen (hierna: Wht) aan belanghebbende over de jaren 2012, 2013 en voor de periode januari tot en met juni 2014 een compensatiebedrag van € 53.023,-toegekend.

Procesverloop

  • Belanghebbende heeft op 19 april 2022 verzocht om een herbeoordeling van de kinderopvangtoeslag (hierna: KOT) over de jaren 2012, 2013 en 2014.
  • De Commissie van Wijzen (hierna: CvW) heeft haar beoordeling van het verzoek van belanghebbende op 20 juli 2023 aan UHT toegestuurd. De CvW heeft geoordeeld dat de Belastingdienst/Toeslagen (hierna: B/T) zich terecht op het standpunt stelt dat de compensatieregeling van artikel 2.1, eerste lid, Wht niet van toepassing is de maanden juli tot en met december 2014.
  • UHT heeft bij vooraankondiging van 10 augustus 2023 aan belanghebbende een compensatie toegekend voor een bedrag van € 52.805,- voor de jaren 2012, 2013 en de maanden januari tot en met juni 2014.
  • UHT heeft bij de beschikking van 15 september 2023 met kenmerk UHT-DCH de compensatie voor de jaren 2012, 2013 en januari tot en met juni 2014 verhoogd naar € 53.023,-.
  • Gemachtigde heeft bij brief van 13 oktober 2023 tegen de beschikking van 15 september 2023 een bezwaarschrift ingediend.
  • UHT heeft op 28 oktober 2024 schriftelijk gereageerd op het bezwaarschrift.
  • Het bezwaar van belanghebbende is op 9 mei 2025 in een hoorzitting bij de Commissie behandeld. Het verslag van de hoorzitting is bij het advies gevoegd.
  • Dit advies wordt uitgebracht door de voorzitter, eerste commissielid en tweede commissielid.

Ontvankelijkheid

Niet in geschil is dat het bezwaarschrift ontvankelijk is.

Overwegingen ten aanzien van de bezwaren en het bestreden besluit

Beoordeling forfaitaire compensatieberekening

De Commissie ziet zich, gelet op de inhoud van de bestreden beschikking en de daartegen aangevoerde bezwaren, geplaatst voor de beantwoording van de vraag of UHT de toegekende compensatie op de juiste wijze heeft berekend. Gemachtigde heeft op de hoorzitting verklaard dat het bezwaar van belanghebbende zich nog uitsluitend richt tegen de beslissing van UHT om geen vergoeding voor juridische hulp (component m van de compensatieberekening) toe te kennen.

Vergoeding juridische hulp (component m)

Belanghebbende betoogt dat ten onrechte geen vergoeding voor juridische hulp is toegekend voor aan haar verleende rechtsbijstand in de jaren 2012 en 2013. In dat kader verwijst belanghebbende naar het bezwaarschrift van [Schuldhulpverlening] van 25 juni 2014 over de terugvordering van KOT over 2012 en 2013 (pagina 295 van het bezwaardossier), de brief van [gehandicaptenzorg organisatie] aan B/T van 10 februari 2015 (pagina 551 van het bezwaardossier) en de ongedateerde brief van [gehandicaptenzorg organisatie] aan B/T (pagina 121 van het bezwaardossier). Ter zitting heeft UHT verklaard bereid te zijn om bij beslissing op bezwaar één procespunt toe te kennen voor het bezwaarschrift van [Schuldhulpverlening] van 25 juni 2014.

De Commissie overweegt dat ingevolge artikel 2.2, onderdeel f, in combinatie met artikel 2.3, zesde lid, van de Wht een forfaitaire vergoeding wordt toegekend voor de kosten van beroepsmatig verleende rechtsbijstand, voor zover deze kosten niet eerder zijn vergoed. De kosten worden vastgesteld op grond van het Besluit proceskosten bestuursrecht, waarbij een wegingsfactor twee wordt toegepast. Hierbij wordt aangenomen dat geen sprake is geweest van samenhangende zaken.

De Commissie stelt vast dat uit de stukken volgt dat [Schuldhulpverlening] op 25 juni 2014 een bezwaarschrift heeft ingediend tegen de terugvorderingen van KOT in de jaren 2012 en 2013. De Commissie is van oordeel dat hiermee is voldaan aan de voorwaarde dat door een derde beroepsmatig rechtsbijstand is verleend aan belanghebbende. Ter zitting heeft belanghebbende verklaard dat in voormelde bezwaarprocedure geen hoorzitting heeft plaatsgevonden. Gelet hierop, dient de vergoeding voor juridische hulp in de compensatieberekening - conform artikel 2.3 lid 6 Wht - te worden vastgesteld op één punt (voor het bezwaarschrift) met een wegingsfactor twee voor het jaar 2012. Voor het jaar 2013 dient eveneens één punt te worden toegekend met een wegingsfactor twee.

Voor wat betreft de periode januari tot en met juni 2014 is de Commissie van oordeel dat uit de voorhanden zijnde stukken niet aannemelijk is geworden dat belanghebbende kosten heeft gemaakt voor door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand.

De Commissie adviseert UHT de door belanghebbende op dit punt opgeworpen bezwaren gegrond te verklaren en de beschikking met het kenmerk UHT-DCH te herroepen. De gegrondbevinding van het bezwaar zal ook behoren te leiden tot aanpassing van de onderdelen vergoeding immateriële schade (doorberekenen tot de einddatum van de beslissing op bezwaar) en de zogenoemde 1% vergoeding.

Ambtshalve toetsing UHT: componenten o en n

Aan belanghebbende kan worden toegegeven dat in de compensatieberekening enkele onjuistheden zijn geslopen. Deze onjuistheden strekken evenwel alle ten voordele van belanghebbende. Zo heeft UHT toegelicht dat de rente voor gemiste KOT (component o) over alle compensatiejaren te hoog is vastgesteld, omdat aanvankelijk is uitgegaan van een onjuiste einddatum van de looptijd van de rente. Daarnaast heeft UHT geconstateerd dat ook voor wat betreft de vergoeding voor immateriële schade (component n) van een onjuiste einddatum is uitgegaan. UHT heeft toegezegd de daarmee gemoeide bedragen niet ten nadele van belanghebbende te zullen veranderen. De Commissie adviseert UHT de op deze punten gedane toezeggingen gestand te doen bij de beslissing op bezwaar.

Zorgvuldigheids- en motiveringsbeginsel

Aangezien de Commissie, de hiervoor geformuleerde vraag ontkennend beantwoordend, van oordeel is dat de bestreden beschikking met kenmerk UHT-DCH niet in stand kan blijven, zoals volgt uit het voorgaande, staat vast dat de totstandkoming onvoldoende zorgvuldig is geweest en de motivering bij beslissing op bezwaar moet worden verbeterd.

Proceskostenvergoeding

Nu de bestreden beschikking met kenmerk UHT-DCH naar de mening van de Commissie dient te worden herroepen, adviseert de Commissie om het verzoek voor vergoeding van de kosten van rechtsbijstand in deze bezwaarprocedure toe te wijzen. Op grond van het Besluit proceskosten bestuursrecht heeft belanghebbende recht op een forfaitaire vergoeding op basis van twee procespunten (bezwaarschrift en verschijnen hoorzitting) met een wegingsfactor twee. Net als in eerdere zaken adviseert de Commissie daarbij de hoogste vergoeding per procespunt toe te kennen.

Conclusie

  • het bezwaar tegen de beschikking met kenmerk UHT-DCH gegrond te verklaren en de, ingevolge de Wht, daarmee samenhangende, vergoedingen opnieuw te berekenen met inachtneming van dit advies, en daarbij, conform het door UHT zelf op dit punt gehanteerde beleid, de einddatum van de daarvoor in aanmerking komende vergoedingen vast te stellen op de datum van de dagtekening van de beslissing op bezwaar en het bestreden besluit in zo verre te herroepen;
  • een vergoeding van de proceskosten voor de onderhavige bezwaarprocedure toe te kennen van twee procespunten met wegingsfactor twee voor het hoogste tarief.

[handtekening]

Secretaris

[handtekening]

Fungerend voorzitter