BAC 2023-14461
Publicatiedatum 28-01-2026
Advies van de Bezwaarschriftenadviescommissie hersteloperatie toeslagen
Aan: Belastingdienst/Uitvoeringsorganisatie Herstel Toeslagen (hierna: UHT)
Betreft: het bezwaarschrift van belanghebbende
Primair besluit: 24 augustus 2023 met kenmerk (UHT-DCHA)
Hoorzitting: 16 mei 2025 om 13:00 uur
Overdracht advies aan UHT: 30 juni 2025
Samenvatting
De Bezwaarschriftenadviescommissie (hierna: de Commissie) adviseert UHT om het bezwaar ongegrond te verklaren.
Onderwerp van advies
Het door gemachtigde namens belanghebbende ingediende bezwaarschrift is gericht tegen de door UHT genomen definitieve beschikking compensatie Kinderopvangtoeslag.
Aan belanghebbende is met toepassing van de Wet hersteloperatie toeslagen (hierna: Wht) geen compensatie toegekend voor de jaren 2011, 2012, 2018 en 2019.
Procesverloop
- Belanghebbende heeft op 23 september 2021 verzocht om een herbeoordeling van de kinderopvangtoeslag (hierna: KOT) over de jaren 2011 en 2012. Later is de herbeoordeling uitgebreid met de jaren 2018 en 2019.
- UHT heeft bij beschikking van 21 april 2021 aan belanghebbende medegedeeld dat zij in aanmerking komt voor een betaling van €30.000,-.
- De Commissie van Wijzen (hierna: CvW) heeft haar beoordeling van het verzoek van belanghebbende op 29 juni 2022 aan UHT toegestuurd. De CvW heeft geadviseerd dat gedurende de betrokken jaren geen sprake is geweest van institutionele vooringenomenheid of bijzondere omstandigheden.
- UHT heeft bij bestreden beschikking aan belanghebbende medegedeeld dat zij geen recht heeft op compensatie voor de jaren 2011, 2012, 2018 en 2019.
- Gemachtigde heeft bij brief van 22 september 2023, ingekomen op 2 oktober 2023, tegen deze beschikking een bezwaarschrift ingediend.
- UHT heeft op 22 oktober 2024 schriftelijk gereageerd op het bezwaarschrift.
- Op 16 mei 2025 heeft een hoorzitting plaatsgevonden. Van de hoorzitting is een verslag gemaakt, dat achter het advies is gevoegd.
- Dit advies wordt uitgebracht door de voorzitter, eerste commissielid, tweede commissielid.
Ontvankelijkheid en algemene opmerkingen
Niet in geschil is dat het bezwaarschrift ontvankelijk is.
Overwegingen ten aanzien van de bezwaren en het bestreden besluit
De Commissie stelt, naar aanleiding van hetgeen tijdens de hoorzitting door de gemachtigde naar voren is gebracht, vast dat enkel nog de vraag dient te worden beantwoord of UHT terecht heeft besloten het jaar 2012 niet als, kortweg, compensatiejaar aan te merken.
Naar het oordeel van de Commissie is het niet aannemelijk is geworden dat er bij de toekenning, aanpassing of terugvordering van de KOT voor toeslagjaar 2012 sprake is geweest van institutioneel vooringenomen handelen dan wel hardheid van het stelsel. De terugvordering KOT in de definitieve beschikking van het toeslagjaar 2012 was gelegen in een door belanghebbende zelf doorgegeven stopzetting per 1 juni 2012. Na deze stopzetting is de KOT bij beschikking van 21 juli 2012 neerwaarts bijgesteld naar € 2.903. Weliswaar is er geen telefoonnotitie van de stopzetting in 2012, maar de Commissie ziet in hetgeen belanghebbende heeft aangevoerd geen aanleiding voor het oordeel dat deze stopzetting niet juist is of niet door belanghebbende is gedaan.
Later is de KOT bij beschikking van 10 oktober 2014 weer opwaarts bijgesteld vanwege de vaststelling van het toetsingsinkomen. Deze bijstellingen zijn conform de wet uitgevoerd. De Commissie heeft geen aanknopingspunten gevonden om hier in deze zaak anders over te oordelen. Verder is er ook geen sprake geweest van een onterechte kwalificatie Opzet / Grove Schuld (O/GS), zodat ook hierop geen aanspraak kan worden gemaakt. De Commissie adviseert UHT daarom om dit onderdeel van het bezwaar ongegrond te verklaren.
Conclusie
Samengevat adviseert de Commissie om het bezwaar ongegrond te verklaren.
Secretaris
Fungerend voorzitter