BAC 2023-14407
Publicatiedatum 28-01-2026
Advies van de Bezwaarschriftenadviescommissie hersteloperatie toeslagen
Aan: Belastingdienst/Uitvoeringsorganisatie Herstel Toeslagen (hierna: UHT)
Betreft: het bezwaarschrift van belanghebbende
Primair besluit: 10 mei 2023 (UHT-DCHA)
Hoorzitting: 20 augustus 2025
Overdracht advies aan UHT: 27 augustus 2025
Samenvatting
De Bezwaarschriftenadviescommissie (hierna: de Commissie) adviseert UHT om het bezwaar ongegrond te verklaren.
Onderwerp van advies
Het door belanghebbende ingediende bezwaarschrift is gericht tegen de door UHT genomen definitieve beschikking compensatie kinderopvangtoeslag.
Aan belanghebbende is met toepassing van de Wet hersteloperatie toeslagen (hierna: Wht) geen compensatie toegekend voor de jaren 2005 tot en met 2009.
Procesverloop
- Belanghebbende heeft op 8 januari 2021 verzocht om een herbeoordeling van de kinderopvangtoeslag (hierna: KOT). De jaren 2005 tot en met 2009 zijn betrokken in de herbeoordeling.
- De Commissie van Wijzen (hierna: CvW) heeft haar beoordeling van het verzoek van belanghebbende op 31 maart 2023 aan UHT toegestuurd. De CvW heeft geadviseerd dat gedurende de betrokken jaren geen sprake is geweest van institutionele vooringenomenheid of bijzondere omstandigheden.
- UHT heeft bij bestreden beschikking aan belanghebbende medegedeeld dat zij geen recht heeft op compensatie voor de jaren 2005 tot en met 2009.
- Belanghebbende heeft bij brief van 6 juni 2023, ingekomen op 22 juni 2023, tegen deze beschikking een bezwaarschrift ingediend.
- UHT heeft op 12 mei 2025 schriftelijk gereageerd op het bezwaarschrift.
- Op 19 augustus 2025 heeft UHT een aanvullend stuk ingezonden.
- Op 20 augustus 2025 heeft een hoorzitting plaatsgevonden. Belanghebbende is niet verschenen. Van de hoorzitting is een verslag gemaakt, dat achter het advies is gevoegd.
- Op 21 augustus 2025 heeft de Commissie partijen bericht dat zij over zal gaan tot adviseren.
- Dit advies wordt uitgebracht door de voorzitter, eerste commissielid, tweede commissielid.
Ontvankelijkheid en algemene opmerkingen
Niet in geschil is dat het bezwaarschrift ontvankelijk is.
Overwegingen ten aanzien van de bezwaren en het bestreden besluit
De Commissie ziet zich gesteld voor de vraag of UHT terecht en op goede gronden is gekomen tot haar beslissing om het verzoek van belanghebbende om compensatie of tegemoetkoming af te wijzen.
Hoorzitting
De Commissie stelt vooraf het navolgende vast. Het secretariaat van de Commissie heeft na telefonisch contact met belanghebbende de datum van de hoorzitting bepaald op 20 augustus 2025 om 13:00 uur. Zowel belanghebbende als UHT hebben vervolgens op 20 juni 2025 een schriftelijke uitnodiging voor de hoorzitting ontvangen. Belanghebbende is op 20 augustus 2025 niet verschenen, noch is vooraf een bericht van verhindering van belanghebbende ontvangen. Door het secretariaat van de Commissie is getracht om telefonisch contact te krijgen met belanghebbende, maar zonder resultaat. De Commissie heeft UHT ter hoorzitting gemeld dat zij over zal gaan tot adviseren indien zij geen nader bericht van belanghebbende over de reden van zijn afwezigheid ontvangt. Een dergelijk bericht is er niet gekomen, ook niet na nadere pogingen van het secretariaat om telefonisch contact te krijgen. Daarom zal de Commissie op grond van de voorhanden zijnde stukken en zonder dat belanghebbende is gehoord advies uitbrengen.
Afwijzing compensatie
De Commissie heeft geen aanknopingspunten kunnen vinden om te adviseren dat de Belastingdienst/Toeslagen (hierna: B/T) bij de toekenning, aanpassing of terugvordering van de KOT voor de toeslagjaren 2005 tot en met 2009 institutioneel vooringenomen heeft gehandeld of dat het stelsel te hard heeft uitgewerkt.
De Commissie zal per toeslagjaar nader toelichten waarom zij van mening is dat sprake was van reguliere vaststellingen en wijzigingen.
2005
Uit de beschikbare gegevens volgt niet dat de toekenning van het KOT-voorschot in 2005 onredelijk lang op zich heeft laten wachten. Blijkens telefoonnotities (productie 1205001) heeft op 22 en 25 april 2005 contact met belanghebbende plaatsgevonden over de volledigheid van zijn KOT-aanvraag. Daarna vond op 23 mei 2005 de eerste uitbetaling van een voorschot plaats. Vervolgens is op 30 juli 2007 een aanvullend bedrag aan KOT uitbetaald. Er heeft geen verlaging of terugvordering van de KOT plaatsgevonden over het jaar 2005 (productie 1000001).
2006
De KOT is voor het jaar 2006 één keer verhoogd vanwege een wijziging in het toetsingsinkomen en het uurtarief. Er heeft geen verlaging of terugvordering van de KOT plaatsgevonden.
2007
Voor het jaar 2007 is de KOT één keer verhoogd vanwege een wijziging in het toetsingsinkomen het uurtarief.
Belanghebbende heeft betoogd dat B/T ten aanzien van toeslagjaar 2007 ten onrechte de bewijslast heeft omgekeerd door belanghebbende om informatie te vragen over de afgenomen opvang. De Commissie overweegt dat een aanvrager van een toeslag op grond van artikel 18 van de Algemene wet inkomensafhankelijke regelingen (Awir) verplicht is om desgevraagd gegevens en inlichtingen te verstrekken die van belang kunnen zijn voor het vaststellen van het recht op en de hoogte van de toeslag. Nu niet is gebleken dat B/T meer dan één schriftelijk verzoek om informatie heeft gedaan, is de Commissie van mening dat sprake was van een reguliere controle die niet getuigt van vooringenomen handelen. Belanghebbende heeft aan het informatieverzoek met kenmerk TKK 07 voldaan door het antwoordformulier met jaaropgave toe te sturen (productie 1207003). Vervolgens is de KOT niet verlaagd of teruggevorderd.
2008
De KOT voor het jaar 2008 is verlaagd, omdat belanghebbende de KOT met ingang van 16 december 2008 had stopgezet (productie 1208001). De KOT is vervolgens nog twee keer verhoogd: de eerste keer in verband met een wijziging in het aantal opvanguren en de tweede keer in verband met een wijziging in het toetsingsinkomen.
2009
De KOT is automatisch gecontinueerd voor 2009, waardoor een eerste voorschot aan KOT is uitbetaald in december 2008 (productie 1000002). Vervolgens heeft belanghebbende de KOT bij wijzigingsformulier van 4 januari 2009 stopgezet met ingang van 1 januari 2009 (productie 1209002). Op 15 januari 2009 is nog een tweede voorschotbedrag uitbetaald (productie 1000002), waarna de KOT bij beschikking van 30 januari 2009 op nihil is gesteld. B/T was op grond van de stopzetting door belanghebbende gerechtigd om de uitbetaalde voorschotten terug te vorderen. Dit getuigt niet van vooringenomen handelen.
De bijstellingen die hebben plaatsgevonden zijn in overeenstemming met de wet uitgevoerd. Dergelijke bijstellingen geven in beginsel ook geen aanspraak op een zogenoemde hardheidstegemoetkoming. De Commissie heeft geen aanknopingspunten gevonden om hierover in het geval van belanghebbende anders te oordelen. Er was geen onterechte kwalificatie O/GS, zodat er ook geen aanspraak is op een daarop gebaseerde vergoeding.
De Commissie adviseert UHT daarom om het bezwaar ongegrond te verklaren.
Conclusie
Samengevat adviseert de Commissie om het bezwaar ongegrond te verklaren.
Secretaris
Fungerend voorzitter