BAC 2023-14365
Publicatiedatum 28-01-2026
Advies van de Bezwaarschriftenadviescommissie hersteloperatie toeslagen
Aan: Belastingdienst/Uitvoeringsorganisatie Herstel Toeslagen (hierna: UHT)
Betreft: het bezwaarschrift van belanghebbende
Primair besluit: 17 juli 2023 (UHT-DCHA)
Hoorzitting: 2 juni 2025 om 11:00 uur
Overdracht advies aan UHT: 11 augustus 2025
Samenvatting
De Bezwaarschriftenadviescommissie (hierna: de Commissie) adviseert UHT om het bezwaar gegrond te verklaren.
Onderwerp van advies
Het door gemachtigde namens belanghebbende ingediende bezwaarschrift is gericht tegen de door UHT genomen definitieve beschikking compensatie kinderopvangtoeslag.
Aan belanghebbende is met toepassing van de Wet hersteloperatie toeslagen (hierna: Wht) geen compensatie toegekend voor de jaren 2009, 2010 en 2011.
Procesverloop
- Belanghebbende heeft op 2 juni 2021 verzocht om een herbeoordeling van de kinderopvangtoeslag (hierna: KOT) over de jaren 2009, 2010 en 2011.
- UHT heeft bij beschikking van 15 maart 2022 aan belanghebbende medegedeeld dat zij niet in aanmerking komt voor een betaling van €30.000,-.
- De Commissie van Wijzen (hierna: CvW) heeft haar beoordeling van het verzoek van belanghebbende op 13 juni 2023 aan UHT toegestuurd. De CvW heeft geadviseerd dat gedurende de betrokken jaren weliswaar sprake is geweest van institutionele vooringenomenheid maar dat belanghebbende evident geen recht had op KOT en daarmee niet voor de hersteloperatie in aanmerking komt.
- UHT heeft bij bestreden beschikking aan belanghebbende medegedeeld dat zij geen recht heeft op compensatie voor de jaren 2009, 2010 en 2011.
- Gemachtigde heeft bij brief van 14 september 2023, ingekomen op 25 september 2023, tegen deze beschikking een bezwaarschrift ingediend.
- UHT heeft op 9 januari 2025 schriftelijk gereageerd op het bezwaarschrift.
- Op 2 juni 2025 heeft een hoorzitting plaatsgevonden. Van de hoorzitting is een verslag gemaakt, dat achter het advies is gevoegd.
- UHT heeft, daartoe door de Commissie ter zitting verzocht, op 17 juni 2025 een nadere schriftelijke reactie ingediend. Gemachtigde heeft daar op 30 juni 2025 op gereageerd.
- Dit advies wordt uitgebracht door de voorzitter, eerste commissielid, tweede commissielid.
Ontvankelijkheid en algemene opmerkingen
Niet in geschil is dat het bezwaarschrift ontvankelijk is.
Overwegingen ten aanzien van de bezwaren en het bestreden besluit
De Commissie ziet zich gesteld voor de vraag of UHT terecht en op goede gronden is gekomen tot haar beslissing om het verzoek van belanghebbende om compensatie of tegemoetkoming af te wijzen. De Commissie zal hieronder, mede op grond van hetgeen besproken tijdens de hoorzitting, het advies toelichten.
Motivering- en zorgvuldigheidsbeginsel
Belanghebbende stelt dat sprake is van schending van het zorgvuldigheids- en het motiveringsbeginsel. Zonder volledig dossier is het voor haar niet inzichtelijk hoe UHT tot de weigering van compensatie heeft besloten
UHT heeft het dossier en een schriftelijke reactie aan belanghebbende verstrekt. Belanghebbende heeft gelegenheid gehad om de ontvangen gegevens te beoordelen en de gronden van haar bezwaar zo nodig verder aan te vullen. Op de hoorzitting heeft belanghebbende gelegenheid gehad om nader te reageren op de ontvangen gegevens en hierop een toelichting te vragen.
De Commissie is van oordeel dat UHT de bestreden beschikking voldoende heeft toegelicht. Hiernaast geldt dat door middel van het indienen van het schriftelijke verweer, de uitgebreide uitleg met behulp van de overzichten van het “Landelijk Incasso Centrum” (hierna LIC) en de overige producties de bestreden beschikking voldoende is onderbouwd.
De Commissie adviseert UHT om het bezwaar op dit punt ongegrond te verklaren.
Belanghebbende voert in bezwaar aan dat UHT handelt in strijd met het beginsel van equality of arms. In haar ogen wordt zij in haar procesbelang geschaad, omdat ze niet de beschikking krijgt over haar persoonlijk dossier en/of een volledig bezwaardossier en daardoor niet over de voor het voeren van bezwaar benodigde documenten beschikt. De Commissie overweegt hierover het volgende.
De Commissie is een onafhankelijke bezwaarschriftenadviescommissie in de zin van artikel 7:13 van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: Awb). Voor de procedure bij de Commissie gelden de procedurele waarborgen van de Awb en tegen beslissingen op bezwaar van UHT, zoals volgt op de adviezen van de Commissie, kan een belanghebbende rechtsmiddelen instellen bij de rechter. Op grond van artikel 7:4 lid 2 Awb en artikel 5.2 leden 3 en 4 van de Wht heeft een belanghebbende voorafgaand aan de hoorzitting bij de Commissie recht op afschriften van de op de zaak betrekking hebbende stukken. De schriftelijke reactie/beschouwing met de bijbehorende producties, waaronder ook de “Overzichten (uit)betalingen en/of verrekeningen toeslagen”, is aan gemachtigde toegezonden. Hierdoor hebben gemachtigde en belanghebbende kennis kunnen nemen van de op het bezwaar betrekking hebbende stukken.
De Commissie adviseert UHT om het bezwaar op dit punt ongegrond te verklaren.
Verrekeningen en beslagvrije voet
Belanghebbende voert in bezwaar aan dat B/T ten onrechte geen rekening heeft gehouden met de beslagvrije voet bij de terugvorderingen.
De Commissie overweegt dat bij verrekening van of beslag op toeslagen tot 1 januari 2021 ingevolge artikel 4:93 lid 4 Awb in combinatie met artikel 475c onderdeel j Wetboek van Burgerlijke rechtsvordering (Rv) tot 1 januari 2021 in het geheel geen beslagvrije voet van toepassing was. Vanaf 1 januari 2021 worden in de wettelijke regeling de toeslagen wél meegenomen in de beslagvrije voet (artikel 475c onderdeel j Rv), met uitzondering van de KOT. De KOT is namelijk niet bedoeld als inkomensvoorziening maar voor het bevorderen van de arbeidsparticipatie. Dit in tegenstelling tot andere toeslagen, waarnaar in de Kamervragen wordt verwezen. De beslagvrije voet is dus geen belemmering voor het verrekenen van terugvorderingen KOT.
De Commissie is daarnaast van opvatting dat het verrekenen van terechte terugvorderingen geen compensatie op grond van hardheid oplevert. Uit de wetsgeschiedenis van de Wht en systematiek van de compensatieregeling kan niet worden afgeleid dat de wetgever dergelijke gevallen voor ogen heeft gehad. De situatie van verrekening wordt niet expliciet door de wetgever genoemd. Bij de bepaling van de hoogte van de compensatie in de artikelen 2.2 en 2.3 Wht wordt aangesloten bij het bedrag van de weigering, terugvordering of stopzetting van KOT die een direct gevolg is van onder andere hardheid. De verrekening van een op zichzelf terechte terugvordering of stopzetting valt daar niet onder. Dat is verder ook met zoveel woorden terug te lezen in de memorie van toelichting. Daarin staat: Bij gedupeerden door een onterechte O/GS kwalificatie waren de terugvorderingen op zichzelf niet onterecht, dus deze worden niet gecompenseerd. Wel krijgen de ouders een financiële tegemoetkoming voor het ondervonden nadeel van 30% van de betreffende terugvorderingen (Kamerstukken II 2021–2022, 36 151, nr. 3, p. 14). Daar komt bij dat in de wetsgeschiedenis, namelijk in de nota naar aanleiding van het verslag, wordt opgemerkt dat de reikwijdte van de hardheidsregeling bewust enigszins beperkt is gehouden en dat eventuele uitbreidingen een nieuwe bewuste afweging van de wetgever vergen (Kamerstukken II 2021-2022, 36 151, nr. 7, p. 14).
Aan de bezwaargrond dat B/T bij de terugvorderingen en verrekeningen geen rekening heeft gehouden met de beslagvrije voet, komt de Commissie gelet op wat hiervoor is overwogen niet meer toe. De Commissie adviseert UHT daarom om dit onderdeel van het bezwaar ongegrond te verklaren.
Dat belanghebbende vooringenomen is behandeld staat niet ter discussie. In ieder beoordeeld toeslagjaar heeft de belastingdienst/toeslagen (hierna: B/T) de KOT tot nihil verlaagd zonder eerst deugdelijk bij belanghebbende om informatie te vragen. Dat belanghebbende in de toeslagjaren 2009 en 2010 geregistreerde kinderopvang heeft afgenomen staat, naar aanleiding van de hoorzitting, niet langer ter discussie. Op grond van art. 2.1 lid 1 Wht komt belanghebbende voor deze toeslagjaren in aanmerking voor compensatie.
Bij de beslissing op bezwaar is UHT voornemens – zo begrijpt de Commissie - om aan belanghebbende compensatie toe te kennen voor de toeslagjaren 2009 en 2010. Gelet op het voorgaande adviseert de Commissie UHT om dit onderdeel van het bezwaar gegrond te verklaren en om conform de toezeggingen in de nadere schriftelijke reactie te beslissen op bezwaar.
Aangezien belanghebbende in 2011 geen geregistreerde opvang heeft genoten, komt zij voor wat betreft dit toeslagjaar niet in aanmerking voor compensatie. Toekenning van compensatie blijft, ingevolge art. 2.1 lid 2 Wht, achterwege als sprake is van ernstige onregelmatigheden die aan de ouder toerekenbaar zijn. Dit laatste is onder meer het geval in situaties waarin een belanghebbende geen geregistreerde opvang heeft afgenomen.
Proceskostenvergoeding
Nu het bezwaar naar de mening van de Commissie gegrond is, adviseert de Commissie UHT tevens de kosten van rechtsbijstand in deze procedure te vergoeden.
Conclusie
Samengevat adviseert de Commissie om het bezwaar gegrond te verklaren en om:
- De beschikking met kenmerk UHT-DCHA te herroepen;
- Aan belanghebbende een bedrag aan compensatie (op grond van artikel 2.1 en volgende Wht) toe te kennen voor de toeslagjaren 2009 en 2010; en
- Een proceskostenvergoeding toe te kennen met wegingsfactor twee tegen de hoogste vergoeding per procespunt.
Secretaris
Fungerend voorzitter