Ga direct naar de inhoud Ga direct naar de filters Ga direct naar de footer

BAC 2023-14309

Advies van de Bezwaarschriftenadviescommissie hersteloperatie toeslagen

Aan: Belastingdienst/Uitvoeringsorganisatie Herstel Toeslagen (hierna: UHT)

Betreft: het bezwaarschrift van belanghebbende

Primair besluit: 8 juni 2023 met kenmerk UHT-DCHA

Overdracht advies aan UHT: 16 juni 2025

Samenvatting

De Bezwaarschriftenadviescommissie (hierna: de Commissie) adviseert UHT om het bezwaar ongegrond te verklaren.

Onderwerp van advies

Het door gemachtigde namens belanghebbende ingediende bezwaarschrift is gericht tegen de door UHT genomen definitieve beschikking compensatie Kinderopvangtoeslag.

Aan belanghebbende is met toepassing van de Wet hersteloperatie toeslagen (hierna: Wht) geen compensatie toegekend voor de jaren 2012 tot en met 2014.

Procesverloop

  • Belanghebbende heeft op 4 januari 2021 verzocht om een herbeoordeling van de kinderopvangtoeslag (hierna: KOT) over de jaren 2012 tot en met 2014.
  • De Commissie van Wijzen (hierna: CvW) heeft haar beoordeling van het verzoek van belanghebbende op 22 mei 2023 aan UHT toegestuurd. De CvW heeft geadviseerd dat gedurende de betrokken jaren geen sprake is geweest van institutionele vooringenomenheid of bijzondere omstandigheden.
  • UHT heeft bij de bestreden beschikking aan belanghebbende medegedeeld dat hij geen recht heeft op compensatie voor de jaren 2012 tot en met 2014.
  • Gemachtigde heeft bij brief van 4 juli 2023, ingekomen op 11 juli 2023, tegen deze beschikking een bezwaarschrift ingediend.
  • Gemachtigde heeft bij brief van 22 oktober 2024 het bezwaarschrift aangevuld.
  • UHT heeft op 28 november 2024 schriftelijk gereageerd op het bezwaarschrift.
  • Op 26 maart 2025 heeft gemachtigde per brief laten weten dat belanghebbende af ziet van het recht om gehoord te worden.
  • Het advies is op 2 mei 2025 door de Commissie behandeld. Dit advies wordt uitgebracht door de voorzitter, eerste commissielid, tweede commissielid.

Ontvankelijkheid en algemene opmerkingen

Niet in geschil is dat het bezwaarschrift ontvankelijk is.

Overwegingen ten aanzien van de bezwaren en het bestreden besluit

De Commissie ziet zich, gelet op de inhoud van de bestreden beschikking en de daartegen aangevoerde bezwaren, geplaatst voor de beantwoording van de vraag of UHT terecht heeft besloten de jaren 2012 tot en met 2014 niet als, kortweg, compensatiejaren aan te merken.

Toeslagjaren 2012 tot en met 2014

Belanghebbende heeft, in de kern samengevat, betoogd dat hij recht heeft op compensatie voor de jaren 2012 tot en met 2014. Volgens belanghebbende is er een terugvordering geweest van € 2.500 en heeft hij hiertegen bezwaar gemaakt.

Voor een compensatie of tegemoetkoming in het kader van de Wht komt – kort gezegd – in aanmerking de ouder van wie aannemelijk is dat de vaststelling van diens aanspraak op KOT in enig jaar onderdeel is geweest van een institutioneel vooringenomen handelwijze van de Belastingdienst / Toeslagen (hierna: B/T) of bijzondere hardheid. Ook kan onder omstandigheden compensatie worden toegekend aan de ouder die ten onrechte een kwalificatie opzet/grove schuld heeft gekregen. Toekenning van compensatie of tegemoetkoming blijft achterwege als sprake is van ernstige onregelmatigheden die aan de aanvrager toerekenbaar zijn. Dit laatste is onder meer het geval in situaties waarin een aanvrager evident geen recht had op KOT.

De Commissie heeft geen aanknopingspunten kunnen vinden om te adviseren dat er bij de toekenning, aanpassing of terugvordering van de KOT voor de toeslagjaren 2012 tot en met 2014 sprake is geweest van institutioneel vooringenomen handelen door de B/T dan wel hardheid van het stelsel. De terugvorderingen KOT over deze toeslagjaren waren gebaseerd op een te hoog voorschot, dat op basis van reguliere wijzigingen opnieuw is berekend. De reguliere wijzigingen zien met name op het toetsingsinkomen. Voor zowel toeslagjaar 2012 en 2013 is de KOT vastgesteld naar aanleiding van wijzigingen in het jaarinkomen die door belanghebbende zelf zijn doorgevoerd. Met betrekking tot toeslagjaar 2014 overweegt de Commissie dat uit het dossier volgt dat de neerwaartse correctie van de KOT het gevolg is van een door belanghebbende gedane (digitale) stopzetting van de KOT per 1 februari 2014. B/T heeft deze stopzetting verwerkt in de voorschotbeschikking van 22 januari 2014. Al deze bijstellingen zijn conform de wet uitgevoerd. Er is geen sprake van vooringenomen handelen door B/T. Daarbij overweegt de Commissie dat zulke bijstellingen in beginsel ook geen aanspraak geven op een zogenoemde hardheidstegemoetkoming. De Commissie heeft geen aanknopingspunten gevonden om hier ten aanzien van belanghebbende anders over te oordelen.

Evenmin volgt de Commissie de stelling van belanghebbende dat sprake zou zijn geweest van een terugvordering van € 2.500 aangezien dit in geen van de in het geding zijnde toeslagjaren het geval is. Aangaande de KOT 2014 is bovendien op 17 december 2013 slechts één maandtermijn van € 462 aan belanghebbende uitgekeerd waarna op 14 januari 2014 nog een additionele betaling van € 1 heeft plaatsgevonden en op 24 augustus 2015 nog een additionele betaling van € 38 heeft plaatsgevonden.

Een feitelijke terugvordering van KOT heeft over dat jaar niet plaatsgevonden. In de door UHT onderzochte jaren is van de door belanghebbende beweerde terugvordering niet gebleken. Verder is er geen sprake van een onterechte kwalificatie Opzet/Grove Schuld (hierna: O/GS), zodat ook hierop geen aanspraak kan worden gemaakt.

Gelet op het voorgaande heeft belanghebbende geen recht op compensatie. De Commissie adviseert UHT daarom om dit onderdeel van het bezwaar ongegrond te verklaren.

Motiverings- en zorgvuldigheidsbeginsel

Ten aanzien van het standpunt van belanghebbende dat de bestreden beschikkingen ondeugdelijk gemotiveerd zijn, is de Commissie van oordeel dat met het indienen van het schriftelijke verweer, de betaal- en verrekenoverzichten van het Landelijk Incassocentrum (LIC) en de overige producties de bestreden beschikking voldoende is onderbouwd.

Conclusie

Samengevat adviseert de Commissie om het bezwaar ongegrond te verklaren.

Secretaris

Fungerend voorzitter