Ga direct naar de inhoud Ga direct naar de filters Ga direct naar de footer

BAC 2023-14928

Advies van de Bezwaarschriftenadviescommissie hersteloperatie toeslagen

Aan: Belastingdienst/Uitvoeringsorganisatie Herstel Toeslagen (hierna: UHT)

Betreft: het bezwaarschrift van belanghebbende

Primair besluit: 30 maart 2022 (UHT DC I)

Hoorzitting: 20 mei 2025

Overdracht advies aan UHT: 22 mei 2025

Samenvatting

De Bezwaarschriftenadviescommissie (hierna: de Commissie) adviseert UHT om de beschikking van 30 maart 2022 met kenmerk UHT-DC I te herroepen en een vergoeding van de proceskosten toe te wijzen.

Onderwerp van advies

Het door gemachtigde namens belanghebbende ingediende bezwaarschrift van 9 mei 2022 is gericht tegen de door UHT genomen definitieve beschikking compensatie kinderopvangtoeslag van 30 maart 2022 met kenmerk UHT-DC I.

Aan belanghebbende is met toepassing van de Compensatieregeling CAF 11 en vergelijkbare (CAF-)zaken van 28 augustus 2020 (Stcrt. 2020, nr. 45904; hierna: Compensatieregeling) compensatie toegekend voor een bedrag van € 38.445 voor de periode april tot en met december 2013 en 2014.

Op 5 november 2022 is de Wet van 2 november 2022 houdende regels ten behoeve van de hersteloperatie toeslagen (Wet hersteloperatie toeslagen, hierna: Wht) in werking getreden. Gelet op het bepaalde in de artikelen 8.6 en 9.2 Wht moeten de bestreden beschikkingen geacht worden te zijn genomen op grond van artikel 2.1 en verder van de Wht.

Procesverloop

  • Belanghebbende heeft op 8 januari 2021 verzocht om een herbeoordeling van de kinderopvangtoeslag (hierna: KOT) over 2013 en 2014.
  • UHT heeft bij brief van 8 mei 2021 (UHT-B DMB2) aan belanghebbende medegedeeld dat hij wel in aanmerking komt voor een betaling van €30.000.
  • UHT heeft bij vooraankondiging van 22 december 2021 aan belanghebbende een compensatie toegekend voor een bedrag van € 8.250.
  • UHT heeft bij de bestreden beschikking van 30 maart 2022 met kenmerk UHT- DC I aan belanghebbende een compensatie toegekend voor een bedrag van €38.445 voor de periode april tot en met december 2013 en 2014.
  • Gemachtigde heeft bij brief van 9 mei 2022 tegen deze beschikking een bezwaarschrift ingediend.
  • Gemachtigde heeft bij brief van 12 maart 2024 het bezwaarschrift aangevuld.
  • UHT heeft op 21 oktober 2024 schriftelijk gereageerd op het bezwaarschrift.
  • Op 20 mei 2025 heeft een hoorzitting plaatsgevonden. Van de hoorzitting is een verslag gemaakt, dat achter het advies is gevoegd.
  • Dit advies wordt uitgebracht door de voorzitter, eerste commissielid en tweede commissielid.

Ontvankelijkheid

Niet in geschil is dat het bezwaarschrift ontvankelijk is.

Overwegingen ten aanzien van de bezwaren en het bestreden besluit

Ontbrekende stukken/dossier

Belanghebbende stelt dat het dossier onvolledig is en verzoekt daarom om de onderliggende stukken. De Commissie volgt dit standpunt niet. De schriftelijke reactie en de op de zaak betrekking hebbende stukken zijn aan gemachtigde toegezonden. De Commissie heeft geen aanknopingspunten gevonden om aan te nemen dat hier niet is voldaan aan de in artikel 7:4 lid 2 Algemene wet bestuursrecht (hierna: Awb) neergelegde verplichting om alle op de zaak betrekking hebbende stukken ter inzage te leggen. De Commissie adviseert UHT daarom om dit onderdeel van het bezwaar ongegrond te verklaren.

Zorgvuldigheids- en motiveringsbeginsel

Belanghebbende meent dat bij de voorbereiding en totstandkoming van het besluit niet de vereiste zorgvuldigheid in acht is genomen.

De Commissie overweegt dat UHT de bestreden beslissing inderdaad niet uitvoerig heeft toegelicht, maar dat dit niet impliceert dat er van een gebrekkige motivering dan wel onzorgvuldigheid sprake is. De Commissie is van mening dat door middel van het indienen van het schriftelijke verweer, een uitgebreide uitleg met behulp van het invul-en beoordelingsformulier, beschikkingen en overige producties, het bestreden besluit voldoende is onderbouwd. Op dit punt treft het bezwaar geen doel.

Toeslagjaar 2015

Belanghebbende heeft in bezwaar aangevoerd dat het jaar 2015 alsnog beoordeeld dient te worden. UHT heeft het toeslagjaar 2015 reeds beoordeeld en op de hoorzitting de beschikking naar gemachtigde gemaild. Indien deze herbeoordeling en de beschikking voor belanghebbende niet bevredigend zijn, dan staat het belanghebbende vrij om tegen deze beschikking bezwaar te maken.

Compensatie toeslagjaren 2013 en 2014 en stopzetting 2014

Volgens UHT is wel sprake van vooringenomenheid in de periode april tot en met december 2013 en het gehele toeslagjaar 2014. Op basis hiervan is aan belanghebbende compensatie toegekend. UHT verwijst voor de uitleg van de compensatieberekening naar de bijlage van het bestreden besluit, de schriftelijke reactie en het informatie- en beoordelingsformulier.

UHT heeft aangegeven dat over de toeslagjaren 2013 en 2014 een aantal componenten niet juist zijn berekend. De Commissie adviseert UHT om de beslissing op bezwaar overeenkomstig haar eigen standpunt aan te passen. Ook de component immateriële schade en de vaste vergoeding van 1% dient te worden aangepast aan de gewijzigde berekening.

Gemachtigde stelt tijdens de zitting dat UHT zou refereren aan het jongste kind wat betreft de stopzetting van 2014. Belanghebbende stelt dat er daarom vragen gesteld hadden moeten worden, omdat het niet logisch zou zijn geweest dat de KOT van het jongste kind van vier maanden stopgezet zou zijn. De Commissie merkt ten overvloede op, zoals ook ter zitting besproken, dat ten aanzien van het jaar 2014 de stopzetting – in tegenstelling tot wat gemachtigde aangeeft - wel betrekking heeft op het oudste kind van belanghebbende en verwijst hiervoor naar de producties 49 en 50.

FSV-lijst

Ten aanzien van de FSV vermelding merkt de Commissie op dat de enkele vermelding op zichzelf bezien niet de conclusie kan dragen dat er vooringenomen is gehandeld. Uit het bezwaardossier volgt niet dat het onderzoek naar belanghebbende heeft plaatsgevonden naar aanleiding van de registratie op de FSV-lijst. De Commissie ziet daarom geen aanleiding om UHT te adviseren de compensatie te verhogen en adviseert het bezwaar op dit punt ongegrond te verklaren.

Proceskosten

De Commissie adviseert om (de componenten a, c, d, h, n, o en p) van de ”Berekening definitieve beslissing compensatiebedrag kinderopvangtoeslag” aan te passen op de door UHT in haar schriftelijke reactie aangegeven wijze. Aangezien het bestreden besluit daardoor wordt herroepen, dient er een proceskostenvergoeding toegekend te worden. Op grond van het Besluit proceskosten bestuursrecht heeft belanghebbende recht op een forfaitaire vergoeding op basis van twee procespunten (bezwaarschrift en bijwonen hoorzitting). Net als in eerdere zaken adviseert de Commissie daarbij de hoogste vergoeding toe te kennen (wegingsfactor 2).

Conclusie

Samengevat adviseert de Commissie om:

  • Het bezwaarschrift tegen de definitieve beschikking compensatie KOT (UHT-DC I) gegrond te verklaren en de vergoedingen opnieuw te berekenen met inachtneming van dit advies en de bezwaren voor het overige ongegrond te verklaren;
  • een vergoeding toe te kennen voor kosten van rechtsbijstand in deze bezwaarprocedure.

[handtekening]

Secretaris

[handtekening]

Fungerend voorzitter