Ga direct naar de inhoud Ga direct naar de filters Ga direct naar de footer

BAC 2023-14859

Advies van de Bezwaarschriftenadviescommissie hersteloperatie toeslagen

Aan: Belastingdienst/Uitvoeringsorganisatie Herstel Toeslagen (hierna: UHT)

Betreft: het bezwaarschrift van belanghebbende

Primair besluit: 17 juli 2023 (UHT-DCH)

Hoorzitting: 2 april 2025 om 14:00 uur

Overdracht advies aan UHT: 10 april 2025

Samenvatting

De Bezwaarschriftenadviescommissie (hierna: de Commissie) adviseert UHT om het bezwaar ongegrond te verklaren en het verzoek om een vergoeding van de proceskosten af te wijzen.

Onderwerp van advies

Het door gemachtigde namens belanghebbende ingediende bezwaarschrift is gericht tegen de door UHT genomen definitieve beschikking compensatie kinderopvangtoeslag van 17 juli 2023.

Aan belanghebbende is met toepassing van de Wet hersteloperatie toeslagen (hierna: Wht) een definitieve compensatie toegekend voor een bedrag van €42.542,- voor de jaren 2011, 2012 en 2013.

Procesverloop

  • Belanghebbende heeft op 9 maart 2021 verzocht om een herbeoordeling van de kinderopvangtoeslag (hierna: KOT) over de jaren 2011, 2012 en 2013.
  • UHT heeft bij de bestreden beschikking van 17 juli 2023 met kenmerk UHT-DCH aan belanghebbende een definitieve compensatie toegekend voor een bedrag van €42.542,- voor de jaren 2011, 2012 en 2013.
  • Gemachtigde heeft bij brief van 6 september 2023, ingekomen op 14 september 2023, tegen deze beschikking een bezwaarschrift ingediend.
  • Gemachtigde heeft bij brief van 9 april 2024 de gronden van het bezwaarschrift aangevuld.
  • UHT heeft op 10 oktober 2024 schriftelijk gereageerd op het bezwaarschrift.
  • Op 2 april 2025 heeft een hoorzitting plaatsgevonden. Van de hoorzitting is een verslag gemaakt, dat achter het advies is gevoegd.
  • Dit advies wordt uitgebracht door de voorzitter, eerste commissielid, tweede commissielid.

Ontvankelijkheid en algemene opmerkingen

Niet in geschil is dat het bezwaarschrift ontvankelijk is.

Overwegingen ten aanzien van de bezwaren en het bestreden besluit

De Commissie ziet zich gesteld voor de vraag of UHT de toegekende compensatie voor de jaren 2011, 2012 en 2013 op de juiste wijze heeft berekend.

Afgifte volledig persoonlijk dossier

Belanghebbende verzoekt om toezending van haar volledige (persoonlijk) dossier. Gemachtigde heeft ter zitting toegelicht dat zij een andere zaak na een procedure bij het College voor de rechten van de mens een dossier heeft ontvangen dat veel omvangrijker was dan het ouderdossier.

De Commissie overweegt in reactie op dat verzoek als volgt.

In deze bezwaarprocedure beoordeelt de Commissie of alle op deze zaak betrekking hebbende stukken zijn verstrekt overeenkomstig artikel 7:4 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb). Dit ouderdossier is een beperkter dossier dan het persoonlijk dossier dat alle gegevens van belanghebbende bevat, ook buiten de kinderopvangtoeslag. Het ouderdossier is op 5 maart 2025 aan gemachtigde toegezonden. De Commissie ziet geen concrete aanknopingspunten voor de conclusie dat in het ouderdossier voor deze procedure relevante stukken zouden ontbreken. Dit bezwaar treft om die reden geen doel.

Zorgvuldigheids- en motiveringsbeginsel

Belanghebbende is van mening dat de bestreden beschikking onvoldoende zorgvuldig tot stand is gekomen en onvoldoende is gemotiveerd. UHT heeft dat gemotiveerd weersproken.

De Commissie kan UHT volgen in het door haar ingenomen standpunt ten aanzien van de motivering van het besluit en de zorgvuldigheid van het hieraan ten grondslag liggende onderzoek. De Commissie is van oordeel dat door middel van het indienen van het schriftelijke verweer, een uitgebreide uitleg met behulp van een RKT-bestand, een SAS-overzicht, de overzichten van het Landelijk Incassocentrum (hierna: LIC) en overige producties het bestreden besluit voldoende is onderbouwd. De Commissie adviseert UHT om het bezwaar op dit punt ongegrond te verklaren

Compensatieberekening

Aan belanghebbende is compensatie toegekend voor de jaren 2011, 2012 en 2013 wegens vooringenomen handelen door B/T. Belanghebbende heeft in bezwaar de juistheid van de compensatieberekening betwist. UHT heeft in de beschouwing, met verwijzing naar de bijlage compensatieberekening bij de beschouwing, erkend dat de compensatieberekening op een enkel punt onjuist is geweest. Meer concreet heeft UHT vastgesteld dat de bij de berekening van de vergoeding voor immateriële schade is uitgegaan van een verkeerde einddatum. Dit had moeten zijn 17 juli 2023 in plaats van 19 juli 2023. Daarnaast heeft UHT vastgesteld dat de toeslagrente over gemiste KOT over de jaren 2011, 20123 en 2013 te hoog is vastgesteld (component o in de compensatieberekening). Over de jaren 2011 en 2012 heeft belanghebbende € 4,- teveel ontvangen en over het jaar 2013 heeft belanghebbende € 42,- teveel ontvangen.

Omdat belanghebbende van deze fouten geen nadeel mag ondervinden, zal UHT dat niet aanpassen in de beslissing op bezwaar. De Commissie neemt met instemming kennis van het vorenstaande en stelt vast dat de compensatieberekening niet tot aanpassing van het reeds toegekende definitieve compensatiebedrag zal leiden nu dit in strijd zou zijn met het verbod van "reformatio in peius". Met andere woorden, het bestreden besluit blijft in stand en zal niet worden herroepen.

Startdatum immateriële schadevergoeding

Ter zitting heeft gemachtigde verder nog aangevoerd dat de startdatum voor de berekening van de vergoeding van immateriële schade 5 januari 2013 moet zijn. Zij verwijst daartoe naar pagina 177 van het ouderdossier. UHT hanteert volgens haar berekeningen als startdatum 25 januari 2013.

De Commissie stelt vast dat dit standpunt kennelijk berust op een verkeerde lezing van de betreffende datum. De op pagina 177 weergegeven datum is namelijk 1 mei 2013 ("2013-05-01"). De door UHT gehanteerde startdatum van 25 januari 2013 is gunstiger voor belanghebbende. De Commissie gaat uit van de juistheid van laatstgenoemde datum, nu er geen aanknopingspunten zijn om daaraan te twijfelen. Deze bezwaargrond kan daarom niet slagen.

Proceskostenvergoeding

Nu de Commissie adviseert het bezwaar ongegrond te verklaren en om het bestreden besluit in stand te laten, is er geen aanleiding om een vergoeding van de proceskosten toe te kennen.

Conclusie

Samengevat adviseert de Commissie om het bezwaar ongegrond te verklaren en het verzoek om een vergoeding van de proceskosten af te wijzen.

[handtekening]

Secretaris

[handtekening]

Fungerend voorzitter