Ga direct naar de inhoud Ga direct naar de filters Ga direct naar de footer

BAC 2023-14149

Advies van de Bezwaarschriftenadviescommissie hersteloperatie toeslagen

Aan: Belastingdienst/Uitvoeringsorganisatie Herstel Toeslagen (hierna: UHT)

Betreft: het bezwaarschrift van belanghebbende

Primair besluit: 2 juni 2023 (UHT-DCH ZV) en 8 juni 2023 (UHT-O OGS B)

Hoorzitting: 17 maart 2025 om 10:00 uur

Overdracht advies aan UHT: 1 april 2025

Samenvatting

De Bezwaarschriftenadviescommissie (hierna: de Commissie) adviseert UHT om het bezwaar gedeeltelijk gegrond te verklaren, de bestreden beschikkingen te herroepen en de bijbehorende compensatiebedragen op nieuw te berekenen. Ook adviseert de Commissie om de verzochte proceskostenvergoeding toe te kennen.

Onderwerp van advies

De door gemachtigde namens belanghebbende ingediende bezwaarschriften zijn gericht tegen de door UHT genomen definitieve beschikkingen compensatie kinderopvangtoeslag van 2 juni 2023 (UHT-DCH ZV) en 8 juni 2023 (UHT-O OGS B), hierna aangeduid als de bestreden beschikkingen.

Aan belanghebbende is met toepassing van de Wet hersteloperatie toeslagen (hierna: Wht) compensatie toegekend voor een bedrag van € 23.955,- voor de jaren 2008, 2009, 2010, 2016, 2017 en 2018.

Procesverloop

  • Belanghebbende heeft op 25 maart 2021 verzocht om een herbeoordeling van de kinderopvangtoeslag (hierna: KOT) over de jaren 2008, 2009, 2010, 2016, 2017 en 2018.
  • UHT heeft bij beschikking van 3 juli 2021 aan belanghebbende medegedeeld dat zij wel in aanmerking komt voor een betaling van €30.000,-.
  • De Commissie van Wijzen (hierna: CvW) heeft haar beoordeling van het verzoek van belanghebbende op 8 mei 2023 aan UHT toegestuurd.
  • UHT heeft bij de bestreden beschikking van 2 juni 2023 met kenmerk UHT-DCH ZV aan belanghebbende een compensatie toegekend voor een bedrag van €23.955,-.
  • UHT heeft bij de bestreden beschikkingen van 8 juni 2023 met kenmerk UHT-O OGS B aan belanghebbende een tegemoetkoming O/GS toegekend voor een bedrag van € 1.126,-.
  • Gemachtigde heeft bij brieven van 12 juli 2023 tegen deze beschikkingen bezwaarschriften ingediend.
  • UHT heeft op 10 oktober 2024 schriftelijk gereageerd op de bezwaarschriften.
  • Gemachtigde heeft bij bericht van 11 februari 2025 het bezwaarschrift aangevuld.
  • Op 17 maart 2025 heeft een hoorzitting plaatsgevonden. Van de hoorzitting is een verslag gemaakt, dat achter het advies is gevoegd.
  • UHT heeft, daartoe door de Commissie ter zitting verzocht, op 26 maart 2025 de berekening van het hardheid-gedeelte van de compensatie van toeslagjaar 2018 nader toegelicht.
  • Dit advies wordt uitgebracht door de voorzitter, eerste commissielid, tweede commissielid.

Ontvankelijkheid en algemene opmerkingen

Niet in geschil is dat de bezwaarschriften ontvankelijk zijn.

Overwegingen ten aanzien van de bezwaren en het bestreden besluit

De Commissie ziet zich gesteld voor de vraag of UHT de toegekende compensatie op de juiste wijze heeft berekend. De Commissie zal hieronder, mede op grond van hetgeen besproken tijdens de hoorzitting, het advies toelichten.

Motivering- en zorgvuldigheidsbeginsel

De Commissie is van oordeel dat UHT de berekeningen bij het uitbrengen van de bestreden beschikkingen voldoende heeft toegelicht. Hiernaast geldt dat door middel van het indienen van het schriftelijke verweer, de uitgebreide uitleg met behulp van overzichten van het Landelijk Incassocentrum (hierna LIC) en de overige producties de bestreden beschikkingen voldoende zijn onderbouwd.

De Commissie adviseert UHT om het bezwaar op dit punt ongegrond te verklaren.

Equality of Arms

Belanghebbende voert in bezwaar aan dat UHT handelt in strijd met het beginsel van equality of arms. In haar ogen wordt zij in haar procesbelang geschaad, omdat ze niet de beschikking krijgt over haar persoonlijk dossier en/of een volledig bezwaardossier en daardoor niet over de voor het voeren van bezwaar benodigde documenten beschikt. De Commissie overweegt hierover het volgende.

De Commissie is een onafhankelijke bezwaarschriftenadviescommissie in de zin van artikel 7:13 van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: Awb). Voor de procedure bij de Commissie gelden de procedurele waarborgen van de Awb en tegen beslissingen op bezwaar van UHT, zoals volgt op de adviezen van de Commissie, kan een belanghebbende rechtsmiddelen instellen bij de rechter. Op grond van artikel 7:4 lid 2 Awb en artikel 5.2 leden 3 en 4 van de Wht heeft een belanghebbende voorafgaand aan de hoorzitting bij de Commissie recht op afschriften van de op de zaak betrekking hebbende stukken. De schriftelijke reactie/beschouwing met de bijbehorende producties, waaronder ook de “Overzichten (uit)betalingen en/of verrekeningen toeslagen”, is op 10 oktober 2024 aan gemachtigde toegezonden. Hierdoor hebben gemachtigde en belanghebbende kennis kunnen nemen van de op het bezwaar betrekking hebbende stukken en gelegenheid gehad om daarop te reageren.

De Commissie adviseert UHT om het bezwaar op dit punt ongegrond te verklaren.

Compensatieberekening

De juistheid van de verschillende onderdelen van de compensatieberekening en de Opzet/Grove Schuld (hierna O/GS)-tegemoetkoming worden door gemachtigde bij gebrek aan wetenschap betwist. Inmiddels beschikt belanghebbende over het bezwaardossier en heeft de zaaksbehandelaar van UHT in de aanvullende schriftelijke beschouwing ieder onderdeel van de compensatieberekening toegelicht.

Uit deze toelichting in de aanvullende schriftelijke beschouwing volgt dat UHT fouten heeft gemaakt in de compensatieberekening welke in de beslissing op bezwaar zullen worden hersteld. De zaaksbehandelaar van UHT heeft bij de aanvullende schriftelijke beschouwing ieder onderdeel van de compensatieberekening, inclusief de O/GS-tegemoetkoming, toegelicht.

Componenten a, b en c.

Uit bestudering van de stukken in het dossier maakt de Commissie op dat in toeslagjaar 2010 de KOT per 15 augustus 2010 is stopgezet. Bij beschikking van 13 oktober 2010 is het voorschot bedrag van de KOT voor toeslagjaar 2010 verlaagd naar € 3.886,- vanwege deze stopzetting. Deze neerwaartse bijstelling van het voorschotbedrag KOT is het gevolg van een reguliere wijziging en is conform de wet uitgevoerd. De Commissie heeft geen aanknopingspunten gevonden om hier ten aanzien van belanghebbende anders over te oordelen. Als gevolg hiervan dient component a van de compensatieberekening voor toeslagjaar 2010 (KOT voor het onderzoek) te worden vastgesteld op € 3.886,-.

Dat de latere nihilbeschikking van 3 februari 2012 voor toeslagjaar 2010 als vooringenomen handelen zijdens B/T moet worden beschouwd staat niet ter discussie. Component b van de compensatieberekening voor toeslagjaar 2010 (KOT na onterechte aanpassing) dient derhalve € 0,- te zijn.

In de compensatieberekening voor toeslagjaar 2010 die de grondslag vormt voor de bestreden beschikking is UHT ten onrechte uitgegaan van een bedrag van €6.291,- bij component a en een bedrag van € 3.886,- bij component b. Als gevolg hiervan is component c (het verschil tussen a en b) te laag vastgesteld in de bestreden beschikking.

De Commissie adviseert UHT om de compensatieberekening dienovereenkomstig aan te passen in de beslissing op bezwaar.

De Commissie merkt op dat voormelde aanpassingen tevens tot gevolg hebben dat ook andere componenten van de compensatieberekening dienen te worden gewijzigd. Bovendien zal de vergoeding van de immateriële schade en de rente gemiste KOT dienen te worden doorberekend tot de datum van de beslissing op bezwaar.

De Commissie adviseert UHT het bezwaar ten aanzien van de compensatieberekening gegrond te verklaren, om aan haar toezeggingen uit de aanvullende schriftelijke beschouwing gevolg te geven en de compensatieberekening dienovereenkomstig aan te passen in de beslissing op bezwaar.

Proceskostenvergoeding

Nu het bezwaar naar de mening van de Commissie gegrond is en het advies van de Commissie ertoe strekt om de bestreden beschikkingen te herroepen, adviseert de Commissie UHT tevens de kosten van rechtsbijstand in deze procedure te vergoeden op grond van het Besluit proceskosten bestuursrecht (twee bezwaarschriften en één hoorzitting). De Commissie adviseert om hierbij de hoogste vergoeding toe te kennen met wegingsfactor twee.

Conclusie

Samengevat adviseert de Commissie om het bezwaar deels gegrond te verklaren en om:

  • De bestreden beschikkingen te herroepen en de compensatieberekening aan te passen conform bovenstaande overwegingen; en
  • een proceskostenvergoeding toe te kennen met wegingsfactor twee tegen de hoogste vergoeding per procespunt.

Secretaris

Fungerend voorzitter