Ga direct naar de inhoud Ga direct naar de filters Ga direct naar de footer

BAC 2023-14148

Advies van de Bezwaarschriftenadviescommissie hersteloperatie toeslagen

Aan: Belastingdienst/Uitvoeringsorganisatie Herstel Toeslagen (hierna: UHT)

Betreft: het bezwaarschrift van belanghebbende

Primair besluit: 9 maart 2023 (UHT-DCH)

Hoorzitting: 27 februari 2025

Overdracht advies aan UHT: 19 maart 2025

Samenvatting

De Bezwaarschriftenadviescommissie (hierna: de Commissie) adviseert UHT om het bezwaar in de onderhavige zaak gedeeltelijk gegrond te verklaren, het bestreden besluit met kenmerk UHT-DCH deels te herroepen en opnieuw te beslissen met inachtneming van dit advies. Tevens adviseert de Commissie het verzoek om vergoeding van de proceskosten toe te wijzen.

Onderwerp van advies

Het door gemachtigde namens belanghebbende ingediende bezwaarschrift is gericht tegen de door UHT genomen definitieve beschikking herbeoordeling kinderopvangtoeslag.

Aan belanghebbende is met toepassing van de Wet hersteloperatie toeslagen (hierna: Wht) compensatie toegekend voor een bedrag van € 43.193,- wegens vooringenomenheid over de toeslagjaren 2011 en 2012 en hardheid over toeslagjaar 2011.

Procesverloop

  • Belanghebbende heeft op 3 april 2021 verzocht om een herbeoordeling van de kinderopvangtoeslag (hierna: KOT). In overleg met belanghebbende is het verzoek om herbeoordeling gericht op de toeslagjaren 2007, 2011, 2012, 2013 en 2015.
  • UHT heeft bij beschikking van 23 juni 2021, met kenmerk UHT-B DMB2, aan belanghebbende medegedeeld dat zij wel in aanmerking komt voor een betaling van €30.000,- (Catshuisregeling), maar dat de herbeoordeling nog niet klaar is.
  • De Commissie van Wijzen (hierna: CvW) heeft haar beoordeling van het verzoek van belanghebbende op 19 januari 2023 aan UHT verstuurd. CvW heeft - kort samengevat - geoordeeld dat belanghebbende over de toeslagjaren 2007, 2013 en 2015 niet in aanmerking komt voor compensatie op basis van vooringenomen handelen of hardheid van het stelsel.
  • UHT heeft bij vooraankondiging van 8 februari 2023, met kenmerk UHT-VCH, aan belanghebbende een voorlopige compensatie toegekend voor een bedrag van € 27.443,-.
  • UHT heeft bij de bestreden beschikking aan belanghebbende een definitieve compensatie toegekend voor een bedrag van € 43.193,- wegens vooringenomenheid over de toeslagjaren 2011 en 2012 en hardheid over toeslagjaar 2011.
  • Gemachtigde heeft bij brief van 14 augustus 2023, ingekomen op 14 augustus 2023, tegen deze beschikking een bezwaarschrift ingediend.
  • UHT heeft op 18 juli 2024 schriftelijk gereageerd op het bezwaarschrift.
  • Op 27 februari 2025 heeft een hoorzitting plaatsgevonden. Van de hoorzitting is een verslag gemaakt, dat achter het advies is gevoegd.
  • UHT heeft op 6 maart 2025 aanvullende stukken ingediend.
  • Gemachtigde heeft de Commissie op 11 maart 2025 geïnformeerd dat zij niet verder wenst te reageren op de aanvullende stukken van UHT.
  • Dit advies wordt uitgebracht door de voorzitter, eerste commissielid, tweede commissielid.

Ontvankelijkheid en algemene opmerkingen

Niet in geschil is dat het bezwaar ontvankelijk is.

Overwegingen ten aanzien van de bezwaren en het bestreden besluit

De Commissie ziet zich gesteld voor de vraag of UHT de toegekende compensatie op de juiste wijze heeft berekend.

Compleetheid dossier en motivering besluit / artikel 6 EVRM, recht op een eerlijk proces Gemachtigde heeft ter zitting het standpunt ingenomen dat zij zich voor wat betreft de compleetheid van het dossier, de motivering van het besluit en standpunt betreffende de ‘equality of arms’ kan vinden in het standpunt van UHT uit de beschouwing. De Commissie adviseert UHT het bezwaar op deze punten, conform haar eigen standpunt uit de beschouwing, ongegrond te verklaren en laat deze bezwaargronden verder onbesproken.

Ontbrekende toeslagjaren

Belanghebbende stelt dat de toeslagjaren 2008, 2009, 2010 en 2014 ook opnieuw beoordeeld zouden moeten worden. UHT stelt in de beschouwing dat geen aanvragen KOT in het systeem te vinden zijn over de toeslagjaren. UHT heeft ter zitting de stelling ingenomen dat over toeslagjaar 2014 wel KOT is toegekend. Daarnaast heeft UHT toegezegd dat deze toeslagjaren alsnog zullen worden beoordeeld.

De Commissie neemt met instemming kennis van de toezegging van UHT om de toeslagjaren 2008, 2009, 2010 en 2014 alsnog te beoordelen en adviseert het verzoek om herbeoordeling intern neer te leggen bij de relevante afdeling.

Recht op compensatie over toeslagjaar 2015

Belanghebbende stelt dat de wijzigingen in de KOT over toeslagjaar 2015 niet door haar zijn doorgevoerd en dat zij geen kennis van deze wijzigingen heeft. UHT heeft aanvullende stukken ingediend waaruit blijkt dat belanghebbende op 9 februari 2015 zelf wijzigingen heeft doorgevoerd in de KOT voor twee kinderen.

Het is de Commissie uit de ingediende stukken voldoende duidelijk dat belanghebbende zelf de wijzigingen in de KOT over toeslagjaar 2015 heeft doorgevoerd op 9 februari 2015. De Commissie adviseert het bezwaar op dit punt ongegrond te verklaren.

Verschil met de laatst vastgestelde beschikking KOT (inclusief aan belanghebbende betaalde toeslagrente)

UHT heeft de compensatieberekening gecontroleerd en vastgesteld dat component f, het verschil met de laatst vastgestelde beschikking KOT (inclusief aan belanghebbende betaalde toeslagrente), onjuist is berekend. Over de toeslagjaren 2011 en 2012 blijkt niet dat destijds toeslagrente aan belanghebbende is betaald. Voor beide toeslagjaren zou component f op een hoger bedrag moeten worden vastgesteld. Dit zou in het nadeel van belanghebbende zijn, omdat deze component van het compensatiebedrag wordt afgetrokken. UHT is dan ook voornemens om de berekening van deze component in stand te laten. De Commissie onderschrijft het standpunt van UHT en adviseert de berekening van component f in stand te laten.

Vergoeding voor immateriële schade

UHT heeft de compensatieberekening gecontroleerd en vastgesteld dat een onjuiste start- en einddatum is gehanteerd voor de berekening van de vergoeding voor immateriële schade. De gehanteerde startdatum is 19 januari 2012, terwijl deze datum op basis van de in het dossier aanwezige stukken zou moeten worden vastgesteld op 15 april 2011. De einddatum is vastgesteld op 8 maart 2023, terwijl de datum van de definitieve compensatiebeschikking, 9 maart 2023, gehanteerd zou moeten worden.

Beide data zijn in het nadeel van belanghebbende. De Commissie adviseert UHT om de start- en einddatum van de vergoeding voor immateriële schade aan te passen en deze component opnieuw te berekenen aan de hand van de juiste data. Nu dit bezwaar gegrond wordt geacht, dient de einddatum voor de berekening van de vergoeding voor immateriële schade vastgesteld te worden op de dagtekening van de beslissing op bezwaar. De Commissie adviseert het bezwaar op dit punt gegrond te verklaren.

Rentevergoeding voor gemiste KOT

UHT heeft de compensatieberekening ambtshalve gecontroleerd en vastgesteld dat de rentevergoeding voor gemiste KOT over de toeslagjaren 2011 en 2012 onjuist, maar wel in het voordeel van belanghebbende is vastgesteld. UHT is dan ook voornemens om de berekening van deze component in stand te laten. De Commissie onderschrijft het standpunt van UHT en adviseert de berekening van de rentevergoeding voor gemiste KOT in stand te laten.

Aanvullende vergoeding van 1%

Nu het bezwaar met betrekking tot de vergoeding voor immateriële schade gegrond wordt geacht, adviseert de Commissie de aanvullende vergoeding van 1% opnieuw vast te stellen bij het nemen van de beslissing op bezwaar en het bezwaar op dit punt gegrond te verklaren.

Proceskostenvergoeding

Nu het primaire besluit naar de mening van de Commissie dient te worden herroepen, adviseert de Commissie om het verzoek voor vergoeding van de kosten van rechtsbijstand in deze bezwaarprocedure toe te wijzen. Op grond van het Besluit proceskosten bestuursrecht heeft belanghebbende recht op een forfaitaire vergoeding op basis van 2 procespunten (bezwaarschrift en verschijnen hoorzitting) met een wegingsfactor 2. Net als in eerdere zaken adviseert de Commissie daarbij de hoogste vergoeding per procespunt toe te kennen.

Conclusie

Samengevat adviseert de Commissie om:

  • het bezwaar dat gericht is tegen de bestreden beschikking van 9 maart 2023 met kenmerk UHT-DCH gedeeltelijk gegrond te verklaren ten aanzien van de berekening van de vergoeding voor immateriële schade en deze vergoeding te berekenen tot aan de dagtekening van de beslissing op bezwaar;
  • de aanvullende vergoeding van 1% aan te passen;
  • het bestreden besluit op deze punten te herroepen;
  • de overige bezwaren ongegrond te verklaren;
  • een vergoeding van de proceskosten voor de onderhavige bezwaarprocedure toe te kennen van twee procespunten met wegingsfactor twee voor het hoogste tarief.

Secretaris

Fungerend voorzitter