BAC 2023-14130
Publicatiedatum 27-01-2026
Advies van de Bezwaarschriftenadviescommissie hersteloperatie toeslagen
Aan: Belastingdienst/Uitvoeringsorganisatie Herstel Toeslagen (hierna: UHT)
Betreft: het bezwaarschrift van belanghebbende
Primair besluit: 19 april 2023 (UHT-DCHA)
Hoorzitting: 31 maart 2025 om 11:00 uur
Overdracht advies aan UHT: 14 april 2025
Samenvatting
De Bezwaarschriftenadviescommissie (hierna: de Commissie) adviseert UHT om het bezwaar ongegrond te verklaren.
Onderwerp van advies
Het door gemachtigde namens belanghebbende ingediende bezwaarschrift is gericht tegen de door UHT genomen definitieve beschikking compensatie kinderopvangtoeslag van 19 april 2023 (UHT-DCHA).
Aan belanghebbende is met toepassing van de Wet hersteloperatie toeslagen (hierna: Wht) geen compensatie toegekend voor de jaren 2012 en 2013.
Procesverloop
- Belanghebbende heeft op 19 januari 2021 verzocht om een herbeoordeling van de kinderopvangtoeslag (hierna: KOT) over de jaren 2012 en 2013.
- UHT heeft bij beschikking van 1 mei 2021 aan belanghebbende medegedeeld dat hij niet in aanmerking komt voor een betaling van €30.000,-.
- De Commissie van Wijzen (hierna: CvW) heeft haar beoordeling van het verzoek van belanghebbende op 5 april 2023 aan UHT toegestuurd. De CvW heeft geadviseerd dat gedurende de betrokken jaren geen sprake is geweest van institutionele vooringenomenheid of bijzondere omstandigheden.
- UHT heeft bij bestreden beschikking aan belanghebbende medegedeeld dat hij geen recht heeft op compensatie voor de jaren 2012 en 2013.
- Gemachtigde heeft bij brief van 10 juli 2023, ingekomen op 11 juli 2023, tegen deze beschikking een bezwaarschrift ingediend.
- Gemachtigde heeft bij brief van 1 februari 2024 het bezwaar aangevuld.
- UHT heeft op 18 juni 2024 schriftelijk gereageerd op het bezwaarschrift.
- Op 31 maart 2025 heeft een hoorzitting plaatsgevonden. Van de hoorzitting is een verslag gemaakt, dat achter het advies is gevoegd.
- UHT heeft, daartoe door de Commissie ter zitting verzocht, op 1 april 2025 bevestigd dat zij zich alsnog zullen buigen over het herbeoordelingsverzoek van de echtgenote van belanghebbende.
- Dit advies wordt uitgebracht door de voorzitter, eerste commissielid, tweede commissielid.
Ontvankelijkheid en algemene opmerkingen
Niet in geschil is dat het bezwaarschrift ontvankelijk is.
Overwegingen ten aanzien van de bezwaren en het bestreden besluit
De Commissie ziet zich gesteld voor de vraag of UHT terecht en op goede gronden is gekomen tot haar beslissing om het verzoek van belanghebbende om compensatie of tegemoetkoming af te wijzen. De Commissie zal hieronder, mede op grond van hetgeen besproken tijdens de hoorzitting, het advies toelichten.
Herbeoordeling toeslagjaren 2010 en 2011
In het bezwaarschrift stelt belanghebbende zich op het standpunt dat de toeslagjaren 2010 en 2011 moeten worden meegenomen in de herbeoordeling. UHT is het hier kennelijk mee eens en heeft deze toeslagjaren versneld beoordeeld. Uit de systemen van de belastingdienst/toeslagen (hierna: B/T) volgt dat belanghebbende voor de toeslagjaren 2010 en 2011 geen KOT heeft aangevraagd. Voor die jaren is ook geen KOT aan hem toegekend of van hem teruggevorderd.
Ingevolge artikel 2.1 lid 1 Wht wordt compensatie toegekend aan de aanvrager van KOT. Belanghebbende voldoet niet aan dit vereiste en komt daarom voor wat betreft de toeslagjaren 2010 en 2011 niet voor compensatie op grond van deze herstelmaatregel in aanmerking.
De Commissie adviseert UHT om het bezwaar op dit punt ongegrond te verklaren.
Uit de stukken in het dossier volgt dat de echtgenote van belanghebbende kennelijk de KOT voor toeslagjaren 2010 en 2011 heeft aangevraagd. Zoals ook tijdens de hoorzitting is besproken, zag het oorspronkelijke herbeoordelingsverzoek van belanghebbende en diens echtgenote op alle jaren waarin zij samen KOT ontvingen voor de opvang van hun kinderen. Al in een vroeg stadium is in de herbeoordelingsprocedure kennelijk iets niet goed gegaan waardoor het verzoek van mevrouw niet in behandeling is genomen. Nu het herbeoordelingsverzoek van mevrouw geen onderdeel is geweest van het onderzoek dat aan de bestreden beslissing ten grondslag ligt, kan de Commissie zich hier inhoudelijk niet over uitlaten. Wel adviseert de Commissie aan UHT om ervoor zorg te dragen dat dit verzoek alsnog met spoed door de juiste afdeling van UHT in behandeling wordt genomen.
Motivering- en zorgvuldigheidsbeginsel
Belanghebbende stelt dat sprake is van schending van het zorgvuldigheids- en het motiveringsbeginsel. Zonder volledig dossier is het voor haar niet inzichtelijk hoe UHT tot de weigering van compensatie heeft besloten.
UHT heeft het dossier en een schriftelijke reactie aan belanghebbende verstrekt. Belanghebbende heeft gelegenheid gehad om de ontvangen gegevens te beoordelen en de gronden van zijn bezwaar zo nodig verder aan te vullen. Op de hoorzitting heeft belanghebbende gelegenheid gehad om nader te reageren op de ontvangen gegevens en hierop een toelichting te vragen.
De Commissie is van oordeel dat UHT de bestreden beschikkingen voldoende heeft toegelicht. Hiernaast geldt dat door middel van het indienen van het schriftelijke verweer, de uitgebreide uitleg met behulp van de overzichten van het “Landelijk Incasso Centrum” (hierna LIC) en de overige producties de bestreden beschikkingen voldoende zijn onderbouwd.
De Commissie adviseert UHT om het bezwaar op dit punt ongegrond te verklaren.
Geen vooringenomen handelen of hardheid
Uit de stukken in het dossier maakt de Commissie op dat de (neerwaartse) correcties van de KOT voor de toeslagjaren 2012 en 2013 zijn gebaseerd op door belanghebbende zelf doorgegeven wijzigingen en toegezonden jaaropgaven, inkomenswijzigingen en/of op de kinderopvanggegevens. Er zijn geen aanwijzingen dat die gegevens onjuist of onvolledig zijn.
In 2012 heeft belanghebbende KOT aangevraagd met ingangsdatum 1 januari 2012 en per mei 2012 weer stopgezet. Het toegekende bedrag is verlaagd vanwege deze stopzetting. Later is de KOT naar beneden bijgesteld aan de hand van het toetsingsinkomen van belanghebbende.
Voor toeslagjaar 2013 is de KOT eerst automatisch voortgezet. Op basis van de stopzetting van de KOT door belanghebbende voor toeslagjaar 2012 is vervolgens in januari 2013 ook de KOT voor toeslagjaar 2013 gestopt.
B/T heeft de wettelijke taak om te controleren of de KOT voorschotten in een gegeven toeslagjaar terecht zijn uitgekeerd en, zo niet, om eventueel te veel uitgekeerde bedragen terug te vorderen. B/T mag daarbij vertrouwen op de inkomensgegevens van ouders zoals deze in het systeem van de belastingdienst worden verwerkt en de gegevens die ouders en kinderopvanginstellingen verstrekken.
De Commissie overweegt dat, gelet op een en ander, niet aannemelijk is geworden dat er bij de toekenning, aanpassing of terugvordering van de KOT voor toeslagjaren 2012 en 2013 sprake is geweest van institutioneel vooringenomen handelen door B/T dan wel hardheid van het stelsel. De terugvorderingen KOT waren gelegen in een te hoog voorschot dat op basis van de stopzetting door belanghebbende en een gewijzigd toetsingsinkomen opnieuw is berekend. Deze bijstellingen zijn conform de wet uitgevoerd. Dergelijke bijstellingen geven in beginsel ook geen aanspraak op een zogenoemde hardheidstegemoetkoming. De Commissie heeft geen aanknopingspunten gevonden om hier ten aanzien van belanghebbende anders over te oordelen. Verder is er ook geen sprake geweest van een onterechte kwalificatie O/GS, zodat ook hierop geen aanspraak kan worden gemaakt.
De Commissie adviseert UHT daarom om dit onderdeel van het bezwaar ongegrond te verklaren.
Proceskostenvergoeding
Nu het bezwaar naar het oordeel van de Commissie ongegrond is, heeft belanghebbende geen recht op een vergoeding van de kosten van rechtsbijstand. De Commissie adviseert UHT om dit verzoek af te wijzen.
Conclusie
Samengevat adviseert de Commissie om het bezwaar ongegrond te verklaren en het verzoek voor een proceskostenvergoeding af te wijzen.
Secretaris
Fungerend voorzitter