Ga direct naar de inhoud Ga direct naar de filters Ga direct naar de footer

BAC 2025-15531

Advies van de Bezwaarschriftenadviescommissie hersteloperatie toeslagen

Aan: Dienst Toeslagen / Uitvoeringsorganisatie Herstel Toeslagen
(hierna: UHT)

Betreft: het bezwaarschrift van belanghebbende

Primair besluit: 15 november 2023 (UHT-DCHA)

Hoorzitting: 4 november 2025 om 13:00 uur

Overdracht advies aan UHT: 10 november 2025

Samenvatting

De Bezwaarschriftenadviescommissie (hierna: de Commissie) adviseert UHT om het bezwaar ongegrond te verklaren. Voorts adviseert de Commissie om het verzoek voor een proceskostenvergoeding af te wijzen.

Onderwerp van advies

Het door de gemachtigde namens belanghebbende ingediende bezwaarschrift is gericht tegen de door UHT genomen definitieve beschikking compensatie kinderopvangtoeslag met het kenmerk UHT-DCHA (hierna: de bestreden beschikking).

UHT heeft in de bestreden beschikking aan belanghebbende geen compensatie toegekend.

Op 5 november 2022 is de Wet van 2 november 2022 houdende regels ten behoeve van de hersteloperatie toeslagen (Wet hersteloperatie toeslagen,
hierna: Wht) in werking getreden. Gelet op het bepaalde in de artikelen 8.6 en
9.2 Wht moeten de bestreden beschikkingen geacht worden te zijn genomen op grond van artikel 2.1 en verder van de Wht.

Procesverloop

  • Belanghebbende heeft verzocht om een herbeoordeling van de kinderopvangtoeslag (hierna: KOT) over 2007 en 2008.
  • De Commissie van Wijzen (hierna: CvW) heeft haar beoordeling van het verzoek van belanghebbende op 8 september 2023 aan UHT toegestuurd. De CvW heeft geadviseerd dat gedurende de betrokken jaren geen sprake is geweest van institutionele vooringenomenheid of van bijzondere omstandigheden.
  • UHT heeft bij bestreden beschikking aan belanghebbende medegedeeld dat hij geen recht heeft op compensatie voor de betrokken jaren.
  • UHT heeft bij beschikking van 10 oktober 2023 aan belanghebbende medegedeeld dat hij geen recht heeft op een herstelregeling.
  • Belanghebbende heeft bij brief van 22 december 2023, ingekomen op 28 december 2023, tegen de beschikking van 15 november 2023 een bezwaarschrift ingediend.
  • Gemachtigde heeft bij brief van 9 januari 2024, ingekomen op 11 januari 2024, zich gesteld als gemachtigde van belanghebbende en het bezwaarschrift aangevuld.
  • UHT heeft op 10 april 2025 schriftelijk gereageerd op het bezwaarschrift.
  • Op 4 november 2025 heeft een hoorzitting plaatsgevonden. Van de hoorzitting is een verslag gemaakt, dat achter het advies is gevoegd.
  • Dit advies wordt uitgebracht door de voorzitter en 2 commissieleden.

Ontvankelijkheid

Niet in geschil is dat het bezwaar ontvankelijk is.

Overwegingen ten aanzien van de bezwaren en het bestreden besluit

De Commissie ziet zich gesteld voor de vraag of UHT terecht en op goede gronden is gekomen tot haar beslissing om het verzoek van belanghebbende om compensatie of tegemoetkoming af te wijzen.

Volledig dossier
Belanghebbende stelt dat het bezwaardossier onvolledig is en verzoekt om het volledige dossier.

Op grond van artikel 7:4 lid 2 Awb en artikel 5.2 leden 3 en 4 van de Wht heeft een belanghebbende voorafgaand aan de hoorzitting bij de Commissie recht op afschriften van de op de zaak betrekking hebbende stukken. Het verweerschrift, met alle van belang zijnde producties, is op 24 juni 2025 aan gemachtigde toegezonden. Hierdoor hebben gemachtigde en belanghebbende kennis kunnen nemen van de stukken die ten grondslag liggen aan het bestreden besluit en gelegenheid gehad om daarop te reageren.

Uit hetgeen belanghebbende en UHT naar voren hebben gebracht blijkt niet dat er nog stukken in het dossier ontbreken die van enig belang zouden kunnen zijn geweest bij het door UHT genomen besluit. Naar het oordeel van de Commissie is daarmee in voldoende mate invulling gegeven aan de procedurele waarborgen van de Awb. Het bezwaar is op dit punt ongegrond.

Zorgvuldigheids- en motiveringsbeginsel
Belanghebbende stelt in het bezwaar dat het bestreden besluit onzorgvuldig tot stand is gekomen en onvoldoende is gemotiveerd.

De Commissie kan UHT volgen ten aanzien van de motivering van het besluit en de zorgvuldigheid van het hieraan ten grondslag liggende onderzoek. Voor zover UHT het bestreden besluit niet voldoende zou hebben toegelicht, impliceert dat niet dat van een gebrekkige motivering dan wel onzorgvuldigheid sprake is. De Commissie is van mening dat met het indienen van het schriftelijke verweer en de overige producties het bestreden besluit voldoende is onderbouwd en in zoverre zorgvuldig tot stand is gekomen. De Commissie adviseert het bezwaar op dit punt ongegrond te verklaren.

Toeslagjaar 2008
Belanghebbende stelt hij gedupeerde is en om deze reden recht heeft op compensatie.

UHT heeft geoordeeld dat belanghebbende niet is gedupeerd, omdat geen sprake is van institutionele vooringenomenheid, hardheid van het stelsel of een onterechte kwalificatie van opzet/grove schuld. UHT heeft dit standpunt nader onderbouwd in de schriftelijke reactie en tijdens de hoorzitting.

De Commissie merkt op dat gemachtigde tijdens de zitting heeft aangegeven dat het bezwaar zich richt op de stopzetting van de KOT in 2008. Belanghebbende stelt namelijk dat hij de KOT voor 2008 niet heeft stopgezet. De Commissie overweegt dat niet is gebleken van feiten of omstandigheden op grond waarvan blijkt dat B/T niet uit mocht gaan van de juistheid van de informatie in het dossier, zoals het XML-bestand op pagina 165. Uit dit bestand volgt dat de KOT per 1 juli 2008 is stopgezet middels DigiD van belanghebbende. Daarnaast neemt de Commissie in aanmerking dat uit de jaaropgave van 2008, die is ontvangen na uitvraag van B/T, volgt dat er tot en met 30 juni 2008 opvang is afgenomen. Niet is gebleken dat na deze periode ook opvang is afgenomen.

Gelet op het voorgaande onderschrijft de Commissie het standpunt van UHT dat geen sprake is van vooringenomen handelen. Ook zijn in het bezwaar geen aanknopingspunten gevonden waaruit aannemelijk is geworden dat in deze periode sprake is geweest van bijzondere omstandigheden, zodat ook voor de toepassing van de hardheidscompensatie, zoals bedoeld in artikel 2.1 lid 1 sub b Wht, geen reden is. Op grond van de stukken in het dossier en het verhandelde ter zitting kan de Commissie zich vinden in het besluit van UHT dat belanghebbende niet in aanmerking komt voor compensatie op grond van deze herstelmaatregel. Om deze reden adviseert de Commissie dan ook om het bezwaar ongegrond te verklaren.

Proceskostenvergoeding
Nu de bezwaren naar het oordeel van de Commissie ongegrond zijn, heeft belanghebbende geen recht op een vergoeding van de kosten van rechtsbijstand. De Commissie adviseert het verzoek voor een proceskostenvergoeding af te wijzen.

Conclusie

Samengevat adviseert de Commissie om het bezwaar ongegrond te verklaren en om het verzoek voor een proceskostenvergoeding af te wijzen.

[handtekening]

Secretaris

[handtekening]

Fungerend voorzitter