Ga direct naar de inhoud Ga direct naar de filters Ga direct naar de footer

BAC 2025-15503

Advies van de Bezwaarschriftenadviescommissie hersteloperatie toeslagen

Aan: Dienst Toeslagen / Uitvoeringsorganisatie Herstel Toeslagen
(hierna: UHT)

Betreft: het bezwaarschrift van belanghebbende

Primair besluit: 6 mei 2024 met kenmerk UHT-DCHO

Hoorzitting: 22 juli 2025

Samenvatting

De Bezwaarschriftenadviescommissie (hierna: de Commissie) adviseert UHT om het bezwaar ongegrond te verklaren en het verzoek om een proceskostenvergoeding af te wijzen.

Onderwerp van advies

Het door de gemachtigde namens belanghebbende ingediende bezwaarschrift is gericht tegen de door UHT genomen definitieve beschikking herbeoordeling kinderopvangtoeslag van 6 mei 2024 met kenmerk UHT-DCHO.

Aan belanghebbende is met toepassing van de Wet hersteloperatie toeslagen (hierna: Wht) compensatie toegekend van € 65.510 voor de jaren 2010, 2011, 2015 en 2016 en geen compensatie toegekend voor het jaar 2012.

Procesverloop

  • Belanghebbende heeft op 15 november 2009 verzocht om een herbeoordeling van de kinderopvangtoeslag (hierna: KOT) over de jaren 2010 tot en met 2012 uit te voeren.
  • UHT heeft bij beschikking van 11 maart 2021 aan belanghebbende medegedeeld dat zij in aanmerking komt voor een betaling van € 30.000.
  • De Commissie van Wijzen (hierna: CvW) heeft haar beoordeling van het verzoek van belanghebbende op 31 mei 2021 aan UHT toegestuurd. De CvW heeft geadviseerd dat gedurende het jaar 2012 geen sprake is geweest van institutionele vooringenomenheid of bijzondere omstandigheden. De compensatieregeling is over de jaren 2010 en 2011 wel van toepassing.
  • UHT heeft bij beschikking van 30 juni 2021 aan belanghebbende kenbaar gemaakt dat het voorlopige compensatiebedrag voor de jaren 2010 en 2011 is vastgesteld op € 43.379. Belanghebbende komt voor het toeslagjaar 2012 niet in aanmerking voor compensatie.
  • UHT heeft met de definitieve beschikking compensatie van 17 augustus 2021 met kenmerk UHT-DC I het compensatiebedrag vastgesteld op € 43.499. De compensatie ziet op de toeslagjaren 2010 en 2011. Belanghebbende wordt voor het toeslagjaar 2012 niet gecompenseerd.
  • De vorige gemachtigde heeft tegen de beschikking van
    17 augustus 2021 bezwaar gemaakt en op 23 maart 2023 heeft een digitale hoorzitting plaatsgevonden.
  • Op 8 september 2023 heeft de Commissie UHT geadviseerd het bezwaar ongegrond te verklaren.
  • Op 25 september 2023 heeft UHT het advies van de Commissie volledig overgenomen en bij het bezwaar ongegrond verklaard.
  • Op 19 maart 2024 heeft belanghebbende UHT verzocht om de herbeoordeling uit te breiden naar de jaren 2015 en 2016.
  • UHT heeft met de bestreden beschikking van 6 mei 2024 met kenmerk UHT-DCHO aan belanghebbende compensatie toegekend van € 65.510 voor de toeslagjaren 2010, 2011, 2015 en 2016. Belanghebbende wordt voor het jaar 2012 niet gecompenseerd.
  • Gemachtigde heeft bij brief van 9 mei 2024 tegen deze beschikking een bezwaarschrift ingediend.
  • UHT heeft op 20 mei 2025 schriftelijk gereageerd op het bezwaarschrift.
  • Op 22 juli 2025 heeft een hoorzitting plaatsgevonden. Van de hoorzitting is een verslag gemaakt, dat achter het advies is gevoegd.
  • Dit advies wordt uitgebracht door de voorzitter en twee commissieleden.

Ontvankelijkheid

Niet in geschil is dat het bezwaarschrift ontvankelijk is.

Overwegingen ten aanzien van de bezwaren en het bestreden besluit

Omvang van het geding
Met de beschikking van 17 augustus 2021 is belanghebbende voor de jaren 2010 en 2011 gecompenseerd met een bedrag van € 43.499; voor het jaar 2012 is compensatie geweigerd. In de beslissing op bezwaar van 25 september 2023 heeft UHT het bezwaar van belanghebbende, gericht tegen de beschikking van 17 augustus 2021 ongegrond verklaard. Tegen deze beslissing op bezwaar heeft belanghebbende geen beroep ingesteld, waardoor deze beslissing onherroepelijk is geworden en derhalve buiten deze beoordeling valt. De Commissie stelt vast dat deze bezwaarprocedure dan ook uitsluitend betrekking heeft op de toeslagjaren 2015 en 2016, en dat de jaren 2010 tot en met 2012 buiten deze procedure vallen. Dit is eveneens door belanghebbende ter zitting bevestigd.

Op de zaak betrekking hebbende stukken
Gemachtigde verzoekt om de onderliggende stukken.
De Commissie stelt vast dat de gemachtigde de schriftelijke beschouwing en de onderliggende stukken op 5 juni 2025 heeft ontvangen. De Commissie heeft geen aanknopingspunten gevonden om aan te nemen dat hier niet is voldaan aan de in artikel 7:4, tweede lid, van de Algemene wet bestuursrecht neergelegde verplichting om alle op de zaak betrekking hebbende stukken ter inzage te leggen. Deze bezwaargrond treft dan ook geen doel.

Zorgvuldigheids- en motiveringsbeginsel
Belanghebbende stelt dat de bestreden beschikking in strijd met het zorgvuldigheids- en motiveringsbeginsel is genomen.

De Commissie kan UHT volgen in haar standpunt ten aanzien van de motivering van het besluit en de zorgvuldigheid van het onderliggende onderzoek. Door middel van de beschouwing en de bijbehorende producties is de bestreden beschikking voldoende onderbouwd en zorgvuldig tot stand gekomen. Deze bezwaargrond wordt daarom verworpen.

Toeslagjaren 2015 en 2016
Belanghebbende voert aan voor de jaren 2015 en 2016 gedupeerd te zijn vanwege vooringenomen handelen door Belastingdienst/Toeslagen (hierna: B/T).

De Commissie stelt vast dat tussen belanghebbende en UHT daarover ook geen verschil van inzicht bestaat. Belanghebbende is over deze jaren door UHT gecompenseerd vanwege vooringenomen handelen. Dat blijkt uit de bestreden beschikking en de berekening herziening compensatiebedrag kinderopvangtoeslag.

Aanvullende compensatie
Belanghebbende stelt recht te hebben op een hoger bedrag aan compensatie.
Deze bezwaarschriftprocedure heeft uitsluitend betrekking op de toekenning van de standaardvergoedingen (de zogenoemde forfaitaire bedragen) en ziet niet op de vergoeding van werkelijke schade. Voor de beoordeling van werkelijke schade is de procedure bij de Commissie Werkelijke Schade aangewezen.

Terugbetalingsregeling
De Commissie merkt op dat een terugbetalingsregeling buiten de omvang van het geding valt. UHT heeft aangegeven dat hierover een toelichting zal worden opgenomen in de beslissing op bezwaar.

Proceskostenvergoeding
Nu de Commissie niet adviseert het primaire besluit te herroepen, is er geen aanleiding een vergoeding van de proceskosten toe te kennen.

Conclusie

Samengevat adviseert de Commissie om het bezwaar ongegrond te verklaren en het verzoek om een proceskostenvergoeding af te wijzen.

[handtekening]

Secretaris

[handtekening]

Fungerend voorzitter