BAC 2025-15458
Publicatiedatum 05-02-2026
Advies van de Bezwaarschriftenadviescommissie hersteloperatie toeslagen
Aan: Dienst Toeslagen / Uitvoeringsorganisatie Herstel Toeslagen
(hierna: UHT)
Betreft: het bezwaarschrift van belanghebbende
Primair besluit: 12 juni 2024 (UHT-DCHO)
Hoorzitting: 21 juli 2025 om 13:00 uur
Overdracht advies aan UHT: 7 augustus 2025
Samenvatting
De Bezwaarschriftenadviescommissie (hierna: de Commissie) adviseert UHT om het bezwaar ongegrond te verklaren.
Onderwerp van advies
Het door de gemachtigde namens belanghebbende ingediende bezwaarschrift is gericht tegen de door UHT genomen definitieve beschikking compensatie kinderopvangtoeslag.
Aan belanghebbende is met toepassing van de Wet hersteloperatie toeslagen (hierna: Wht) compensatie toegekend voor een bedrag van €43.133,- voor de jaren 2006, 2008 en 2009.
Procesverloop
- Belanghebbende heeft op 24 mei 2023 verzocht om een herbeoordeling van de kinderopvangtoeslag (hierna: KOT) over de jaren 2006 tot en met 2011 en 2014 tot en met 2019.
- De Commissie van Wijzen (hierna: CvW) heeft haar beoordeling van het verzoek van belanghebbende op 15 mei 2024 aan de belastingdienst/toeslagen toegestuurd. De CvW heeft geadviseerd dat voor de toeslagjaren 2005, 2007 en 2010 tot en met 2019 de compensatieregeling van artikel 2.1. eerste lid Wht niet van toepassing is.
- UHT heeft bij beschikking van 13 juli 2023 aan belanghebbende medegedeeld dat zij wel in aanmerking komt voor een betaling van €30.000,-.
- UHT heeft bij vooraankondiging aan belanghebbende een compensatie toegekend voor een bedrag van €42.949,-.
- UHT heeft bij de bestreden beschikking aan belanghebbende een compensatie toegekend voor een bedrag van €43.133,-.
- Gemachtigde heeft bij brief van 4 juli 2024, ingekomen op 5 juli 2024, tegen deze beschikking een bezwaarschrift ingediend.
- UHT heeft op 9 december 2024 schriftelijk gereageerd op het bezwaarschrift.
- Gemachtigde heeft bij e-mail van 18 juli 2025 bericht dat hij belanghebbende niet langer bijstaat en niet zal verschijnen op de hoorzitting.
- Belanghebbende heeft bij e-mail van 18 juli 2025 aan de Commissie een bericht gestuurd waarin de Commissie (onder meer) een verzoek leest om de hoorzitting uit te stellen.
- Op 21 juli 2025 heeft een hoorzitting plaatsgevonden. Van de hoorzitting is een verslag gemaakt, dat achter het advies is gevoegd.
- Dit advies wordt uitgebracht door de voorzitter en twee commissieleden.
Aanhoudingsverzoek
Belanghebbende heeft de Commissie verzocht de behandeling van haar zaak aan te houden en legt aan dat verzoek een groot aantal, al dan niet persoonlijke, omstandigheden ten grondslag. Hoewel invoelbaar is dat belanghebbende veel tegenslag en problemen met instanties ervaart, heeft de Commissie in het verzoek geen aanleiding gezien om de behandeling van het bezwaar aan te houden.
Ontvankelijkheid
Niet is geschil is dat het bezwaarschrift ontvankelijk is.
Vaststaande feiten (voor zover relevant)
Toeslagjaar 2005
- De KOT over 2005 is bij voorschotbeschikking van 22 augustus 2005 vastgesteld op een bedrag van €1.215,-. Op 22 september 2005 wordt de KOT bij voorschotbeschikking vastgesteld op €1.892,-. Op 15 mei 2008 is de KOT op nihil gesteld, maar gelijktijdig bij beschikking verhoogd naar €2.098,-. Hoe dit komt is niet te achterhalen, maar er is geen sprake geweest van een terugvordering
Toeslagjaar 2007
- De KOT over 2007 is bij voorschotbeschikking van 11 december 2006 vastgesteld op een bedrag €4.788,-. Op 24 april 2007 wordt de KOT bij voorschotbeschikking vastgesteld op €8.894,-. Op 30 juni 2007 wordt de KOT bij voorschotbeschikking vastgesteld op €9.713,-. Op 11 juni 2011 wordt de KOT bij definitieve beschikking vastgesteld op €8.982,-.
Toeslagjaar 2017
- De KOT over 2017 is bij voorschotbeschikking van 21 april 2017 vastgesteld op een bedrag van €4.084,-. Op 21 november 2017 wordt de KOT bij voorschotbeschikking vastgesteld op €4.222,-. Op 3 mei 2019 en op 31 december 2019 wordt de KOT bij definitieve beschikkingen vastgesteld op respectievelijk €4.904,- en €5.054,-.
Toeslagjaar 2018
- De KOT over 2018 is bij voorschotbeschikkingen van respectievelijk 28 december 2017 en 12 mei 2019 vastgesteld op €5.645,-. Op 1 mei 2020 wordt de KOT bij definitieve beschikking vastgesteld op €8.153,-.
Toeslagjaar2019
- De KOT over 2019 is bij voorschotbeschikking van 27 december 2018 vastgesteld op €5.715. Op 24 april 2019 wordt de KOT bij voorschotbeschikking vastgesteld op 5.545,-. Op 3 april 2021 wordt de KOT bij definitieve beschikking vastgesteld op €6.270,-.
Overwegingen ten aanzien van de bezwaren en het bestreden besluit
De Commissie ziet zich gesteld voor de vraag of UHT de toegekende compensatie op de juiste wijze heeft berekend.
Dossier
De op de zaak betrekking hebbende stukken en de beschouwing van UHT zijn aan belanghebbende toegezonden. De Commissie heeft geen aanknopingspunten gevonden om aan te nemen dat hier niet is voldaan aan de in artikel 7:4 lid 2 van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: Awb) neergelegde verplichting om alle op de zaak betrekking hebbende stukken ter inzage te leggen. Belanghebbende heeft op de voet van artikelen 7:4 lid 2 Awb en 5.2 leden 3 en 4 Wht voorafgaand aan de zitting kennis kunnen nemen van de (afschriften van de) op de zaak betrekking hebbende stukken. Hierdoor heeft belanghebbende kennis kunnen nemen van de stukken die ten grondslag liggen aan de bestreden beschikking en is zij in de gelegenheid geweest om daarop te reageren. De Commissie adviseert de bezwaren van belanghebbende op dit punt ongegrond te verklaren.
Toeslagjaren 2005, 2007, 2017, 2018 en 2019
UHT heeft belanghebbende vanwege vooringenomenheid gecompenseerd over de jaren 2006, 2008 en 2009. Voor de jaren 2005, 2007, 2017, 2018 en 2019 is belanghebbende niet gecompenseerd.
In het kader van de bestuurlijke heroverweging heeft UHT de bestreden beschikking gecontroleerd en getoetst of die in stand kan blijven. Aan de hand van de op de zaak betrekking hebbende stukken, het bezwaarschrift van belanghebbende, de beschouwing van UHT en het hetgeen besproken is op de hoorzitting, heeft ook de Commissie getoetst of de beschikking op juiste gronden tot stand gekomen is. De Commissie oordeelt dat de berekeningen en de door UHT gegeven toelichting navolgbaar zijn en ondersteund worden door de op de zaak betrekking hebbende stukken. Hetgeen tijdens de hoorzitting is besproken werpt geen ander licht op de zaak. De Commissie adviseert de bezwaren van belanghebbende op dit punt ongegrond te verklaren.
Conclusie
Samengevat adviseert de Commissie om het bezwaar ongegrond te verklaren.
[handtekening]
Secretaris
[handtekening]
Fungerend voorzitter