Ga direct naar de inhoud Ga direct naar de filters Ga direct naar de footer

BAC 2023-14732

Advies van de Bezwaarschriftenadviescommissie hersteloperatie toeslagen

Aan: Belastingdienst/Uitvoeringsorganisatie Herstel Toeslagen (hierna: UHT)

Betreft: het bezwaarschrift van belanghebbende

Primair besluit: 29 augustus 2023 (kenmerk UHT-DCHA)

Hoorzitting: 9 mei 2025 om 13:15 uur

Overdracht advies aan UHT: 19 mei 2025

Samenvatting

De Bezwaarschriftenadviescommissie (hierna: de Commissie) adviseert UHT om het bezwaar ongegrond te verklaren.

Onderwerp van advies

Het door gemachtigde namens belanghebbende ingediende bezwaarschrift is gericht tegen de door UHT genomen definitieve beschikking compensatie kinderopvangtoeslag.

Aan belanghebbende is met toepassing van de Wet hersteloperatie toeslagen (hierna: Wht) geen compensatie toegekend voor de jaren 2009, 2010 en 2011.

Procesverloop

  • Belanghebbende heeft op 18 januari 2021 verzocht om een herbeoordeling van de kinderopvangtoeslag (hierna: KOT) over de jaren 2009, 2010 en 2011.
  • Op 24 juli 2023 heeft de Commissie van Wijzen (hierna: CvW) geoordeeld dat de Belastingdienst/Toeslagen (hierna: B/T) zich terecht op het standpunt heeft gesteld dat stelt dat de compensatieregeling van artikel 2.1, eerste lid, van de Wht niet van toepassing is voor de toeslagjaren 2009 tot en met 2011.
  • UHT heeft bij de bestreden beschikking aan belanghebbende geen compensatie toegekend voor de jaren 2009, 2010 en 2011.
  • Gemachtigde heeft bij brief van 21 september 2023 tegen deze beschikking een bezwaarschrift ingediend.
  • UHT heeft op 21 november 2024 schriftelijk gereageerd op het bezwaarschrift.
  • Op 9 mei 2025 heeft een hoorzitting plaatsgevonden. Van de hoorzitting is een verslag gemaakt, dat achter het advies is gevoegd.
  • Dit advies wordt uitgebracht door de voorzitter, eerste commissielid en tweede commissielid.

Ontvankelijkheid

Niet in geschil is dat het bezwaarschrift ontvankelijk is.

Overwegingen ten aanzien van de bezwaren en het bestreden besluit

Persoonlijk dossier

Op grond van artikel 7:4, tweede lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) heeft een belanghebbende voorafgaand aan de hoorzitting bij de Commissie recht op afschriften van de op de zaak betrekking hebbende stukken. De schriftelijke reactie met de bijbehorende producties, waaronder ook de "Overzichten (uit)betalingen en/of verrekeningen toeslagen" (LIC-overzichten), zijn tijdig aan gemachtigde toegezonden. Hierdoor hebben gemachtigde en belanghebbende kennis kunnen nemen van de stukken die ten grondslag liggen aan het bestreden besluit en gelegenheid gehad om daarop te reageren. De Commissie ziet in de stellingname van belanghebbende geen aanleiding om aan te nemen dat in het beschikbaar gestelde dossier stukken zouden ontbreken die van enig belang zouden kunnen zijn geweest bij het door UHT genomen besluit. De door belanghebbende in dit verband ontwikkelde bezwaren kunnen dan ook niet tot het door haar gewenste resultaat leiden. De Commissie adviseert UHT daarom deze bezwaren ongegrond te verklaren.

Beoordeling afwijzing compensatie 2009, 2010 en 2011

De Commissie ziet zich gesteld voor de beantwoording van de vraag of UHT terecht en op goede gronden is gekomen tot haar beslissing om het verzoek om compensatie voor de toeslagjaren 2009, 2010 en 2011 af te wijzen.

De Commissie overweegt dat niet aannemelijk is geworden dat er bij de toekenning, aanpassing of terugvordering van de KOT voor de toeslagjaren 2009, 2010 en 2011 sprake is geweest van institutioneel vooringenomen handelen door B/T, dan wel hardheid van het stelsel. De terugvorderingen KOT over de toeslagjaren 2009, 2010 en 2011 waren gelegen in een te hoog voorschot, dat op basis van correcties in het verzamelinkomen, het aantal genoten opvanguren en het uurtarief is aangepast. Deze bijstellingen zijn conform de wet uitgevoerd. Dergelijke bijstellingen geven in beginsel ook geen aanspraak op een zogenoemde hardheidstegemoetkoming. De Commissie heeft geen aanknopingspunten gevonden om hier ten aanzien van belanghebbende anders over te oordelen. De Commissie ziet ook geen aanknopingspunten voor toepassing van de beleidsmatige KOT naar KOI-regeling nu geen sprake is geweest van een terugvordering van € 1.500 of meer waarbij de KOT is uitbetaald aan de KOI en niet ten goede is gekomen aan belanghebbende. Op basis van hetgeen belanghebbende ter zitting heeft aangevoerd, ziet de Commissie geen grond voor de juistheid van de opvatting van belanghebbende dat de betaalde eigen bijdrage bij het bedrag van de terugvordering moet worden opgeteld. Verder is er ook geen sprake geweest van een onterechte kwalificatie O/GS over de toeslagjaren 2009, 2020 en 2011, zodat ook hierop geen aanspraak kan worden gemaakt. De Commissie adviseert UHT daarom om dit onderdeel van het bezwaar ongegrond te verklaren.

Zorgvuldigheid- en motiveringsbeginsel

Met de door UHT in bezwaar ingediende beschouwing en de overgelegde stukken - waaronder een uitgebreide uitleg met behulp van de Landelijke Incasso Centrum (LIC) overzichten - en de overige producties, is in ieder geval thans geen sprake van strijd met de door belanghebbende genoemde algemene beginselen van behoorlijk bestuur. De Commissie adviseert UHT het bezwaar ook op dit punt ongegrond te verklaren.

Conclusie

Samengevat adviseert de Commissie, de hiervoor geformuleerde vraag bevestigend beantwoordend, om het bezwaar ongegrond te verklaren en het verzoek om een proceskostenvergoeding af te wijzen.

[handtekening]

Secretaris

[handtekening]

Fungerend voorzitter