BAC 2023-14727
Publicatiedatum 05-02-2026
Advies van de Bezwaarschriftenadviescommissie hersteloperatie toeslagen
Aan: Belastingdienst/Uitvoeringsorganisatie Herstel Toeslagen (hierna: UHT)
Betreft: het bezwaarschrift van belanghebbende
Primair besluit: 29 augustus 2023 (UHT-DCHA)
Hoorzitting: n.v.t.
Overdracht advies aan UHT: 18 augustus 2025
Samenvatting
De Bezwaarschriftenadviescommissie (hierna: de Commissie) adviseert UHT om het bezwaar ongegrond te verklaren, de bestreden beschikking in stand te laten en geen proceskostenvergoeding toe te kennen.
Onderwerp van advies
Het door gemachtigde namens belanghebbende ingediende bezwaarschrift is gericht tegen de door UHT genomen definitieve beschikking beoordeling kinderopvangtoeslag.
Aan belanghebbende is met toepassing van de Wet hersteloperatie toeslagen (hierna: Wht) geen compensatie toegekend voor de toeslagjaren 2010 tot en met 2013.
Procesverloop
- Belanghebbende heeft op 20 januari 2021 verzocht om een herbeoordeling van de kinderopvangtoeslag (hierna: KOT) over de toeslagjaren 2008 tot en met 2012. In overeenstemming met belanghebbende is een herbeoordeling uitgevoerd over de toeslagjaren 2010 tot en met 2013, omdat alleen in deze jaren door hem KOT is aangevraagd.
- De Commissie van Wijzen (hierna: CvW) heeft haar beoordeling van het verzoek van belanghebbende op 28 april 2023 aan UHT toegestuurd. De CvW heeft geadviseerd dat gedurende de betrokken jaren geen sprake is geweest van institutionele vooringenomenheid of bijzondere omstandigheden.
- UHT heeft bij de bestreden beschikking van 29 augustus 2023 met kenmerk UHT-DCHA aan belanghebbende meegedeeld dat hij geen recht heeft op compensatie voor de toeslagjaren 2010 tot en met 2013.
- Gemachtigde heeft bij brief van 13 september 2023, ingekomen op 18 september 2023, tegen deze beschikking een bezwaarschrift ingediend.
- Gemachtigde heeft bij brief van 15 december 2024 het bezwaarschrift aangevuld.
- UHT heeft op 27 februari 2024 schriftelijk gereageerd op het bezwaarschrift.
- Gemachtigde heeft op 4 augustus 2025 de Commissie geïnformeerd dat het bezwaar op basis van de stukken kan worden afgedaan.
- Dit advies wordt uitgebracht door de voorzitter, eerste commissielid en tweede
Ontvankelijkheid
Niet in geschil is dat het bezwaarschrift ontvankelijk is.
Overwegingen ten aanzien van de bezwaren en het bestreden besluit
De Commissie ziet zich gesteld voor de vraag of UHT terecht en op goede gronden is gekomen tot haar beslissing om het verzoek van belanghebbende om compensatie of tegemoetkoming af te wijzen.
Afwijzing compensatie
Belanghebbende stelt dat hij als gedupeerde dient te worden aangemerkt, omdat hij door de Belastingdienst/Toeslagen (hierna: B/T) vooringenomen is behandeld en hij in de betrokken jaren wel degelijk van kinderopvang gebruik heeft gemaakt.
Ingevolge artikel 2.1, lid 1, van de Wht komt voor een compensatie in aanmerking de ouder van wie aannemelijk is dat de vaststelling van zijn aanspraak op KOT in enig jaar onderdeel is geweest van bijzondere hardheid of van een institutioneel vooringenomen handelwijze van B/T. Toekenning van compensatie blijft, op grond van artikel 2.1 lid 2 van de Wht, achterwege bij ernstige onregelmatigheden die aan de ouder kunnen worden toegerekend. Dit laatste is onder meer het geval in situaties waarin een belanghebbende evident geen recht had op KOT. Volgens UHT deed dit zich voor in de toeslagjaren 2010 tot en met 2013, nu belanghebbende in deze jaren geen gebruik heeft gemaakt van geregistreerde kinderopvang en met de aanvragen van KOT heeft gefraudeerd.
Belanghebbende heeft in bezwaar aangevoerd dat hij wel gebruik heeft gemaakt van kinderopvang in de betrokken jaren. Belanghebbende heeft echter ondanks de inhoud van het dossier geen enkel aanknopingspunt gegeven om te oordelen dat hij wel kinderopvang heeft afgenomen in de betrokken jaren, ook al waren belanghebbende en zijn raadsman daartoe in de gelegenheid. UHT geeft op pagina 16 van het beoordelingsformulier als dragende overweging aan dat in de map algemene informatie zich stukken bevinden uit een strafdossier houdende een verklaring van belanghebbende dat hij vanaf 2010 gefraudeerd heeft met de KOT en een verklaring van de betrokken KOI dat belanghebbende geen kinderopvang heeft afgenomen (pagina's 115 en 116 in de map algemene informatie). De Commissie constateert echter dat die stukken met betrekking tot de veroordeling van belanghebbende niet zijn opgenomen in het dossier en is van oordeel dat UHT hiermee niet heeft voldaan aan de in artikel 7:4 lid 2 Algemene Wet Bestuursrecht (Awb) neergelegde verplichting om alle op de zaak betrekking hebbende stukken ter inzage te leggen. Belanghebbende heeft in zijn bezwaarschrift niet om toevoeging van deze stukken verzocht. Belanghebbende heeft het bestaan en de inhoud van die verklaringen in zijn bezwaarschrift niet weersproken en zijn raadsman heeft ingestemd met een afdoening zonder hoorzitting. Onder die omstandigheden zal de Commissie de behandeling van deze zaak niet aanhouden om de betreffende verklaringen als nog aan het dossier te laten toevoegen. De Commissie is op grond van het ter beschikking staande dossier van oordeel dat B/T de KOT destijds terecht op nihil heeft gesteld. B/T heeft in het toeslagjaar 2011 op goede gronde opzet/grove schuld (O/GS) bij belanghebbende vastgesteld. Volgens het eigen beleid van UHT kan in uitzonderlijke situaties sprake zijn van hardheid. De Commissie stelt verder vast dat niet, althans onvoldoende, is gebleken dat belanghebbende in zodanige, voor de toepassing van dit beleid relevante, uitzonderlijke omstandigheden heeft verkeerd. Belanghebbende komt daarom voor de toeslagjaren 2010 tot en met 2013 niet in aanmerking voor compensatie op grond van de Wht. De Commissie adviseert UHT daarom om het bezwaar ongegrond te verklaren.
Proceskostenvergoeding
Nu de Commissie niet adviseert de bestreden beschikking te herroepen, bestaat geen aanleiding een vergoeding van de proceskosten toe te kennen.
Conclusie
Samengevat adviseert de Commissie om het bezwaar ongegrond te verklaren en om:
- de bestreden beschikking in stand te laten;
- geen proceskostenvergoeding toe te kennen.
[handtekening]
Secretaris
[handtekening]
Fungerend voorzitter