Ga direct naar de inhoud Ga direct naar de filters Ga direct naar de footer

BAC 2023-13960

Advies van de Bezwaarschriftenadviescommissie hersteloperatie toeslagen

Aan: Belastingdienst/Uitvoeringsorganisatie Herstel Toeslagen (hierna: UHT)

Betreft: het bezwaarschrift van belanghebbende

Primair besluit: 4 juli 2023 (UHT-DCHA)

Hoorzitting: 23 april 2025 om 12.00 uur

Overdracht advies aan UHT: 14 mei 2025

Samenvatting

De Bezwaarschriftenadviescommissie (hierna: de Commissie) adviseert UHT om het bezwaar ongegrond te verklaren en het verzoek om een vergoeding van de proceskosten af te wijzen.

Onderwerp van advies

Het door gemachtigde namens belanghebbende ingediende bezwaarschrift is gericht tegen de door UHT genomen definitieve beschikking compensatie kinderopvangtoeslag van 4 juli 2023. Aan belanghebbende is met toepassing van de Wet hersteloperatie toeslagen (hierna: Wht) geen compensatie toegekend voor de jaren 2005 tot en met 2019.

Procesverloop

  • Belanghebbende heeft op 4 januari 2022 verzocht om een herbeoordeling van de kinderopvangtoeslag (hierna: KOT) over de jaren 2005 tot en met 2019.
  • UHT heeft bij beschikking van 15 juni 2022 aan belanghebbende medegedeeld dat hij niet aanmerking komt voor een betaling van €30.000,-.
  • UHT heeft bij bestreden beschikking aan belanghebbende medegedeeld dat hij geen recht heeft op compensatie voor de jaren 2005 tot en met 2019.
  • Gemachtigde heeft bij brief van 5 juli 2023, ingekomen op diezelfde datum, tegen deze beschikking een bezwaarschrift ingediend.
  • Gemachtigde heeft bij brief van 20 februari 2024 en 16 maart 2025 de gronden van het bezwaarschrift aangevuld.
  • UHT heeft op 6 september 2024 schriftelijk gereageerd op het bezwaarschrift.
  • UHT heeft, daartoe door de Commissie verzocht, op 15 april de in het bezwaardossier ontbrekende productie 9, het SAS-overzicht, aan de Commissie gezonden. De betreffende productie is eveneens aan gemachtigde toegezonden.
  • Gemachtigde heeft bij brief van 23 april 2025 de gronden van het bezwaarschrift nader aangevuld.
  • Op 23 april 2025 heeft een hoorzitting plaatsgevonden. Van de hoorzitting is een verslag gemaakt, dat achter het advies is gevoegd.
  • Dit advies wordt uitgebracht door de voorzitter, eerste commissielid, tweede commissielid.

Ontvankelijkheid en algemene opmerkingen

Niet in geschil is dat het bezwaarschrift ontvankelijk is.

Overwegingen ten aanzien van de bezwaren en het bestreden besluit

De Commissie ziet zich gesteld voor de vraag of UHT terecht en op goede gronden is gekomen tot haar beslissing om het verzoek van belanghebbende om compensatie of tegemoetkoming voor de jaren 2005 tot en met 2019 af te wijzen.

Volledig dossier

Belanghebbende verzoekt om zijn volledige dossier.

De Commissie overweegt dat belanghebbende op grond van artikel 7:4, tweede lid, van de Algemene wet bestuursrecht inzagerecht in zijn dossier heeft en voorafgaand aan de hoorzitting bij de Commissie recht heeft op afschriften van de op de zaak betrekking hebbende stukken. Dit is een beperkter dossier dan het persoonlijk dossier wat alle gegevens van belanghebbende bevat, ook buiten de kinderopvangtoeslag.

Het bezwaardossier en de bijbehorende producties zijn op 17 maart 2025 aan gemachtigde gezonden. De Commissie acht het aannemelijk dat belanghebbende daarmee kan beschikken over de op de zaak betrekking hebbende stukken.

Geen compensatie

Belanghebbende meent dat hij wel gedupeerd is en om die reden in aanmerking komt voor compensatie.

De Commissie overweegt als volgt. Ingevolge artikel 2.1, eerste lid, Wht kan de aanvrager van kinderopvangtoeslag in aanmerking komen voor compensatie, indien vóór 23 oktober 2019 vooringenomen en of met hardheid bij de uitvoering jegens de aanvrager is gehandeld.

Volgens UHT komt belanghebbende niet in aanmerking voor compensatie, omdat hij nooit KOT heeft aangevraagd en er daarom ook nooit KOT is toegekend

De Commissie ziet geen aanknopingspunten dat belanghebbende ooit KOT heeft aangevraagd. Belanghebbende heeft ook niet duidelijk kunnen maken of hij ooit een aanvraag heeft gedaan, over welke jaren en waarom hij meent gedupeerd te zijn.

Desgevraagd heeft UHT ter voorbereiding op de hoorzitting de ontbrekende productie 9, een zogeheten SAS-overzicht overgelegd. Daaruit blijkt niet dat belanghebbende KOT heeft aangevraagd of dat KOT is toegekend. Een nadere onderbouwing van belanghebbende dat hij over de betrokken jaren wél KOT heeft aangevraagd, ontbreekt. De enkele stelling dat het zo kan zijn dat bewijsstukken zijn verdwenen, is daarvoor onvoldoende.

Nu over de toeslagjaren 2005 tot en met 2019 niet is komen vast te staan dat KOT is aangevraagd of van een neerwaartse correctie sprake is geweest, komt belanghebbende over deze jaren niet in aanmerking voor compensatie op grond van een herstelmaatregel.

De Commissie adviseert UHT daarom om het bezwaar van belanghebbende ongegrond te verklaren.

Proceskostenvergoeding

Nu de Commissie niet adviseert het bestreden besluit te herroepen, is er geen aanleiding een proceskostenvergoeding toe te kennen.

Conclusie

Samengevat adviseert de Commissie om het bezwaar ongegrond te verklaren.

Secretaris

Fungerend voorzitter