Ga direct naar de inhoud Ga direct naar de filters Ga direct naar de footer

BAC 2023-13905

Advies van de Bezwaarschriftenadviescommissie hersteloperatie toeslagen

Aan: Belastingdienst/Uitvoeringsorganisatie Herstel Toeslagen (hierna: UHT)

Betreft: het bezwaarschrift van belanghebbende

Primaire besluiten: 18 juli 2022 (kenmerk UHT CHR) en 20 juli 2023 (kenmerk UHT-DCHA)

Hoorzitting: 10 april 2025

Overdracht advies aan UHT: 22 mei 2025

Samenvatting

De Bezwaarschriftenadviescommissie (hierna: de Commissie) adviseert UHT om het bezwaar tegen de beschikking van 18 juli 2022 met kenmerk UHT CHR (hierna: de bestreden beschikking d.d. 18 juli 2022) niet-ontvankelijk te verklaren. De Commissie adviseert voorts het bezwaar tegen de bestreden beschikking van 20 juli 2023 met kenmerk UHT-DCHA (hierna: de bestreden beschikking d.d. 20 juli 2023) gegrond te verklaren, te herroepen en opnieuw te beslissen met inachtneming van dit advies.

Tevens adviseert de Commissie het verzoek om vergoeding van de proceskosten toe te wijzen.

Onderwerp van advies

Het door gemachtigde namens belanghebbende ingediende bezwaarschrift van 14 juli 2023 is gericht tegen de bestreden beschikking d.d. 20 juli 2023. Aan belanghebbende is met toepassing van de Wet hersteloperatie toeslagen (hierna: Wht) in de bestreden beschikking d.d. 20 juli 2023 geen compensatie toegekend voor de toeslagjaren 2017 en 2018.

Procesverloop

  • Belanghebbende heeft op 15 maart 2022 verzocht om herbeoordeling van de kinderopvangtoeslag (hierna: KOT) over de jaren 2017 en 2018.
  • UHT heeft bij bestreden beschikking d.d.18 juli 2022, beslist dat belanghebbende op basis van de eerste toets niet in aanmerking komt voor een betaling van € 30.000 op grond van de Catshuisregeling.
  • De Commissie van Wijzen (hierna: CvW) heeft het verzoek van belanghebbende beoordeeld en haar overwegingen op 12 juli 2023 aan UHT toegestuurd. De CvW heeft overwogen dat gedurende de betrokken jaren geen sprake is geweest van institutionele vooringenomenheid of bijzondere omstandigheden.
  • Gemachtigde heeft op 20 juli 2022, ingekomen op 22 juli 2022, tegen de bestreden beschikking d.d. 18 juli 2022 een bezwaarschrift ingediend.
  • UHT heeft bij de bestreden beschikking d.d. 20 juli 2023 beslist dat belanghebbende geen recht heeft op compensatie over de toeslagjaren 2017 en 2018.
  • Gemachtigde heeft op 14 juli 2023, ontvangen op 26 juli 2023, tegen deze beschikking een bezwaarschrift ingediend.
  • UHT heeft op 24 oktober 2024 schriftelijk gereageerd op het bezwaar ten aanzien van de bestreden beschikking d.d. 20 juli 2023.
  • Op 10 april 2025 heeft een hoorzitting plaatsgevonden. Van de hoorzitting is een verslag gemaakt, dat achter het advies is gevoegd.
  • Dit advies wordt uitgebracht door de voorzitter, eerste commissielid, tweede commissielid.

Ontvankelijkheid en algemene opmerkingen

Bij de bestreden beschikking d.d. 18 juli 2022 heeft UHT na de eerste toets besloten om (nog) niet tot toewijzing van compensatie over te gaan. Bij de bestreden beschikking d.d. 20 juli 2023 heeft UHT het verzoek om compensatie over de toeslagjaren 2017 en 2018, na een integrale beoordeling, definitief afgewezen. Belanghebbende heeft niet gewezen op feiten of omstandigheden die aannemelijk maken dat hij, gezien de bestreden beschikking van 20 juli 2022, nog belang heeft bij een inhoudelijke beoordeling van de bestreden beschikking d.d. 18 juli 2022. Het belang van vergoeding van de in bezwaar gemaakte proceskosten levert evenmin een procesbelang op (vergelijk de uitspraak van de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State van 4 mei 2024, ECLI:NL:RVS:2024:1979 en de uitspraak van de Centrale Raad van Beroep van 2 april 2024, ECLI:NL:CRVB:2024:635). Dat betekent dat de Commissie zal adviseren het bezwaarschrift tegen de beschikking van 18 mei 2022 niet-ontvankelijk te verklaren.

Het bezwaarschrift tegen de bestreden beschikking d.d. 20 juli 2023 zal hierna inhoudelijk worden behandeld.

Overwegingen ten aanzien van de bezwaren en het bestreden besluit

De Commissie ziet zich gesteld voor de vraag of UHT terecht en op goede gronden is gekomen tot haar beslissing om het verzoek van belanghebbende om compensatie over de toeslagjaar 2017 af te wijzen. Tijdens de hoorzitting is door gemachtigde bevestigd dat het bezwaar zich beperkt tot het toeslagjaar 2017.

Stopzetting KOT

Het bezwaar van belanghebbende betreft de stopzetting van de KOT voor 2017. Anders dan UHT stelt heeft hij de KOT over 2017 niet stopgezet. UHT heeft ter zitting verklaard dat haar inmiddels is gebleken dat de KOT over 2017 niet is stopgezet door belanghebbende, maar dat de stopzetting een gevolg is geweest van een door de computer aangestuurd proces. UHT heeft navraag gedaan ten aanzien van de melding stopzetting KOT bij Belastingdienst/Toeslagen (hierna: B/T) en heeft ter zitting toegelicht waarom de KOT automatisch is stopgezet. Op 7 juni 2018 heeft B/T een vraagbrief toegestuurd aan belanghebbende met het verzoek een Antwoordformulier in te vullen en dat Antwoordformulier met een kopie jaaropgave te retourneren. Belanghebbende heeft op het geretourneerde Antwoordformulier aangekruist dat sprake is geweest van kinderopvang in 2017, maar heeft geen nadere informatie over de uren en kosten daarvan verstrekt en evenmin de jaaropgave van 2017 aangeleverd. Hierdoor kon het systeem van B/T het Antwoordformulier niet verwerken en werd de KOT automatisch op nihil gesteld.

Nu vast is komen te staan dat belanghebbende de KOT niet zelf heeft stopgezet, dient de vraag beantwoord te worden of B/T voldoende uitvraag heeft gedaan alvorens is overgegaan tot het stopzetten van de KOT en of er recht bestaat op compensatie op grond van artikel 2.1 Wht, wegens institutioneel vooringenomen handelen.

Uitvraag door B/T

Met de brief van 5 oktober 2018, is de KOT voor het toeslagjaar 2017 op nihil gesteld. Voorafgaand aan de nihilstelling heeft B/T belanghebbende op 7 juni 2018 verzocht om nadere informatie met betrekking tot de kinderopvang in 2017 alsmede de jaaropgave aan B/T te verstrekken.

Op grond van het Handboek Integrale Beoordeling is er door B/T voldoende uitgevraagd wanneer er een uitvraagbrief en een aanmaning naar belanghebbende verstuurd zijn, alvorens de KOT is stopgezet. Ook dient door B/T nadere uitvraag te worden gedaan, wanneer de belanghebbende wel stukken heeft opgestuurd, maar daarmee niet volledig aan de uitvraag is voldaan. Belanghebbende heeft naar aanleiding van de (eerste) uitvraagbrief van 7 juni 2018 het antwoordformulier onvolledig ingevuld en zonder de gevraagde toevoeging van een jaaropgave aan B/T geretourneerd. De KOT is vervolgens op nihil gesteld. Er is dus geen aanmaning meer verzonden en evenmin een nadere uitvraag tot informatie door B/T gedaan. De Commissie concludeert hieruit dat onvoldoende door B/T is uitgevraagd alvorens is overgegaan tot het stopzetten van de KOT over het toeslagjaar 2017. Er is derhalve sprake geweest van institutioneel vooringenomen handelen door B/T. Belanghebbende heeft daarom recht op compensatie op grond van artikel 2.1 lid 1 sub a Wht. De Commissie acht het bezwaar tegen de bestreden beschikking d.d. 20 juli 2023 gegrond.

Kosten van rechtsbijstand

Nu de bestreden beschikking d.d. 20 juli 2023 naar het oordeel van de Commissie dient te worden herroepen, adviseert zij om het verzoek tot toekenning van een vergoeding voor de kosten van rechtsbijstand toe te wijzen. Op grond van het Besluit proceskosten heeft belanghebbende recht op een forfaitaire vergoeding op basis van 2 procespunten (bezwaarschrift en verschijnen hoorzitting) met een wegingsfactor 2. Net als in eerdere zaken adviseert de Commissie daarbij de hoogste vergoeding per procespunt toe te kennen.

Conclusie

Samengevat adviseert de Commissie om het bezwaar gegrond te verklaren en om:

  • belanghebbende niet ontvankelijk te verklaren in haar bezwaar tegen de bestreden beschikking van 18 juli 2022 met kenmerk UHT CHR;
  • de bestreden beschikking van 20 juli 2023 met kenmerk UHT-DCHA te herroepen en opnieuw te beslissen met inachtneming van dit advies;
  • een vergoeding toe te kennen voor de kosten van juridische bijstand voor de bezwaarprocedure betreffende de beschikking van 20 juli 2023.

Secretaris

Fungerend voorzitter