BAC 2023-13858
Publicatiedatum 27-01-2026
Advies van de Bezwaarschriftenadviescommissie hersteloperatie toeslagen
Aan: Belastingdienst/Uitvoeringsorganisatie Herstel Toeslagen (hierna: UHT)
Betreft: het bezwaarschrift van belanghebbende
Primair besluit: 5 april 2023 (UHT-DC I A)
Hoorzitting: 1 april 2025 om 13:00 uur
Overdracht advies aan UHT: 22 mei 2025
Samenvatting
De Bezwaarschriftenadviescommissie (hierna: de Commissie) adviseert UHT om het bezwaar ongegrond te verklaren.
Onderwerp van advies
Het door gemachtigde namens belanghebbende ingediende bezwaarschrift d.d. 11 april 2023, ingekomen op 13 april 2023 is gericht tegen de door UHT genomen definitieve beschikking compensatie kinderopvangtoeslag.
Aan belanghebbende is met toepassing van de Wet hersteloperatie toeslagen (hierna: Wht) geen compensatie toegekend voor de jaren 2015 tot en met 2017.
Aangezien belanghebbende tijdens de hoorzitting heeft aangegeven het bezwaar voor het toeslagjaar 2017 in te willen trekken, zal de Commissie voor dat jaar geen oordeel vellen.
Procesverloop
- Belanghebbende heeft op 14 juni 2020 verzocht om een herbeoordeling van de kinderopvangtoeslag (hierna: KOT).
- UHT heeft bij beschikking van 1 mei 2021 aan belanghebbende medegedeeld dat hij niet in aanmerking komt voor een betaling van €30.000.
- De Commissie van Wijzen (hierna: CvW) heeft haar beoordeling van het verzoek van belanghebbende op 1 september 2022 aan UHT toegestuurd. De CvW heeft geadviseerd dat gedurende de betrokken jaren geen sprake is geweest van institutionele vooringenomenheid of bijzondere omstandigheden.
- UHT heeft bij bestreden beschikking van 5 april 2023 (UHT-DC I A) aan belanghebbende medegedeeld dat hij geen recht heeft op compensatie voor de toeslagjaren 2015 tot en met 2017.
- Gemachtigde heeft bij brief van 11 april 2023, ingekomen op 13 april 2023, tegen deze beschikking een bezwaarschrift ingediend.
- UHT heeft op 25 november 2024 schriftelijk gereageerd op het bezwaarschrift.
- Gemachtigde heeft bij brief van 28 maart 2025 de gronden aangevuld.
- Op 1 april 2025 heeft een hoorzitting plaatsgevonden. Van de hoorzitting is een verslag gemaakt, dat achter het advies is gevoegd.
- UHT heeft tijdens de hoorzitting en op 10 en 30 april 2025 nadere schriftelijke reacties ingediend. Op 17 april 2025 en 6 mei 2025 heeft gemachtigde hierop gereageerd.
- Dit advies wordt uitgebracht door de voorzitter, eerste commissielid, tweede commissielid.
Ontvankelijkheid en algemene opmerkingen
Niet in geschil is dat het bezwaarschrift ontvankelijk is.
Overwegingen ten aanzien van de bezwaren en het bestreden besluit
Geen compensatie toeslagjaren 2015 en 2016
Op basis van de verschillende ‘specificaties voorschotbeschikkingen KOT’ en het ‘informatie- en beoordelingsformulier’, die zijn gevoegd bij de schriftelijke reactie van UHT, alsmede het LIC-overzicht acht de Commissie dat niet aannemelijk is geworden dat er bij de toekenning, aanpassing of terugvordering van de KOT voor toeslagjaren 2015 en 2016 sprake is geweest van institutioneel vooringenomen handelen door de Belastingdienst/Toeslagen (hierna: B/T) dan wel hardheid van het stelsel. De terugvordering KOT is op basis van reguliere wijzigingen opnieuw berekend. Deze bijstellingen zijn conform de wet en correct uitgevoerd. Dergelijke bijstellingen geven, gelet op artikel 2.1 lid 1 onder b Wht, in beginsel ook geen aanspraak op een zogenoemde hardheidstegemoetkoming. De Commissie heeft geen aanknopingspunten gevonden om hier ten aanzien van belanghebbende anders over te oordelen.
KOI-viewer
Volgens belanghebbende mag UHT niet uitgaan van de gegevens van de KOI-viewer, nu de kinderopvanginstelling betrokken was bij het CAF onderzoek.
De Commissie merkt op dat UHT in de nadere schriftelijke reactie heeft aangegeven dat betrokkenheid bij het CAF-onderzoek niet voldoende is om vooringenomenheid aan te nemen omdat de neerwaartse correcties hebben plaatsgevonden op basis van de reguliere wijzigingen.
UHT mag in beginsel uitgaan van de gegevens uit de KOI-viewer. Het ligt dan op de weg van belanghebbende om zijn standpunt aannemelijk te maken. Dit heeft hij echter nagelaten. Daarnaast heeft belanghebbende destijds geen bezwaar ingediend tegen de door de B/T genomen (terugvordering)besluiten.
Belanghebbende komt voor de toeslagjaren 2015 en 2016 niet in aanmerking voor compensatie op grond van de Wht. De Commissie adviseert UHT daarom om dit onderdeel van het bezwaar ongegrond te verklaren.
Vergoeding proceskosten
Met betrekking tot de kosten van de rechtsbijstand in deze bezwaarprocedure geldt dat, nu het bezwaar in de visie van de Commissie ongegrond is, de belanghebbende geen recht heeft op vergoeding.
Conclusie
Samengevat adviseert de Commissie om het bezwaar ongegrond te verklaren en het verzoek om proceskostenvergoeding af te wijzen.
Secretaris
Fungerend voorzitter