Ga direct naar de inhoud Ga direct naar de filters Ga direct naar de footer

BAC 2023-13819

Advies van de Bezwaarschriftenadviescommissie hersteloperatie toeslagen

Aan: Belastingdienst/Uitvoeringsorganisatie Herstel Toeslagen (hierna: UHT)

Betreft: het bezwaarschrift van belanghebbende

Primaire besluiten: 18 juli 2023 resp. 27 juli 2023 (UHT-DCH en UHT-O OGS B)

Hoorzitting: 10 juli 2025 om 14:00 uur

Overdracht advies aan UHT: 27 augustus 2025

Samenvatting

De Bezwaarschriftenadviescommissie (hierna: de Commissie) adviseert UHT om het bezwaarschrift ongegrond te verklaren, het bestreden besluit in stand te laten en het verzoek tot toekenning van een proceskostenvergoeding af te wijzen.

Onderwerp van advies

De door gemachtigde namens belanghebbende ingediende bezwaarschriften zijn gericht tegen de door UHT genomen definitieve beschikkingen compensatie kinderopvangtoeslag.

Procesverloop

  • Belanghebbende heeft op 22 januari 2021 verzocht om een herbeoordeling van de kinderopvangtoeslag (hierna: KOT) over de jaren 2008, 2009 en 2010. Nadien is dit verzoek in overleg met belanghebbende uitgebreid met de toeslagjaren 2005 tot en met 2007, 2011 en 2016 tot en met 2018.
  • UHT heeft bij beschikking van 3 juli 2021 aan belanghebbende medegedeeld dat zij in aanmerking komt voor een betaling van € 30.000.
  • De Commissie van Wijzen (hierna: CvW) heeft haar beoordeling van het verzoek van belanghebbende op 26 april 2023 aan UHT toegestuurd. De CvW heeft geadviseerd dat gedurende de jaren 2005 tot en met 2007, de maanden januari tot oktober 2010 en de maanden juni tot en met december 2011 en de jaren 2016 tot en met 2018 geen sprake is geweest van institutionele vooringenomenheid of bijzondere omstandigheden.
  • UHT heeft bij vooraankondiging aan belanghebbende een compensatie toegekend voor een bedrag van € 50.447. Omdat belanghebbende al een bedrag van € 30.000 had ontvangen, heeft er een nabetaling van € 20.447 plaatsgevonden.
  • UHT heeft bij de bestreden beschikking van 18 juli 2023 met kenmerk UHT-DCH aan belanghebbende compensatie van € 50.776 toegekend voor de jaren 2008, 2009, de periode oktober tot en met december 2010 en januari tot en met mei 2011 en geen compensatie toegekend voor de jaren 2005, 2006, 2007, de periode januari tot en met september 2010, juni tot en met december 2011, 2016, 2017 en 2018. Omdat belanghebbende al een bedrag van € 50.447 had ontvangen, heeft er een nabetaling van € 329 plaatsgevonden.
  • Gemachtigde heeft bij brief van 20 juli 2023 tegen deze beschikking een bezwaarschrift ingediend.
  • UHT heeft bij de bestreden beschikking van 27 juli 2023 met kenmerk UHT-O OGS B aan belanghebbende een tegemoetkoming O/GS toegekend voor een bedrag van € 4.639 voor het jaar 2018.
  • Gemachtigde heeft bij brief van 20 juli 2023 tegen deze beschikking een bezwaarschrift ingediend.
  • UHT heeft op 29 januari 2025 schriftelijk gereageerd op de bezwaarschriften.
  • Op 10 juli 2025 heeft een hoorzitting plaatsgevonden. Van de hoorzitting is een verslag gemaakt, dat achter het advies is gevoegd.
  • Op 22 juli 2025 heeft UHT een aanvullende beschouwing aangeleverd. Gemachtigde heeft hier per mail van 21 augustus 2025 op gereageerd.
  • Dit advies wordt uitgebracht door de voorzitter, eerste commissielid, tweede commissielid.

Ontvankelijkheid en algemene opmerkingen

Niet in geschil is dat de bezwaarschriften ontvankelijk zijn.

Overwegingen ten aanzien van de bezwaren en het bestreden besluit

Motiverings- en zorgvuldigheidsbeginsel

Voor zover sprake is van onzorgvuldige voorbereiding of gebreken in de motivering van de bestreden besluiten, kan dat in de beslissing op bezwaar door UHT worden hersteld aan de hand van wat daarover in haar beschouwing is opgemerkt.

Onvolledig dossier

Belanghebbende stelt dat het bezwaardossier onvolledig is. De Commissie volgt dit standpunt van belanghebbende niet. De schriftelijke beschouwing en de op de zaak betrekking hebbende stukken zijn op 19 mei 2025 toegezonden. De Commissie heeft geen aanknopingspunten gevonden om aan te nemen dat hier niet is voldaan aan de in artikel 7:4 lid 2 Algemene wet bestuursrecht (hierna: Awb) neergelegde verplichting om alle op de zaak betrekking hebbende stukken ter inzage te leggen. De Commissie adviseert UHT daarom om dit onderdeel van het bezwaar ongegrond te verklaren.

(On)juiste opvanguren

Belanghebbende stelt dat bij de berekening van de KOT onjuiste opvanguren zijn gehanteerd. De Commissie overweegt dat de Wht is bedoeld voor herstel van vooringenomen handelen, hardheid of een onterechte O/GS-kwalificatie en niet ziet op de herziening van definitieve KOT beschikkingen. Belanghebbende verzoekt onder meer om een aanpassing van de hoogte van de KOT zoals deze indertijd definitief is vastgesteld.

Een beoordeling daarvan valt dus buiten de reikwijdte van de Wht. De Commissie adviseert UHT daarom om dit onderdeel van het bezwaar ongegrond te verklaren.

Toeslagjaren 2010 en 2011

Belanghebbende betwist dat over een deel van de toeslagjaren 2010 en 2011 sprake is van evident geen recht. Zij heeft in deze jaren daadwerkelijk kinderopvang genoten in verband met haar studie. Daarnaast vormt een stopzetting van de KOT op basis van een melding van het gastouderbureau, inhoudende dat de kinderen van belanghebbende daar geen opvang meer genoten, onvoldoende bewijs om te concluderen dat sprake is van evident geen recht.

Ingevolge artikel 2.1, lid 1, van de Wht komt voor een compensatie in aanmerking de ouder van wie aannemelijk is dat de vaststelling van zijn aanspraak op KOT in enig jaar onderdeel is geweest van bijzondere hardheid of van een institutioneel vooringenomen handelwijze van de B/T. Toekenning van compensatie blijft, op grond van artikel 2.1 lid 2 van de Wht, achterwege bij ernstige onregelmatigheden die aan de ouder kunnen worden toegerekend. Dit laatste is onder meer het geval in situaties waarin een belanghebbende evident geen recht had op KOT.

Volgens UHT deed dit zich voor in de periode 1 januari 2010 tot en met 30 september 2010 en 1 juni 2011 tot en met 31 december 2011, omdat belanghebbende in beide periodes geen gebruik heeft gemaakt van geregistreerde kinderopvang. Dit blijkt onder meer uit de meldingen van het gastouderbureau.

Voor het toeslagjaar 2011 geldt bovendien dat belanghebbende de KOT zelf heeft stopgezet. De stelling van gemachtigde dat het gebruikelijke html-bestand ontbreekt waarmee zou kunnen worden aangetoond dat belanghebbende de melding zelf heeft gedaan, is niet juist. In het bezwaardossier bevindt zich een kopie uit digitale burgerportaal, waaruit blijkt dat belanghebbende op 11 juni 2011 zelf de KOT per 31 mei 2011 heeft stopgezet. Weliswaar wordt daarbij een andere brontype vermeld dan gebruikelijk (brontype 36 – overig via toedeler), maar UHT heeft in de aanvullende schriftelijke beschouwing helder uiteengezet dat dit brontype enkel betekent dat er gegevens zijn overgezet vanuit het oude systeem naar TVS. De Commissie onderschrijft deze uitleg van UHT.

Daarnaast blijkt uit het bezwaardossier dat zowel belanghebbende als haar toenmalige gemachtigde, na het indienen van bezwaar voor het toeslagjaar 2010, herhaaldelijk in de gelegenheid zijn gesteld de juiste informatie aan te leveren. Van die mogelijkheden is geen gebruik gemaakt. Ook in de huidige bezwaarprocedure heeft belanghebbende bijvoorbeeld niet met stukken onderbouwd dat zij in een opleidingstraject zat.

Volgens het eigen beleid van UHT kan in uitzonderlijke situaties sprake zijn van hardheid. De Commissie stelt vast dat niet, althans onvoldoende, is gebleken dat belanghebbende in zodanige, voor de toepassing van dit beleid relevante, uitzonderlijke omstandigheden heeft verkeerd. Belanghebbende komt voor beide periodes dus niet in aanmerking voor compensatie op grond van de Wht. De Commissie adviseert UHT daarom om dit onderdeel van het bezwaar ongegrond te verklaren.

Proceskostenvergoeding

Belanghebbende verzoekt om een proceskostenveroordeling conform het Besluit proceskosten bestuursrecht. Aangezien de bezwaren naar het oordeel van de Commissie ongegrond zijn, adviseert de Commissie belanghebbende om proceskosten af te wijzen.

Conclusie

Samengevat adviseert de Commissie om het bezwaar ongegrond te verklaren, het bestreden besluit in stand te laten en het verzoek tot toekenning van een proceskostenvergoeding af te wijzen.

Secretaris

Fungerend voorzitter