Ga direct naar de inhoud Ga direct naar de filters Ga direct naar de footer

BAC 2023-13815

Advies van de Bezwaarschriftenadviescommissie hersteloperatie toeslagen

Aan: Belastingdienst/Uitvoeringsorganisatie Herstel Toeslagen (hierna: UHT)

Betreft: het bezwaarschrift van belanghebbende

Primaire besluiten: 15 juni 2023 (kenmerk UHT-DCH), 3 juli 2023 (kenmerk UHT-O OGS B)

Hoorzitting: 2 mei 2025 om 11:00 uur

Overdracht advies aan UHT: 28 mei 2025

Samenvatting

De Bezwaarschriftenadviescommissie (hierna: de Commissie) adviseert UHT om de bezwaren gericht tegen de beschikking van 15 juni 2023 met kenmerk UHT-DCH gedeeltelijk gegrond te verklaren en de bezwaren gericht tegen de beschikking van 3 juli 2023 met kenmerk UHT-O OGS B ongegrond te verklaren.

Onderwerp van advies

De door gemachtigde namens belanghebbende ingediende bezwaarschriften zijn gericht tegen de door UHT genomen definitieve beschikkingen compensatie kinderopvangtoeslag.

Aan belanghebbende is met toepassing van de Wet hersteloperatie toeslagen (hierna: Wht) compensatie toegekend voor een bedrag van € 49.504 voor de jaren 2010, 2011, 2013, 2014, 2015 en 2016.

Procesverloop

  • Belanghebbende heeft op 19 januari 2021 verzocht om een herbeoordeling van de kinderopvangtoeslag (hierna: KOT) over de jaren 2009 en 2010. Na overleg tussen belanghebbende en de persoonlijke zaakbehandelaar (PZB) is het verzoek gewijzigd naar de jaren 2010 tot en met 2016.
  • UHT heeft bij beschikking van 11 maart 2021 met kenmerk UHT-B-DMB2 aan belanghebbende medegedeeld dat zij in aanmerking komt voor een betaling van € 30.000.
  • UHT heeft bij de bestreden beschikking van 15 juni 2023 met kenmerk UHT-DCH aan belanghebbende een compensatie toegekend voor een bedrag van € 49.504 betreffende de toeslagjaren 2010, 2011, 2013, 2014, 2015 en 2016.
  • Gemachtigde heeft bij brief van 19 juni 2023 tegen deze beschikking een bezwaarschrift ingediend.
  • Gemachtigde heeft bij brief van 19 april 2024 het bezwaarschrift aangevuld.
  • UHT heeft bij de bestreden beschikking van 3 juli 2023 met kenmerk UHT-O OGS B aan belanghebbende een tegemoetkoming toegekend voor een bedrag van €549 vanwege een onterechte kwalificatie opzet/grove schuld (hierna: O/GS) ten aanzien van het toeslagjaar 2011.
  • Gemachtigde heeft bij brief van 24 juli 2023 tegen deze beschikking een bezwaarschrift ingediend.
  • UHT heeft op 19 september 2024 schriftelijk gereageerd op de bezwaarschriften.
  • Op 2 mei 2025 heeft een hoorzitting plaatsgevonden. Van de hoorzitting is een verslag gemaakt, dat achter het advies is gevoegd.
  • Dit advies wordt uitgebracht door de voorzitter, eerste commissielid, tweede commissielid.

Ontvankelijkheid en algemene opmerkingen

Niet in geschil is dat de bezwaarschriften ontvankelijk zijn.

Overwegingen ten aanzien van de bezwaren en het bestreden besluit

Gelet op het verhandelde ter zitting, waarbij gemachtigde onder meer heeft aangegeven geen bezwaren meer te hebben ten aanzien van de bestreden beschikking met kenmerk UHT-O OGS B ziet de Commissie ervan af daaromtrent te adviseren, en resteren nog de volgende, door de Commissie te bespreken, bezwaren tegen het bestreden besluit met kenmerk UHT-DCH.

Beoordeling forfaitaire compensatieberekening 2010, 2011, 2013, 2014, 2015 en 2016

Tussen partijen is niet in geschil en ook voor de Commissie staat vast dat B/T over de jaren 2013 tot en met 2016 institutioneel vooringenomen jegens belanghebbende heeft gehandeld en in de jaren 2010 en 2011 sprake is geweest van hardheid van het stelsel. UHT heeft ter compensatie volgens de forfaitaire systematiek van de Wht, een bedrag van € 49.504 aan belanghebbende toegekend.

Belanghebbende is van mening dat de compensatieberekening onjuist tot stand is gekomen. UHT heeft naar aanleiding van deze bezwaarprocedure nogmaals gekeken naar de compensatieberekening en blijkens het gestelde in haar schriftelijke beschouwing geconstateerd dat ten aanzien van het verschil met de laatst vastgestelde beschikking (onderdeel f in de compensatieberekening) voor de toeslagjaren 2010 en 2011, deze bedragen onjuist zijn berekend. Het bedrag van €9.605 over het toeslagjaar 2010 wordt gewijzigd naar een bedrag van € 1.261. Het bedrag van € 5.521 over het toeslagjaar 2011 wordt gewijzigd naar een bedrag van € 0. Daarnaast is door UHT geconstateerd dat de kinderopvangtoeslag die niet is terugbetaald of niet is verrekend (onderdeel g in de compensatieberekening) over 2010 en de invorderingskosten en -rente die zijn betaald (onderdeel i in de compensatieberekening) over 2011 onjuist zijn berekend. Echter, aanpassing hiervan zal in het nadeel van belanghebbende uitvallen, waardoor UHT heeft toegezegd deze onderdelen niet te zullen aanpassen. UHT acht het bezwaar op dit onderdeel derhalve gegrond en zal de compensatieberekening aanpassen in de beslissing op bezwaar. UHT heeft daarnaast toegezegd dat, overeenkomstig het beleid van UHT in zaken waarin het bezwaar (gedeeltelijk) gegrond wordt verklaard, bij de berekening van de vergoeding voor immateriële schade - in afwijking van de Wht - als einddatum de datum van de beslissing op bezwaar zal worden gehanteerd. Tot slot zal door UHT ook de hoogte van de aanvullende vergoeding van 1% over het subtotaal in de beslissing op bezwaar worden aangepast (onderdeel p in de compensatieberekening). De Commissie adviseert UHT dienovereenkomstig.

Beoordeling vooringenomen handelen in 2010 in plaats van hardheid van het stelsel

De Commissie ziet zich gesteld voor de beantwoording van de vraag of UHT terecht en op goede gronden is gekomen tot het toekennen van een tegemoetkoming op grond van hardheid voor het toeslagjaar 2010 in plaats van compensatie toe te kennen vanwege vooringenomen handelen.

De Commissie merkt allereerst op dat belanghebbende voor het jaar 2010 een tegemoetkoming heeft ontvangen op grond van de beleidsmatige KOT naar KOI -regeling waarbij een tegemoetkoming is toegekend op grond van hardheid. De wijze van berekening van de hoogte van de tegemoetkoming op grond van de beleidsmatige KOT naar KOI-regeling verschilt echter ten nadele van belanghebbende met de wijze van berekening van het compensatiebedrag dat wordt toegekend op grond van vooringenomenheid of hardheid, zoals bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, van de Wht in samenhang gelezen met artikelen 2.2, aanhef en onder a en 2.3, eerste lid, van de Wht.

De Commissie is van oordeel dat UHT ten onrechte een tegemoetkoming op grond van de beleidsmatige KOT naar KOI-regeling wegens hardheid heeft toegekend aan belanghebbende voor het toeslagjaar 2010 en overweegt daartoe als volgt.

Uit het dossier volgt dat B/T indertijd twee brieven naar belanghebbende heeft verstuurd met het verzoek om informatie. De eerste brief van 21 mei 2013 (productie 16) is verstuurd naar een adres in Rotterdam en de tweede brief van 31 juli 2013 (productie 17) is verstuurd naar een adres in Spijkenisse. UHT heeft ter zitting aangegeven dat hier geen nader onderzoek naar is gedaan. Door UHT is ook niet betwist dat het hierdoor aannemelijk kan zijn dat belanghebbende (een van) beide brieven niet heeft ontvangen door onjuiste adressering in een periode van verhuizing.

B/T heeft vervolgens de gegevens uit de KOI-viewer (productie 107) gebruikt om de hoogte van het recht op KOT vast te stellen. Daarbij is slechts opvang voor één kind in aanmerking genomen, omdat bij het tweede kind het BSN ontbrak. De overige opvanggegevens van het tweede kind waren echter wel zichtbaar, en bovendien stond bij de opvanggegevens van beide kinderen het BSN vermeld van belanghebbende als ouder. De aanwezigheid van de gegevens van het tweede kind in de KOI-viewer duidt op een objectieve basis om het bestaan van opvang van het tweede kind aan te nemen. Onder voornoemde omstandigheden lag het niet voor de hand voor B/T om de opvanggegevens voor het tweede kind niet in aanmerking te nemen. In plaats daarvan had het uit een oogpunt van zorgvuldigheid in ieder geval op de weg van B/T gelegen om deze door de KOI ingevoerde gegevens bij de KOI of bij belanghebbende te verifiëren. Dat is evenwel niet gebeurd. De Commissie overweegt dat, gelet op de hiervoor aangeduide specifieke omstandigheden van dit geval compensatie op grond van vooringenomen handelen passend is. De Commissie adviseert UHT dan ook om het bezwaar op dit onderdeel gegrond te verklaren.

Zorgvuldigheid- en motiveringsbeginsel

Aangezien de bestreden beschikking met kenmerk UHT-DCH niet in stand kan blijven, zoals volgt uit het voorgaande, staat vast dat de totstandkoming onvoldoende zorgvuldig is geweest en de motivering bij beslissing op bezwaar moet worden verbeterd.

Proceskostenvergoeding

Nu het bezwaar tegen de beschikking met kenmerk UHT-DC I naar de mening van de Commissie gedeeltelijk gegrond is en zou moeten leiden tot herroeping van de bestreden beschikking met kenmerk UHT-DCH, adviseert de Commissie om de vergoeding van de kosten van rechtsbijstand in deze bezwaarprocedure toe te wijzen. Op grond van het Besluit proceskosten bestuursrecht heeft belanghebbende recht op een forfaitaire vergoeding op basis van 2 procespunten (gegrond bezwaarschrift en verschijnen hoorzitting) met een wegingsfactor 2. Net als in eerdere zaken adviseert de Commissie daarbij de hoogste vergoeding per procespunt toe te kennen.

Conclusie

Samengevat adviseert de Commissie UHT, de hiervoor geformuleerde vraag ontkennend beantwoordend, om de bezwaren gericht tegen de beschikking met kenmerk UHT-DCH gedeeltelijk gegrond te verklaren en om:

  • vooringenomen handelen jegens belanghebbende voor het toeslagjaar 2010 aan te nemen en de berekening over het toeslagjaar 2010 daarop aan te passen;
  • ten aanzien van de reeds gecompenseerde toeslagjaren de, ingevolgde de met de Wht samenhangende, vergoedingen opnieuw te berekenen met inachtneming van dit advies, en daarbij, conform het door UHT zelf op dit punt gehanteerde beleid, de einddatum van de daarvoor in aanmerking komende vergoedingen vast te stellen op de datum tot aan de dagtekening van de beslissing op bezwaar en het bestreden besluit met kenmerk UHT-DCH in zoverre te herroepen;
  • de bezwaren gericht tegen de beschikking met kenmerk UHT-O OGS B ongegrond te verklaren;
  • een vergoeding van de proceskosten voor de onderhavige bezwaarprocedure toe te kennen van twee procespunten met wegingsfactor twee voor het hoogste tarief.

Secretaris

Fungerend voorzitter